• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Angst

Wat werkt?

Wat precies de werkzame bestanddelen zijn binnen de preventie en behandeling van angst, is vooralsnog onbekend. Wel is er een aantal punten waarover nationaal en internationaal consensus bestaat onder onderzoekers.

Preventie

  • Cognitieve gedragstherapie is de meest evidence based methode voor het voorkomen en verminderen van angstproblemen bij kinderen en jongeren.
  • Het is nog niet goed duidelijk welke vorm van preventie (universeel, selectief of geïndiceerd) het meest effectief is.
  • Preventieprogramma’s werken vooral goed als zij gestructureerd zijn, met concrete doelen en getrainde uitvoerders.
  • Interactieve elementen (zoals rollenspellen en groepsopdrachten) en het betrekken van jeugdigen zelf bij de interventie kunnen het effect van preventieprogramma’s verhogen.

Behandeling

  • Cognitieve gedragstherapie is de enige overtuigend aangetoonde evidence based methode voor de behandeling van angst bij jeugdigen.
  • Cognitieve gedragstherapie is effectief voor verschillende doelgroepen, ongeacht de setting waarin de therapie wordt gegeven of de vorm (individueel/groepsmatig/online) waarin het wordt aangeboden.
  • Exposure (het blootstellen aan angstige situaties) is een zeer belangrijk element binnen cognitieve gedragstherapie voor angststoornissen.
  • Andere elementen die veel voorkomen in effectieve cognitief gedragstherapeutische interventies zijn psycho-educatie, het aanpakken van negatieve gedachten, ontspanningsoefeningen en het modelleren van dapper gedrag.
  • Het betrekken van ouders bij cognitieve gedragstherapie lijkt het effect van de behandeling niet te vergroten, maar kan wel relevant zijn voor het verhogen van de motivatie van de jeugdige of als er sprake is van psychopathologie bij de ouders.
  • Meer sessies van cognitieve gedragstherapie leiden tot grotere behandeleffecten, maar de intensiteit (vaker per week) maakt geen verschil.
  • Boostersessies binnen 1 tot 3 maanden na de behandeling kunnen het effect van cognitieve gedragstherapie versterken.
  • Wanneer cognitieve gedragstherapie geen of onvoldoende effect heeft op de angststoornis, kan aanvullend gekozen worden voor medicatie en dan bij voorkeur voor SSRI’s (Selective Serotonin Reuptake Inhibitors). Vanwege de ernstige bijwerkingen kan medicatie alleen voorgeschreven worden binnen de setting van een kinder- en jeugdpsychiater.

Meer informatie

Meer informatie over medicatie en psychologische behandelvormen bij angststoornissen is ook te vinden op de website van het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies