• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Scheiding

Opgroeien

Wanneer ouders scheiden maken kinderen per definitie een periode van veel veranderingen mee.

Veranderingen

De ene ouder gaat ergens anders wonen of het kind krijgt zelf een nieuwe woonplek samen met de andere ouder en eventuele broertjes en zusjes. Het uitgavenpatroon van het gezin verandert omdat er opeens twee woonplekken bekostigd moeten worden. Vaak krijgen ouders na een tijdje weer een nieuwe partner. Als deze ook kinderen heeft, zijn er ineens stiefbroertjes of -zusjes. Hoewel een scheiding het einde kan betekenen van conflicten tussen partners en in die zin een opluchting kan zijn, brengt die voor opgroeiende kinderen altijd een zekere onrust mee. De Raad voor Rechtsbijstand maakte met hulp van de rechtbank Rotterdam een voorlichtingsfilm over hoorrecht voor kinderen van wie de ouders in scheiding liggen.

Co-ouderschap

In 75 procent van de gevallen wonen kinderen direct na de echtscheiding bij hun moeder. Slechts in 6 procent van de echtscheidingen wonen kinderen bij hun vader. In 20 procent van de gevallen hebben de ouders na de scheiding co-ouderschap. Van de kinderen en jongeren tussen 9 en 16 jaar die een scheiding mee maken, blijkt 20 procent te wonen in een co-oudersituatie. Dit zijn cijfers uit het onderzoek 'Scholieren en Gezinnen', uitgevoerd door de Universiteit Utrecht (Spruijt 2010). Bij co-ouderschap is het opvoeden en het wonen van de kinderen min of meer gelijk over de ouders verdeeld. Het aantal co-oudergezinnen neemt toe, vooral onder hoogopgeleide ouders. Co-ouderschap is een moderne manier van ouderschap na een echtscheiding, maar niet per se de beste regeling voor een kind. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat kinderen uit co-oudergezinnen meer dan andere kinderen van gescheiden ouders verdrietige gevoelens kennen en een herenigingswens hebben. Het co-ouderschap heeft voor het kind voordelen omdat het met beide ouders gemakkelijk contact kan onderhouden en bijvoorbeeld met beiden op vakantie gaat. Het wonen op twee plekken heeft ook nadelen omdat niet alle kinderen het prettig vinden om in twee huizen te wonen. Ook hebben co-kinderen te maken met een ingewikkelde planning (Haverkort 2012).

Periode rond de scheiding en gevolgen op lange termijn

Voor ouders maar ook voor kinderen is de periode rond de scheiding moeilijk. De spanningen in het gezin zijn vaak voelbaar en over het algemeen creëert een scheiding een onzekere, onveilige fase in het gezinsleven. Dit kan bij kinderen gevoelens van verlies en rouw en ook schuldgevoelens oproepen. Scheiding heeft ook grote invloed op het functioneren als moeder en als vader. Er is minder aandacht voor de opvoeding en de ouder-kind relatie komt onder druk te staan. Uit onderzoek is aangetoond dat er een duidelijk verband bestaat tussen veel ouderlijke conflicten en matig opvoedend handelen. Minder goed handelen in de opvoeding leidt weer tot meer problemen bij kinderen (Spruijt 2010).

Na de scheidingsperiode kunnen kinderen er nog steeds gevolgen van ondervinden, zelfs tot in hun volwassenheid. Met de meeste kinderen van gescheiden ouders gaat het na verloop van tijd weer goed. Toch hebben kinderen van gescheiden ouders ongeveer dubbel zoveel problemen als kinderen uit intacte gezinnen (Spruijt 2010). Het gaat dan om problemen als:

  • externaliserende problemen, zoals agressief gedrag, vandalisme en bij oudere kinderen delinquent gedrag en meer roken, blowen en drinken
  • internaliserende problemen, zoals depressieve gevoelens, gevoelens van angst en een laag zelfbeeld
  • problemen op school en een lager eindniveau van de opleiding
  • problemen in vriendschapsrelaties
  • een zwakkere band met de ouders, vooral met de vaders
  • crimineel en riskant gedrag (Amato 2008)
  • een groter risico op depressie inclusief een groter beroep op hulpverlening
  • een groter eigen scheidingsrisico

Uit onderzoek van het CBS (2008) blijkt dat vooral jongeren uit eenoudergezinnen een stapje terug doen naar een lagere schoolsoort. Kinderen van gescheiden ouders trouwen later ook minder vaak dan anderen (Fischer e.a. 2005). Bovendien scheiden ze zelf ook eerder dan kinderen van niet-gescheiden ouders (Steenhof en Prins 2005). De kans op een eigen echtscheiding is voor kinderen van gescheiden ouders tweemaal zo groot en als beide partners gescheiden ouders hebben, driemaal zo groot (Spruijt 2010).

De invloed van conflicten: risicofactoren en positieve factoren

Een scheiding kan gunstig zijn voor kinderen als daardoor de langdurige chronische conflicten tussen hun ouders stoppen. Helaas is dat niet altijd het geval. Juist over de gezamenlijke opvoeding van de kinderen kunnen de conflicten na een scheiding doorgaan (zie ook: Opvoeden). Chronische conflicten tussen ex-partners vormen de grootste oorzaak van problemen bij kinderen van gescheiden ouders. Deze conflicten leiden bij kinderen vooral tot gedragsproblemen en een lager opleidingsniveau. Ook kunnen conflicten tussen gescheiden ouders eraan bijdragen dat een kind eerder het huis uitgaat. Dit blijkt zowel uit internationaal onderzoek als uit een analyse van de gegevens uit het survey Scheiding in Nederland 1998 waarin de effecten van scheidingen vanaf 1949 zijn bekeken (Fisher e.a. 2001).

Als een scheiding zeer conflictueus verloopt-een vechtscheiding-, zijn de gevolgen voor kinderen ernstiger en heeft dat in ongeveer 10 procent van de kinderen specifieke negatieve gevolgen zoals loyaliteitsconflicten, oudervervreemding en ouderverstoting.

Oudervervreemding

Oudervervreemding, ouderverstoting en ernstige loyaliteitsproblemen bij scheidingskinderen hangen sterk samen met ernstige ouderlijke conflicten. Al deze fenomenen zijn erg negatief voor de ontwikkeling van kinderen. Dat blijkt onder andere uit Nederlands (Spruijt & Kormos, 2010) en uit Amerikaans onderzoek (Bernet, Von Boch-Galhau, Baker, & Morrison, 2010; Johnston, 2005, 2006). Johnston heeft veel over oudervervreemding geschreven en concludeert dat preventie eigenlijk de enige manier is om de situatie tussen de ouders en dus de situatie voor de kinderen te verbeteren. Maar dat is helaas vaak te laat en daarom zijn er, noodgedwongen, toch verschillende initiatieven om te proberen de problemen van kinderen met vechtscheidende ouders alsnog te verbeteren.

De belangrijkste risicofactoren voor kinderen om in de problemen te raken voor, tijdens en na een ouderlijke scheiding zijn:

  • huiselijk geweld en kindermishandeling (zie ook het dossier Kindermishandeling)
  • psychologische oorlogsvoering tussen ouders
  • ernstige en langdurige ouderlijke conflicten
  • een instabiele inwonende ouder of ouders
  • een slechte band met de inwonende, uitwonende ouder of stiefouder

Het ontbreken van bovengenoemde factoren verkleint de kans op problemen.

Positieve factoren

Factoren die de kans op problemen rond scheiding kunnen verminderen:

  • humor van de ouders
  • onderlinge genegenheid
  • interesse voor de jeugdige
  • een positieve onderlinge communicatie

Een goede band met de inwonende ouder is eveneens een belangrijke positieve factor. Ook de band met de uitwonende ouder is van belang, zij het in mindere mate. Een goede band met de uitwonende ouder is voor een scheidingskind belangrijker dan de frequentie van het contact. Onduidelijk is waarom sommige jeugdigen beter met de scheiding kunnen omgaan dan andere jeugdigen.

Mate van contact met beide ouders naar leeftijd

Op basis van diverse onderzoeken kunnen enkele algemene adviezen worden gegeven.

Baby's (van 0 tot 2 jaar) moeten vooral de kans krijgen om zich te hechten. Langdurig weg zijn van de inwonende ouder is niet aan te raden. Enkele keren per week een paar uur naar de uitwonende ouder is beter. Als de verstandhouding tussen de exen het toelaat, kan vader bij de baby zijn in het huis van moeder. Overnachten op een andere plaats zonder moeder is niet altijd aan te bevelen. Als de baby huilt wanneer vader hem meeneemt, heeft dat soms meer te maken met angst voor de scheiding van moeder dan met weerstand tegen vader. Communicatie tussen de ouders is belangrijk.

Peuters (van 2 tot 5 jaar) exploreren hun (kleine) wereld. Ze ontwikkelen hun taal en zijn bezig zindelijk te worden. Meestal kunnen zij wat langer dan een paar uur van de inwonende ouder weg. Ten minste wekelijks contact met de uitwonende ouder en duidelijke afspraken zijn aan te bevelen. Adviseer ouders bij slaapproblemen het overnachten bij de uitwonende ouder liever nog uit te stellen. Laat hen ook attent zijn op terugval in gedrag. En raad de ouders aan hun kind zoveel mogelijk aandacht en liefde te geven.

Basisschoolleerlingen (van 5 tot 12 jaar) hebben vooral behoefte aan duidelijkheid en structuur. Ze zijn zich sociaal, moreel en intellectueel druk aan het ontwikkelen, en willen vaak inspraak over de omgangsregeling. Maar de ouders moeten beslissen, en het liefst samen. Het is wenselijk als de ouders proberen positief of ten minste neutraal over elkaar te spreken. Contact met de uitwonende ouder kan ook tussendoor via e-mail en telefoon. Het is belangrijk hier goed over te communiceren.

Jongeren (van 12 tot 18 jaar) willen vaak zelf bepalen hoe vaak en wanneer zij de andere ouder zien. Overleg is nuttig, en ouders moeten bedenken dat zij verantwoordelijk blijven.

Ten slotte blijkt uit onderzoek ook dat het belangrijkste voor kinderen en jongeren is dat ouders het met elkaar eens zijn of worden over de regeling (Amato, 2010; Spruijt & Kormos, 2010). Daarom is het ook van groot belang dat ouders het eens zijn of worden over het ouderschapsplan.

Bronnen

  • Amato, P.R. (2010). Research on Divorce: Continuing trends and New Developments. Journal of
    Marriage and Family, 72, 650-666.
  • Clement, C., C. van Egten en S. de Hoog (2008), 'Nieuwe gezinnen. Scheidingen en de vorming van stiefgezinnen'. E-Quality.
  • Graaf, A. de (2005), 'Scheiden: motieven, verhuisgedrag en aard van de contacten', in: Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2005. Den Haag, Centraal Bureau voor de Statistiek.
  • Fischer, T. en P.M. de Graaf (2001), 'Ouderlijke echtscheiding en de levensloop van kinderen; negatieve gevolgen of schijnverbanden?'
  • Haverkort, C. en E. Spruijt (2012), 'Kinderen uit nieuwe gezinnen'. Lannoo Campus.
  • Jeugd en Gezin (2009), 'Uit elkaar… En de kinderen dan?' Verkrijgbaar via Postbus 51.
  • Mooney, A., C. Oliver en M. Smith (2009), 'Impact of Family Breakdown on Children’s Well Being'. London, Department for Children, schools and families.
  • Spruijt, E. en H. Kormos (2010), 'Handboek scheiden en de kinderen'. Houten, Bohn Stafleu van Loghum.
  • Steenhof, L. en K. Prins (2005), 'Echtscheiding van ouders en kinderen', in: Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2005. Den Haag, Centraal Bureau voor de Statistiek.
Vragen?

Harry van den Bosch is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.