• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Voortijdig schoolverlaten en verzuim

Cijfers schoolverzuim

Kerncijfers

Het aantal leerplichtige kinderen dat in 2016/2017 niet bij een school is ingeschreven (zgn. absoluut verzuim) is met circa 11 procent opnieuw gedaald. In 2015/2016 ging het om 5.101 kinderen en jongeren. Een jaar later is dit gedaald naar 4.565 jeugdigen. 

Het aantal gevallen van absoluut verzuim wisselde de laatste jaren nogal. Dat komt ook doordat gemeenten tot aan het schooljaar 2012-2013 op verschillende manieren  telden. De cijfers vanaf het schooljaar 2014-2015 zijn afkomstig uit de leerplichttelling die jaarlijks onder de gemeenten wordt uitgevoerd. De cijfers over 2012-2013 komen uit het ITS-onderzoek 'Leerlingverzuim in beeld'. 

Laatst bewerkt: 9 maart 2018


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Lubbermans, J., Momers, A., & Wester, M. (2014). Leerlingverzuim in beeld. Een studie naar de cijfers en registratie van absoluut en relatief verzuim. Nijmegen: ITS.
  • Ministerie van OCW (2016). Brief van staatssecretaris Dekker aan de Tweede kamer van3 februari 2016. Den Haag: ministerie van OCW.
  • Ministerie van OCW (2018). Brief van Arie Slob aan de Tweede Kamer van 18 februari 2018 betreffende cijfers schoolverzuim. Den Haag: OCW.

Aantal langdurige thuiszitters

In het schooljaar 2016/2017 zijn er 4.215 langdurige thuiszitters. Dit zijn leerlingen die langer dan 3 maanden ongeoorloofd niet naar school zijn geweest. De laatste jaren is er nog steeds sprake van een stijging in het totaal aantal langdurige thuiszitters.

Van de 4.215 thuiszitters gaat het bij 1.700 meldingen om situaties van absoluut verzuim. In de overige gevallen gaat het om relatief verzuim langer dan drie maanden. Het langdurig absoluut verzuim is sinds 2013/2014 gestegen van 1.411 naar 1700 in 2016/2017. Hoewel sinds 203/2014 het langdurig relatief verzuim ook is gestegen is er hierbij sinds 2015/2016 wel sprake  van een daling van 2.592 naar 2.514 in 2016/2017 (Ministerie van OCW, 2018).

Jaarlijks laat de minister of staatssecretaris van OCW in een brief aan de Tweede Kamer weten wat de laatste cijfers over voortijdig schoolverlaten en schoolverzuim zijn.

Laatst bewerkt: 9 maart 2018


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Ministerie van OCW (2018). Brief van Arie Slob aan de Tweede Kamer 18 februari 2018 betreffende schoolverzuim in het onderwijs Den Haag: ministerie van OCW.
  • Ministerie van OCW (2016). Leerplichtbrief van staatssecretaris Dekker aan de Tweede kamer dd. 3 februari 2016. Den Haag: ministerie van OCW.

Relatief verzuim per schooljaar

In 2016/2017 waren er 66.725 jongeren die meer dan 16 uur in vier weken spijbelden. De laatste jaren daalt het aantal spijbelaars gestaag. Uit de cijfers blijkt dat het totaal relatief verzuim tot 2012/2013 toenam, maar dat het sindsdien is gedaald. Het aandeel van luxe verzuim blijft echter met circa 9 procent vrij constant.  De gegevens over 2016-2017 zijn afkomstig uit de leerplichttelling die jaarlijks onder gemeenten wordt uitgevoerd.  De cijfers over 2012-2013 komen uit het ITS-onderzoek 'Leerlingverzuim in beeld'.

Relatief verzuim per schooljaar

Schooljaar Totaal relatief verzuim Waarvan luxe verzuim Percentage luxe verzuim
2005-2006 43.745 4998 11%
2006-2007 49.548 4.532 9%
2007-2008 55.784 6.068 11%
2008-2009 62.693 6.517 10%
2009-2010 74.129 5.845 8%
2010-2011 79.658 6.415 8%
2011-2012 84.750 7.180 9%
2012-2013 88.655 8.200 9%
2013-2014 79.776 7.593 9,5%
2014-2015 72.732 6.429 8,8%
2015-2016 68.262 6.224 9,1%
2016-2017 66.725 6.593 9,8%

Laatst bewerkt: 9 maart 2018


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Lubbermans, J., Momers, A., & Wester, M. (2014). Leerlingverzuim in beeld. Een studie naar de cijfers en registratie van absoluut en relatief verzuim. Nijmegen: ITS.
  • Ministerie van OCW (2018). Brief van Arie Slob aan de Tweede Kamer van 19 februari 2018 betreffende cijfers schoolverzuim. Den Haag: ministerie van OCW.
  • Ministerie van OCW (2016). Brief van staatssecretaris Dekker aan de Tweede Kamer van 3 februari 2016. Den Haag: ministerie van OCW.

Percentage leerlingen dat naar eigen zeggen de afgelopen maand heeft gespijbeld (ongeoorloofd verzuim)

Tussen 2005 en 2013 is het spijbelen afgenomen (-5%). Ruim 9 procent van de jongeren van 12 tot 16 jaar die voortgezet onderwijs volgen, zeggen dat zij de laatste maand minimaal één uur hebben gespijbeld. Dat komt naar voren uit het HBSC-onderzoek dat in 2013 is uitgevoerd. Jongens spijbelen vaker dan meisjes: over de hele leeftijdsgroep gerekend heeft 10,4 procent van de jongens de laatste maand ten minste 1 uur gespijbeld, tegen 8,2 procent van de meisjes. Oudere leerlingen spijbelen veel vaker dan jongere: bij 13-jarigen gaat het om ruim 5 procent en bij 16-jarigen om bijna 16 procent. Verder blijken vwo-leerlingen minder vaak te spijbelen dan havo-leerlingen en vmbo-leerlingen. Daarnaast spijbelen leerlingen uit onvolledige gezinnen vaker dan leerlingen uit intacte gezinnen. Tot slot blijken leerlingen uit gezinnen met een hoge welvaart meer te spijbelen dan leerlingen uit gezinnen met een lage of gemiddelde welvaart.

Laatst bewerkt: 9 april 2015


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Brief van de staatssecretaris van OCW aan de Tweede Kamer over de voortgang aanpak schoolverzuim,20 maart 2014
  • Looze, M. de, Dorsselaer, S. van, Roos, S. de, Verdurmen, J., Stevens, G., Gommans, R., Bon-Martens, M. van, Bogt T. ter, & Vollebergh, W. (2014). Gezondheid, welzijn en opvoeding van jongeren in Nederland. HBSC 2013. Utrecht/Den Haag: Universiteit Utrecht/Trimbos-instituut/Sociaal en Cultureel Planbureau.
Vragen?

Vincent Fafieanie is contactpersoon.

Foto Vincent  Fafieanie

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.