Aantal kinderen en jongeren die school verzuimen

Het aantal meldingen van leerplichtige kinderen en jongeren die in 2019/2020 niet bij een school stonden ingeschreven (absoluut verzuim) is na een jarenlange daling voor het tweede jaar op rij gestegen. In 2013/2014 stonden 6.714 kinderen en jongeren niet op een school ingeschreven. In 2017/2018 is dit aantal gedaald naar 4.515 en in 2019/2020 met 1.000 kinderen en jongeren gestegen naar 5.570.

Hiertegenover staat dat het aantal kinderen die niet ingeschreven stonden op school en weer teruggeleid zijn naar school sinds 2017/2018 stijgt. In 2019/2020 zijn 2.696 leerlingen weer teruggeleid naar school (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, 2021).

Laatst bewerkt: 27 mei 2021


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2021). Brief van de minister aan de Tweede Kamer over schoolverzuim en vrijstellingen funderend onderwijs, 24 februari 2021.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2021). Rapportage leerplichtwet schooljaar 2019/2020. Bijlage bij brief aan de Tweede Kamer.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2020). Brief van de minister aan de Tweede Kamer 30 januari 2020, betreffende 'Thuiszitters in het funderend onderwijs'. Den Haag: ministerie van OCW.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2019). Brief van de minister aan de Tweede Kamer 15 februari 2019 betreffende 'stand van zaken thuiszitters'. Den Haag: ministerie van OCW.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2018). Brief van Arie Slob aan de Tweede Kamer 18 februari 2018 betreffende schoolverzuim in het onderwijs Den Haag: ministerie van OCW.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2016). Leerplichtbrief van staatssecretaris Dekker aan de Tweede kamer dd. 3 februari 2016. Den Haag: ministerie van OCW.

Aantal langdurig thuiszitters

In het schooljaar 2019/2020 waren er 4.921 langdurig thuiszitters. Opnieuw is er een stijging van het aantal leerlingen die langer dan drie maanden ongeoorloofd niet naar school zijn geweest: ruim 300 meer dan een jaar eerder. Een jaar eerder ging het om 4.790 leerlingen. Het aantal langdurig thuiszitters blijft stijgen.

Van de 4.921 thuiszitters gaat het bij 2.451 meldingen om absoluut verzuim. Het gaat daarbij om leerlingen die niet op een school staan ingeschreven. In de overige gevallen gaat het om relatief verzuim van meer dan drie maanden. Het langdurig absoluut verzuim is sinds 2013/2014 gestegen van 1.411 naar 2.451 in 2019/2020 (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, 2021).

Laatst bewerkt: 27 mei 2021


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2021). Brief van de minister aan de Tweede Kamer over schoolverzuim en vrijstellingen funderend onderwijs, 24 februari 2021.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2021). Rapportage leerplichtwet schooljaar 2019/2020. Bijlage bij brief aan de Tweede Kamer.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2020). Brief van de minister aan de Tweede Kamer 30 januari 2020 betreffende 'Thuiszitters in het funderend onderwijs'. Den Haag: ministerie van OCW.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2019). Brief van de minister aan de Tweede Kamer 15 februari 2019 betreffende 'stand van zaken thuiszitters'. Den Haag: ministerie van OCW.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2018). Brief van Arie Slob aan de Tweede Kamer 18 februari 2018 betreffende schoolverzuim in het onderwijs Den Haag: ministerie van OCW.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2016). Leerplichtbrief van staatssecretaris Dekker aan de Tweede kamer dd. 3 februari 2016. Den Haag: ministerie van OCW.

Relatief verzuim per schooljaar

In 2019/2020 waren er 49.157 jongeren die meer dan zestien uur spijbelden in vier weken. Dat was fors minder dan een jaar eerder. Toen ging het om 63.372 leerlingen. Daar kunnen echter geen conclusies aan verbonden worden, omdat leerlingen in 2019/2020 vanwege de coronamaatregelen afstandsonderwijs kregen. Scholen waren in die periode niet verplicht om verzuimmeldingen door te geven aan de gemeenten.

De laatste jaren daalt het aantal spijbelaars gestaag. Uit de cijfers blijkt dat het totaal relatief verzuim tot 2012/2013 toenam, maar sindsdien is gedaald. Het aandeel van luxeverzuim blijft echter met circa 9 procent vrij constant.

Relatief verzuim per schooljaar

Schooljaar Totaal relatief verzuim Waarvan luxeverzuim Percentage luxeverzuim
2010-2011 79.658 6.415 8%
2011-2012 84.750 7.180 9%
2012-2013 88.655 8.200 9%
2013-2014 79.776 7.593 9,5%
2014-2015 72.732 6.429 8,8%
2015-2016 68.262 6.224 9,1%
2016-2017 66.725 6.593 9,8%
2017-2018 63.443 5.646 8,9%
2018-2019 63.732 6.113 9,6%
2019-2020 49.157 4.260 8,7%

Laatst bewerkt: 27 mei 2021


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

Percentage leerlingen dat naar eigen zeggen heeft gespijbeld

In 2017 zeiden 13 procent van de jongeren van 12 tot en met 16 jaar in het voortgezet onderwijs dat zij de laatste maand minimaal één lesuur hebben gespijbeld. Dat is ongeveer 1 op de 8 leerlingen.  

Jongens spijbelen in 2017 iets meer dan meisjes (verschil is echter niet significant): over de hele leeftijdsgroep gerekend heeft 14 procent van de jongens de laatste maand ten minste 1 uur gespijbeld, tegen ruim 12 procent van de meisjes. Oudere leerlingen spijbelen veel vaker dan jongere: bij 12-jarigen gaat het om ruim 4 procent en bij 16-jarigen om 23 procent. Verder blijken vwo-leerlingen minder vaak te spijbelen dan havo-leerlingen en vmbo-leerlingen. Daarnaast spijbelen leerlingen uit onvolledige gezinnen vaker dan leerlingen uit intacte gezinnen. Tot slot blijken leerlingen uit gezinnen met een hoge welvaart meer te spijbelen dan leerlingen uit gezinnen met een lage of gemiddelde welvaart.

Ten opzichte van 2013 is er sprake van een stijging van het percentage leerlingen in het voortgezet onderwijs dat spijbelt. Toen ging het om ruim 9 procent van de leerlingen. In 2017 gaat het om 13 procent. Deze stijging komt door een stijging van het aantal meisjes dat spijbelt (van 3 procent).

Deze gegevens zijn afkomstig uit het HBSC-onderzoek onder scholieren, een onderzoek waarbij leerlingen zelf worden bevraagd over allerlei zaken die met hun gezondheid en welzijn te maken hebben. Het grootschalig onderzoek wordt om de vier jaar uitgevoerd (Stevens e.a., 2018).

Laatst bewerkt: 5 februari 2020


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Stevens, G., Boer, M., Duinhof, E., ter Bogt, T., van den Eijnden, R., Kuyper, L., Visser, D., Vollebergh, W. & de Looze, M. (2018). HBSC 2017 Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht.
Vragen?

Vincent Fafieanie is contactpersoon.

Foto Vincent  Fafieanie

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies