Voortijdig schoolverlaten en verzuim

Cijfers schoolverzuim

Kerncijfers

Het aantal leerplichtige kinderen en jongeren dat in 2017/2018 niet bij een school is ingeschreven (zgn. absoluut verzuim) is opnieuw gedaald. In 2014/2015 stonden 5.956 jeugdigen niet op een school ingeschreven. In 2017/2018 is dit aantal gedaald naar 4.515 jeugdigen (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, 2019).

Het aantal gevallen van absoluut verzuim wisselde de laatste jaren nogal. Dat komt ook doordat gemeenten tot aan het schooljaar 2012-2013 op verschillende manieren  telden. De cijfers vanaf het schooljaar 2014-2015 zijn afkomstig uit de leerplichttelling die jaarlijks onder de gemeenten wordt uitgevoerd. De cijfers over 2012-2013 komen uit het ITS-onderzoek 'Leerlingverzuim in beeld'. 

Laatst bewerkt: 29 mei 2019


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Lubbermans, J., Momers, A., & Wester, M. (2014). Leerlingverzuim in beeld. Een studie naar de cijfers en registratie van absoluut en relatief verzuim. Nijmegen: ITS.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2019). Brief van de minister aan de Tweede Kamer 15 februari 2019 betreffende 'stand van zaken thuiszitters'. Den Haag: ministerie van OCW.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2018). Brief van Arie Slob aan de Tweede Kamer 18 februari 2018 betreffende schoolverzuim in het onderwijs Den Haag: ministerie van OCW.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2016). Leerplichtbrief van staatssecretaris Dekker aan de Tweede kamer dd. 3 februari 2016. Den Haag: ministerie van OCW.

Aantal langdurig thuiszitters

In het schooljaar 2017/2018 zijn er 4.479 langdurig thuiszitters. Dit zijn leerlingen die langer dan 3 maanden ongeoorloofd niet naar school zijn geweest. Het aantal langdurig thuiszitters blijft stijgen.

Van de 4.479 thuiszitters gaat het bij 1.972 meldingen om situaties van absoluut verzuim. Het gaat daarbij om leerlingen die nergens op een school staan ingeschreven. In de overige gevallen gaat het om relatief verzuim langer dan drie maanden. Het langdurig absoluut verzuim is sinds 2013/2014 gestegen van 1.411 naar 1.972 in 2017/2018. Hoewel sinds 2013/2014 het langdurig relatief verzuim ook is gestegen, is er sinds 2015/2016 wel sprake van een daling: van 2.592 naar 2.507 in 2016/2017 (Ministerie van OCW, 2019).

Jaarlijks laat de minister of staatssecretaris van OCW in een brief aan de Tweede Kamer weten wat de laatste cijfers over voortijdig schoolverlaten en schoolverzuim zijn.

Laatst bewerkt: 29 mei 2019


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2019). Brief van de minister aan de Tweede Kamer 15 februari 2019 betreffende 'stand van zaken thuiszitters'. Den Haag: ministerie van OCW.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2018). Brief van Arie Slob aan de Tweede Kamer 18 februari 2018 betreffende schoolverzuim in het onderwijs Den Haag: ministerie van OCW.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2016). Leerplichtbrief van staatssecretaris Dekker aan de Tweede kamer dd. 3 februari 2016. Den Haag: ministerie van OCW.

Relatief verzuim per schooljaar

In 2016/2017 waren er 66.725 jongeren die meer dan 16 uur in vier weken spijbelden. De laatste jaren daalt het aantal spijbelaars gestaag. Uit de cijfers blijkt dat het totaal relatief verzuim tot 2012/2013 toenam, maar dat het sindsdien is gedaald. Het aandeel van luxe verzuim blijft echter met circa 9 procent vrij constant.  De gegevens over 2016-2017 zijn afkomstig uit de leerplichttelling die jaarlijks onder gemeenten wordt uitgevoerd.  De cijfers over 2012-2013 komen uit het ITS-onderzoek 'Leerlingverzuim in beeld'.

Relatief verzuim per schooljaar

Schooljaar Totaal relatief verzuim Waarvan luxe verzuim Percentage luxe verzuim
2005-2006 43.745 4998 11%
2006-2007 49.548 4.532 9%
2007-2008 55.784 6.068 11%
2008-2009 62.693 6.517 10%
2009-2010 74.129 5.845 8%
2010-2011 79.658 6.415 8%
2011-2012 84.750 7.180 9%
2012-2013 88.655 8.200 9%
2013-2014 79.776 7.593 9,5%
2014-2015 72.732 6.429 8,8%
2015-2016 68.262 6.224 9,1%
2016-2017 66.725 6.593 9,8%

Laatst bewerkt: 29 mei 2019


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Lubbermans, J., Momers, A., & Wester, M. (2014). Leerlingverzuim in beeld. Een studie naar de cijfers en registratie van absoluut en relatief verzuim. Nijmegen: ITS.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2018). Brief van Arie Slob aan de Tweede Kamer van 19 februari 2018 betreffende cijfers schoolverzuim. Den Haag: ministerie van OCW.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2016). Brief van staatssecretaris Dekker aan de Tweede Kamer van 3 februari 2016. Den Haag: ministerie van OCW.

Percentage leerlingen dat naar eigen zeggen de afgelopen maand heeft gespijbeld (ongeoorloofd verzuim)

13 procent van de jongeren van 12 tot en met 16 jaar in het voortgezet onderwijs, zeggen dat zij de laatste maand minimaal één lesuur hebben gespijbeld. Dat is ongeveer 1 op de 8 leerlingen.  

Jongens spijbelen in 2017 iets meer dan meisjes (verschil is echter niet significant): over de hele leeftijdsgroep gerekend heeft 14 procent van de jongens de laatste maand ten minste 1 uur gespijbeld, tegen ruim 12 procent van de meisjes. Oudere leerlingen spijbelen veel vaker dan jongere: bij 12-jarigen gaat het om ruim 4 procent en bij 16-jarigen om 23 procent. Verder blijken vwo-leerlingen minder vaak te spijbelen dan havo-leerlingen en vmbo-leerlingen. Daarnaast spijbelen leerlingen uit onvolledige gezinnen vaker dan leerlingen uit intacte gezinnen. Tot slot blijken leerlingen uit gezinnen met een hoge welvaart meer te spijbelen dan leerlingen uit gezinnen met een lage of gemiddelde welvaart.

Ten opzichte van 2013 is er sprake van een stijging van het percentage leerlingen in het voortgezet onderwijs dat spijbelt. Toen ging het om ruim 9 procent van de leerlingen. In 2017 gaat het om 13 procent. Deze stijging komt door een stijging van het aantal meisjes dat spijbelt (van 3 procent).

Deze gegevens zijn afkomstig uit het HBSC-onderzoek onder scholieren, een onderzoek waarbij leerlingen zelf worden bevraagd over allerlei zaken die met hun gezondheid en welzijn te maken hebben. Het grootschalig onderzoek wordt om de vier jaar uitgevoerd (Stevens e.a., 2018).

Laatst bewerkt: 29 mei 2019


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Stevens, G., Boer, M., Duinhof, E., ter Bogt, T., van den Eijnden, R., Kuyper, L., Visser, D., Vollebergh, W. & de Looze, M. (2018). HBSC 2017 Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht.
Vragen?

Vincent Fafieanie is contactpersoon.

Foto Vincent  Fafieanie

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies