• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Beslissen over hulp

Instrumenten

Instrumenten helpen jeugdhulpverleners beoordelen wat de problemen zijn, hoe ernstig die zijn en welke aanpak het meest effectief is. De Databank Instrumenten bevat een brede verzameling van honderdvijftig instrumenten die bruikbaar zijn in de kinderopvang, het onderwijs, de jeugdgezondheidszorg, de CJG's en de jeugdhulp.

Het gebruik van vragenlijsten, checklists of observatielijsten en richtlijnen heeft positieve effecten:

  • voorkomen van tunnelvisie bij een professional;
  • helpen bij het verkrijgen van een volledig beeld van de situatie;
  • professionals maken betere inschattingen van toekomstig gedrag zoals kans op herhaling bij jeugdcriminaliteit;
  • zorgvuldige beoordelen wat er aan de hand is, draagt ook bij aan de effectiviteit van de behandeling.

Instrument kiezen

Een professional voert onderzoek uit om het meest geschikte instrument te kiezen. Voor een hulpverlener kan het lastig zijn om de punten goed te beoordelen, dus meestal voert een gedragswetenschapper dit onderzoek uit. Hij stelt zichzelf de volgende vragen:

  • Is het instrument geschikt voor deze doelgroep en voor dit doel?
  • Is het instrument of de meetprocedure voldoende objectief? Beschikt het over een duidelijke instructie over de te volgen werkwijze, passende normen voor de interpretatie en maakt het gebruik van meerdere informanten (naast het kind of de ouders)?
  • Wat is de psychometrische kwaliteit van het instrument? Is het instrument betrouwbaar? Meet het wat je beoogt te meten (validiteit)? Is de onderzoeksgroep representatief?
  • Wat is de verhouding kosten en baten?
  • Hoe bruikbaar is een instrument om te beslissen wat er moet gebeuren in de behandeling?

Een gedragswetenschapper beoordeelt of het wetenschappelijke onderzoek goed is uitgevoerd, zodat uitspraken over betrouwbaarheid en validiteit mogelijk zijn. Meer informatie leest u in het artikel Gebruik van instrumenten in de praktijk (2010).

Problemen classificeren

Een classificatiesysteem zorgt voor eenheid van taal: iedereen benoemt problemen op dezelfde manier en hanteert dezelfde definitie. Het meest bekende classificatiesysteem is de DSM-IV, de Diagnostic and Statistic Manual of Mental Disorders (vierde editie). Met behulp van dit handboek stellen psychologen en psychiaters vast of en welke psychische stoornis een persoon heeft.
Het Nederlands Jeugdinstituut heeft CAP-J ontwikkeld, het 'Classificatiesysteem voor de Aard van de Problematiek van Jeugdigen (en ouders)'. CAP-J bevat beschrijvingen van problemen in het psychosociaal functioneren, de lichamelijke gezondheid, vaardigheden en cognitieve vaardigheden van kinderen en jongeren en problemen in het gezin, de opvoeding en omgeving.

Vragen?

Josine Holdorp is contactpersoon.

Foto Josine  Holdorp

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.