• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Scheiding

Opvoeden

Meer zorgen over de kinderen

Alleenstaande ouders en ouders in stiefgezinnen maken zich meer zorgen over hun kind dan ouders met tweeoudergezinnen. De achtergrond van de ouders speelt daarin wel een rol. Nederlandse ouders en ouders van Marokkaanse afkomst uit eenouder- of stiefgezinnen maken zich vaker zorgen over de ontwikkeling, het gedrag en de opvoeding van hun kind dan ouders van Turkse en van Surinaams/Antilliaanse afkomst in dezelfde situatie. Medewerkers in de jeugdgezondheidszorg bevestigen dat opvoedproblemen meer voorkomen in eenouder- en stiefgezinnen dan in andere gezinnen (Van Egten e.a. 2008).

Knelpunten bij co-ouderschap

In Nederland is er een groeiende tendens naar meer gelijkwaardig ouderschap. Steeds meer kinderen groeien op in co-oudergezinnen waarbij beide ouders na een scheiding samen voor hun kinderen blijven zorgen (40-60 procent van de tijd wonen de kinderen bij de moeder en de andere tijd bij de vader). Ongeveer 20 procent van de kinderen, die met een scheiding te maken heeft, woont in co-oudergezinnen (S&G 2010). Bij co-ouderschap blijven ouders na een scheiding samen voor hun kinderen zorgen. Er bestaat in de onderzoeksliteratuur geen algemene overeenstemming over de effecten van co-ouderschap voor kinderen. Het vraagt veel en juiste communicatie over opvoedingsvraagstukken en over planning. Ook het vertrouwen van de ouders in elkaar is een vereiste en dat zij elkaar zien als mede-opvoeder. Dit geldt ook als er nieuwe partners in het spel komen. Het vraagt van ouders veel flexibiliteit en geduld om een regeling in stand te houden (Haverkort en Spruijt 2012). Als er bij iedere ouder tenminste één kind op het betreffende hoofdverblijf staat ingeschreven, kunnen beide ouders bepaalde (heffings)toeslagen bij de belastingdienst aanvragen omdat er dan sprake is van een alleenstaande ouder. Dit kan dus in financieel opzicht wat extra inkomsten genereren.

Gezamenlijk gezag

Sinds 1 januari 1998 blijven ex-partners na de scheiding officieel samen de ouders van de kinderen. Voor die tijd werden kinderen aan één van de twee ex-partners toegewezen, meestal de moeder. Tegenwoordig houden ze dus samen het ouderlijk gezag. Sinds 1 maart 2009 is een ouderschapsplan verplicht bij een formele beëindiging van een huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenwonen, als minderjarige kinderen betrokken zijn.

Contact tussen ouders en kinderen

Hoe goed na de scheiding het contact van ouders met hun kinderen is, hangt af van het contact dat ze hebben met hun ex-partner. De Graaf en Fokkema (2007) geven aan dat de contactregeling direct na de scheiding een belangrijke voorspeller is van de mate van het latere contact tussen ouders en kind. Als er geen sprake is van co-ouderschap dan ziet 18 procent van de kinderen hun andere ouder helemaal niet. Het maakt geen verschil of de uitwonende ouder de vader of de moeder is. Veel gescheiden ouders zijn ontevreden over de mate van contact met hun kinderen. Hoe jonger het kind, hoe minder contact het later heeft met de uitwonende ouder. Kalmijn (2007) toont aan dat oudere gescheiden vaders minder contact hebben met en minder ondersteuning ontvangen van hun kinderen dan oudere gescheiden moeders.

Beeldvorming over kind en ex-partnerrelatie

Gescheiden ouders lijken een wat negatiever beeld te hebben van de relatie van hun kinderen met hun ex dan van de relatie die ze zelf met hun kinderen hebben. Van de vrouwen geeft 44 procent aan dat de relatie tussen hun kind en de vader slecht is, terwijl maar 18 procent van de mannen dit vindt. Omgekeerd noemt 70 procent van de mannen de relatie tussen hun kind en de moeder goed, tegenover 90 procent van de moeders. Dat zowel mannen als vrouwen de relatie van moeder en kind veel positiever beoordelen komt waarschijnlijk doordat kinderen in de meeste gevallen bij de moeder wonen en daardoor minder tijd met de vader doorbrengen (De Graaf 2005).

Bronnen

  • Clement, C., C. van Egten, S. de Hoog (2008), 'Nieuwe gezinnen. Scheidingen en de vorming van stiefgezinnen'. Den Haag, E-Quality.
  • Egten, C. van, E. Zeijl, S. de Hoog, C. Nankoe en E. Petronia (2008), 'Gezinnen van de toekomst. Opvoeding en opvoedingsondersteuning'. Den Haag, E-Quality.
  • E-Quality (2009), 'Gescheiden ouders in de knel bij gezamenlijke zorg'. Den Haag, E-Quality.
  • Graaf, A. de (2005), 'Scheiden: motieven, verhuisgedrag en aard van de contacten', in: Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2005. Den Haag, Centraal Bureau voor de Statistiek.
  • Graaf, P.M. de en T. Fokkema (2007), 'Contacts between divorced and non divorced parents and their adult children in the Netherlands: An investment perspective'. European Sociological Review, 23, 2, p. 263-277.
  • Haverkort, C. en E. Spruijt (2012), 'Kinderen uit nieuwe gezinnen: handboek voor school en begeleiding'. Houten, Lannoo Campus.
  • Kalmijn, M. (2007), 'Gender differences in the effects of divorce, widowhood, and remarriage on intergenerational support. Does marriage protect fathers?', in: Social Forces, jg. 85, nr. 3, p. 1079-1104.
  • Scholieren en Gezinnen 2010 (S&G 2010), Onderzoek door de Universiteit van Utrecht.
  • Spruijt, E. en H. Kormos (2010), 'Handboek scheiden en de kinderen (2010)'. Houten, Bohn Stafleu van Loghum.
Vragen?

Anneke van As is contactpersoon.

Foto Anneke van As

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.