© Nederlands Jeugdinstituut
Catharijnesingel 47 • 3511 GC • Utrecht
Postbus 19221 • 3501 DE Utrecht
t: (030) 230 63 44 • f: (030) 230 63 12
e: infojeugd@nji.nl • i: www.nji.nl

Dossier: Pesten

Pesten is het systematisch psychisch onder druk zetten of het fysiek mishandelen van iemand die niet in staat is zich daartegen te verdedigen.

Inhoudsopgave:



Nieuws

Hier vindt u de laatste nieuwsberichten over pesten en aanverwante thema's. Wilt u de berichten per e-mail ontvangen? Neemt u dan een gratis abonnement op de Nieuwsbrief Jeugd.

Oudere berichten zijn terug te vinden in het nieuwsarchief van Nieuwsbrief Jeugd.


Probleemschets

Wat is pesten? Welke vormen van pesten zijn er? Hoe vaak komt pesten voor ? En welke factoren vergroten de kans dat een kind gepest wordt of zelf gaat pesten?


Definitie

Loading...


Cijfers

U vindt hier zowel gegevens over kinderen en jongeren die pesten als de kinderen en jongeren die gepest worden.


Cijfers over pesten

Loading...


Cijfers over gepest worden

Loading...


Risicofactoren

Bij het ontstaan van pesten spelen risicofactoren een rol die kunnen liggen in het kind zelf en in de omgeving.

Slachtofferkenmerken

Bij kinderen en jongeren die gepest worden is meestal sprake van een combinatie van bepaalde persoonlijkheidskenmerken met fysieke zwakte. Naast fysieke zwakte kan het ook zijn dat iemand net iets afwijkt van de ‘norm’, bijvoorbeeld omdat hij stottert of een accent heeft. De slachtoffers zijn in twee groepen te verdelen. De eerste groep bestaat uit passieve, onderdanige slachtoffers. Zij hebben een angstig reactiepatroon dat bij jongens gecombineerd wordt met fysieke zwakte. De tweede groep bestaat uit de zogenaamde provocatieve slachtoffers. Opvallend bij hen is een combinatie van angstige en agressieve reactiepatronen.

Pesten lijkt leeftijd- en seksegebonden. Vooral rond de leeftijd van 10 tot 14 jaar komt pesten veel voor. Jongens lijken vaker slachtoffer of dader van pesten dan meisjes. Zij krijgen bovendien meer te maken met direct fysiek en verbaal pesten. Meisjes zijn eerder het slachtoffer van sociale, relationele en indirecte vormen van pesten zoals uitsluiting en roddelen. Dit verband tussen sekse en vormen van pesten komt echter niet uit elk onderzoek naar voren. 

Daderkenmerken

Typische daders hebben over het algemeen een agressief reactiepatroon. Jongens die pesten, combineren dat meestal met fysieke kracht. Daders hebben vaak een positievere houding tegenover geweld dan hun leeftijdsgenoten. Zij kunnen zich vaak slecht inleven in hun slachtoffers en voelen zich nauwelijks verantwoordelijk voor hun daden.

Omgevingskenmerken

Jongens die gepest worden, hebben vaak een erg hechte band met hun moeders. De moeders van meisjes die gepest worden zijn juist eerder vijandig tegenover hun dochter dan overbeschermend.

Pesten kan een imitatie zijn van de agressie die kinderen thuis ervaren. Daarnaast wordt de kans dat kinderen gaan pesten groter als ouders weinig bij hen betrokken zijn, hen afwijzen en verwaarlozen of te weinig toezicht houden. Mogelijk hebben opvoedingskenmerken in de vroege kindertijd meer invloed op pesten dan op latere leeftijd.

De aanwezigheid van een vriendengroep die toekijkt en niet optreedt tegen het pesten, vergroot de kans dat het pesten doorgaat.

De kans op pesten en agressief gedrag is groter op scholen met een groot verloop onder leerkrachten, te weinig duidelijke gedragsregels, gering toezicht en een gebrek aan individuele benadering. Door op school een sfeer te creëren waarin harmonie en respect voor elkaar centraal staan kan het pesten worden omgevormd tot socialer gedrag.

Het zien van agressief gedrag op televisie kan bij sommige kinderen en adolescenten tot agressie leiden, maar de directe invloed van media op pesten is nog niet onderzocht.

Meer informatie
Meer informatie over risciofactoren bij pesten, vindt u in Risicofactoren bij pesten pdf


Gevolgen

Pesten is niet alleen schadelijk voor slachtoffers, maar ook voor de pester zelf en voor niet-betrokken toeschouwers.

Gevolgen voor slachtoffers van pesten

Een eenmalige pestervaring is zelden erg traumatiserend, ook als die heel ernstig is. Vooral kinderen die herhaaldelijk en op verschillende manieren zijn gepest, hebben last van sociale en emotionele problemen. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat gepest worden gevoelens van eenzaamheid en depressie vergroot en bestaande problemen verergert. Slachtoffers gaan zichzelf door het pesten minder leuk vinden, vertrouwen hun leeftijdsgenoten niet en zijn bang om naar school te gaan. Die gevoelens kunnen leiden tot verder isolement en diepere depressie en nog meer pestgedrag uitlokken. Kinderen die aan het begin van het schooljaar gepest worden, hebben een aanzienlijk grotere kans dat ze zes maanden later in datzelfde schooljaar ook gepest worden. Bovendien hebben ze vaker last van psychosomatische klachten, zoals hoofdpijn, slaapproblemen, buikpijn, bedplassen en vermoeidheid.

Gevolgen voor pesters

De gevolgen voor pesters zijn op korte termijn nog niet negatief. Zolang ze op school zitten, kunnen ze zich vaak goed staande houden. Hun schoolprestaties zijn beter dan die van gepeste kinderen en hun populariteit en zelfwaardering zijn ook groter. Op de lange termijn kunnen pesters echter wel sociale problemen krijgen. Een pestend kind leert dat het doelen kan bereiken zonder op een sociaal aangepaste manier met anderen te onderhandelen. Daardoor kan hij uiteindelijk onaangepaste gedragspatronen krijgen.

Kinderen en jongeren die op school anderen pesten, lopen een grotere kans op ernstige problemen in hun adolescentie. Ze komen vaker met justitie in aanraking, drinken meer alcohol en plegen vaker zelfmoord. Jongens die pestten zijn later vaker bij vechtpartijen betrokken. Meisjes die vroeger pestten hebben op latere leeftijd een grotere kans om betrokken te raken bij huiselijk geweld en om tienermoeder te worden. Kinderen van vroegere pestkoppen vertonen op hun beurt weer vaker problematisch gedrag.

Gevolgen voor klasgenoten

De hele klas kan last hebben van pesten. De verstoring en afleiding die het pesten veroorzaakt hinderen het leren. Op dagen waarop niet-betrokken kinderen iemand gepest zien worden, vinden ze school minder leuk. Kinderen die dagelijks geconfronteerd worden met pesten krijgen bovendien de boodschap dat toeschouwers niet ingrijpen, slachtoffers verdienen wat ze krijgen, macht belangrijker is dan rechtvaardigheid en dat volwassenen niet goed voor kinderen zorgen.

Bronnen

Fekkes, M. (2005). 'Bullying among elementary school children'. Leiden

Stassen Berger, K. (2007). 'Update on bullying at school: a science forgotten?', in: 'Developmental Review', 27, 90-126.


Beleid

Wat doet de overheid om pesten op school tegen te gaan?


Rijksbeleid

Scholen zijn verplicht hun leerlingen en personeel te beschermen tegen fysiek en psychisch geweld, dus ook tegen pesten. Dat staat in de Arbowet en in cao-afspraken. Scholen moeten daarom een antipestbeleid voeren, bijvoorbeeld door middel van lessen, introductieprogramma’s of boeken over pesten in de schoolbibliotheek.

Het overheidsbeleid is gericht op het zo goed mogelijk ondersteunen van scholen bij het vormgeven en uitvoeren van hun veiligheidsbeleid. De overheid ziet het als haar taak om scholen te informeren over effectieve antipestmethoden.

Het Centrum voor School en Veiligheid geeft een overzicht van methodes tegen pesten die bruikbaar zijn in het onderwijs, zoals lesprogramma’s en voorlichtingsmaterialen. Veelbelovende programma’s worden daarin als eerste genoemd. Uiteindelijk streeft de overheid ernaar om methodes op effectiviteit te laten toetsen en op te nemen in de Databank Effectieve Interventies van het Nederlands Jeugdinstituut.

Daarnaast ondersteunt het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW) organisaties die pesten op scholen tegengaan. Zo heeft het NJi heeft de opdracht gekregen Kwaliteitsteams Veiligheid op te zetten en financiert het ministerie de website Pestweb.nl.

Kwaliteitsteams Veiligheid

De Kwaliteitsteams Veiligheid hebben als doel Nederlandse scholen te ondersteunen bij het oplossen van veiligheidsvraagstukken en structureel veiligheidsbeleid op scholen te bevorderen.

De ondersteuning door een Kwaliteitsteam Veiligheid is kosteloos beschikbaar voor scholen die problemen met de sociale veiligheid in en om de school willen oplossen. De teams zijn in het hele land inzetbaar in het basis-, voortgezet, middelbaar beroeps-, praktijk- en speciaal onderwijs. Zij geven scholen advies-op-maat.

Pestweb

Pestweb is een onderdeel van het Centrum voor School en Veiligheid. De site biedt kinderen en jongeren die gepest worden hulp via chat, mail of telefoon. Medewerkers beantwoorden vragen, geven advies en bieden een luisterend oor aan leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs. Daarnaast kunnen ouders en leerkrachten er terecht voor advies en ondersteuning in het omgaan met kinderen die gepest worden.

Bronnen
Ministerie van OCW; Centrum voor School en Veiligheid


Internationaal beleid

In het voorjaar van 2009 heeft de regering van Groot-Brittannië een aantal richtlijnen opgesteld voor het bestrijden van pesten buiten de scholen. Pesten kan overal plaatsvinden en dus ook bij activiteiten en instellingen waarmee kinderen na schooltijd te maken hebben. Bovendien lopen kinderen die op school erg gepest worden meer risico om na schooltijd ook gepest te worden. De inzet van het beleid is dat de hele gemeenschap, en alle diensten die zich met kinderen en jongeren bezighouden, samenwerken aan het veranderen van hun cultuur zodat pesten onacceptabel wordt.

Inhoud richtlijnen en handboek

De richtlijnen zijn bedoeld om pesten op zes gebieden te bestrijden:

Om het anti-pestbeleid in praktijk te brengen is bij de richtlijnen een handboek ontwikkeld voor alle professionals en vrijwilligers die met kinderen en jongeren werken. Voor elke richtlijn zijn instructies opgenomen in de publicatie 'Safe from Bullying: Training Resources'. Daarin staat welke stappen nodig zijn om een anti-pestbeleid te ontwikkelen, wat dit beleid inhoudt, hoe mogelijke samenwerkingspartners te vinden zijn en procedures zijn op te zetten.

Per werkveld staat beschreven:

Het handboek en de trainingsmaterialen zijn te downloaden via de site van de Department for children schools and families:
Safe from bullying: Guidance and training resources for tackling bullying outside schools.

Genoemde adviezen zijn een uitbreiding van 'Safe to Learn', een richtlijn voor het tegengaan van pesten op school uit 2008. Deze richtlijn is te downloaden via de site Teachernet: Safe to Learn: embedding anti-bullying work in schools.


Beleidsstukken

Hier vindt u een selectie van relevante beleidsstukken, analyses of adviezen. De korte omschrijvingen zijn ontleend aan de literatuurcatalogus van het Nederlands Jeugdinstituut.


Praktijk

Wat werkt in het voorkomen of tegengaan van pesten?


Wat werkt?

Wereldwijd zijn er inmiddels veel antipestprogramma’s ontwikkeld. Het overgrote deel van deze programma’s wordt uitgevoerd op scholen. Naar de effectiviteit van deze programma's is nog relatief weinig onderzoek gedaan. Bovendien levert het onderzoek tot nu toe tegenstrijdige resultaten op.

Type interventies

Interventies om pesten te voorkomen of terug te dringen kunnen gericht zijn op de school, de klas of op individuele leerlingen, zowel 'pesters' als 'gepesten'. Voorbeelden van interventies op schoolniveau zijn het inzetten van leerlingen om pesten tegen te gaan, bijvoorbeeld door peer mediation, het opstellen van schoolregels tegen pesten en het verbeteren van toezicht op schoolpleinen. Klassikale interventies nemen vaak de vorm aan van groepsgesprekken over onderlinge relaties of specifiek over pesten. Een voorbeeld van een individuele interventie is assertiviteitstraining voor het slachtoffer. Andere mogelijkheden voor individuele interventie zijn speciale methodes zoals de Method of Shared Concern en de No Blame aanpak waarin pesten opgevat wordt als een conflict tussen twee partijen die samen tot een oplossing moeten komen.

Bullying Prevention Program

Een schoolbrede aanpak houdt in dat interventies op alle drie niveaus gecombineerd worden. Zo'n aanpak is tot nu toe het best onderbouwd en het meest geaccepteerd. Het bekendste schoolbrede programma is het Bullying Prevention Program dat Olweus in 1978 in Noorwegen heeft ontwikkeld. Opvallend is dat twee studies naar ditzelfde programma in Noorwegen compleet andere resultaten opleverden. Het eerste onderzoek vond grote afnames in pestgedrag, terwijl het tweede onderzoek juist toenames in pestgedrag aantrof. Inmiddels is ditzelfde programma, vaak met aanpassingen, in verschillende landen over de hele wereld uitgevoerd. Ook nu levert onderzoek geen eenduidig beeld op. De effecten zijn over het algemeen bescheiden en soms zelfs negatief. Al met al is er meer gedegen en systematisch onderzoek nodig om te bepalen hoe, wanneer en bij wie de schoolbrede aanpak effectief is.

PRIMA pakket

Ook in Nederland zijn verschillende anti-pest programma’s ontwikkeld. Het programma dat tot nu toe het best is onderbouwd en onderzocht is het schoolbrede PRIMA pakket. PRIMA staat voor PRoefIMplementatie Anti-pestbeleid in het basisonderwijs. Dit pakket is gebaseerd op het programma van Olweus. Effectonderzoek naar dit programma heeft vrij positieve resultaten opgeleverd. Op de scholen die met de PRIMA-methode werkten, bleek het pestgedrag meer te verminderen dan op de controlescholen. De verschillen waren echter niet altijd statistisch significant.

Digitaal pesten

Een nieuwe en steeds meer voorkomende vorm van pesten is digitaal pesten. Tot op heden zijn er weinig specifieke interventies ontwikkeld om digitaal pesten te voorkomen of terug te dringen. Wel is  in regionaal verband een aantal lespakketten of modules ontwikkeld. Voor zover bekend is er nog geen onderzoek naar de effecten van deze interventies gedaan.

Meer informatie
Meer informatie over wat werkt bij pesten kunt u vinden in:
Wat werkt tegen pesten?  pdf


Erkende interventies

De hieronder genoemde interventies zijn beschreven in de databank Effectieve Jeugdinterventies. In deze databank zijn interventies opgenomen die op zijn minst theoretisch goed onderbouwd zijn en door een onafhankelijke erkenningscommissie zijn erkend.

Met name gericht op pesten en gepest worden

Er bestaat tot dusver één in Nederland erkende interventie voor het voorkomen en verminderen van pesten: de 'PRIMA-methode'. Deze interventie richt zich op leerlingen in het reguliere basisonderwijs en wil pesten voorkomen en verminderen door een combinatie van activiteiten op schoolniveau, groepsniveau en individueel niveau.

Mede gericht op pesten en gepest worden

In de databank vindt u daarnaast twee interventies die mede gericht zijn op het voorkomen en verminderen van pesten. Het 'Marietje Kessels Project' is gericht op het vergroten van de fysieke en mentale weerbaarheid van leerlingen in groep 7 en 8 van het basisonderwijs. Zo moet voorkomen worden dat leerlingen slachtoffer worden van machtsmisbruik of zichzelf schuldig maken aan (seksueel) intimiderend of grensoverschrijdend gedrag, waaronder pesten. 'Plezier op School' is een zomercursus voor aanstaande brugklassers die op de basisschool gepest werden of andere problemen hadden in de omgang met leeftijdgenoten. Beoogd wordt hun sociale competentie te vergroten.


Instrumenten

Instrumenten om pesten te signaleren zijn er nauwelijks. De Pesttest laat kinderen zelf aangeven waar en wanneer er gepest wordt. Met de eerste vraag wordt bepaald of het kind gepest wordt, zelf pest of behoort bij de zwijgende middengroep. Voor elke groep zijn afzonderlijke vragen in de test opgenomen. De Pesttest is een instrument dat leerkrachten alert kan maken op pesten. Het is echter niet bekend of deze test een betrouwbaar beeld oplevert van het pestgedrag van leerlingen.
Hieronder vindt u een beschrijving uit de databank Instrumenten, Richtlijnen en Kwaliteitsstandaarden.

Ook in het buitenland zijn er nauwelijks specifieke instrumenten om na te gaan of een kind pest of gepest wordt (Griffin & Gross, 2004). Voor het meten van pesten bestaan drie typen instrumenten:

Zelfrapportage

Voorbeelden van zelfrapportage instrumenten zijn:

Het nadeel van zelfrapportage is dat kinderen de neiging kunnen hebben sociaal wenselijk te antwoorden of dat zij zich niet bewust zijn van hun eigen onwenselijke gedrag.

'Peer' nominatie

Een voorbeeld van een instrument waarmee groepsgenoten elkaar aanwijzen is het Peer Nomination Instrument (Crick & Grotpeter, 1995) voor kinderen van negen tot twaalf jaar. Hierbij moeten kinderen uit een lijst van groepsgenoten kiezen welke drie kinderen het meest voldoen aan een bepaalde omschrijving. De vraag is bijvoorbeeld wie van de kinderen in de klas het aardigste of het gemeenste is. Het nadeel van peer nominatie is dat sociale druk van invloed kan zijn op de antwoorden. Ook kunnen recente gebeurtenissen, zoals een eenmalige ruzie op het schoolplein, effect hebben op de nominaties. In dat geval zijn ze geen goede afspiegeling meer van stabiele trends of typische interactiepatronen in een groep.

Rapportage door leerkrachten

Een veelgebruikte vragenlijst voor leerkrachten is de Agressive Behavior-Teacher Checklist (Dodge & Coie, 1987). Zo'n vragenlijst kan nuttig zijn om aanvullende informatie te verzamelen over observeerbaar gedrag. De uitkomst hangt sterk af van de mate waarin een leerkracht zich bewust is van sociale nuances en van zijn bereidheid om in te grijpen. Daarnaast gebeurt pesten vaak achter de rug van een leerkracht om. Zowel dader als slachtoffer zijn geneigd om het pesten verborgen te houden voor de leerkracht.

Bronnen

Crick, N.R. & Grotpeter, J.K. (1995). Relational aggression, gender, and social-psychological adjustment. Child Development, 66, 710-722. 

Dodge, K.A. & Coie, J.D. (1987). Social information-processing factors in reactive and proactive aggression in children’s peer groups. Journal of Personality and Social Psychology, 53, 1146-1158.

Espelage, D.L. & Holt, M.K. (2001). Bullying and victimization during early adolescence: peer influences and psychosocial correlates. Journal of Emotional Abuse, 2, 123-142.

Griffin , R.S. & Gross, A.M. (2004). Childhood bullying: current empirical findings and future directions for research. Aggression and Violent Behavior, 9, 379-400.

Olweus, D. (1986). The Olweus Bully/Victim questionnaire. Bergen, Norway: University of Bergen.

Olweus, D. (1996). The revised Olweus Bully/Victim Questionnaire. Bergen, Norway: Research Center for Health Promotion (HEMIL Center), University of Bergen.

Rigby, K. (1997). The Peer Relations Assessment Questionnaire. Point Lonsdale: Professional Reading Guide.

Rigby, K. & Slee, P.T. (1993). The Peer Relations Questionnaire. Point Lonsdale: Professional Reading Guide.


Richtlijnen

Op internet zijn talloze voorbeelden te vinden van pestprotocollen voor het basisonderwijs. Veel basisscholen lijken deze te gebruiken als manier om pesten te voorkomen of effectief aan te pakken. Ook voor het voortgezet onderwijs zijn enkele voorbeelden van een pestprotocol te vinden op het internet. Bij wijze van voorbeeld zijn twee protocollen, die ook op de website www.pestweb.nl vermeld zijn, opgenomen in de Databank Instrumenten, Richtlijnen en Kwaliteitsstandaarden.

Daarnaast heeft een aantal koepelorganisaties het Nationaal Onderwijsprotocol tegen Pesten ontwikkeld. De aanpak die daarin wordt voorgesteld lijkt sterk op die van andere pestprotocollen. 

Ter aanvulling op de traditionele pestprotocollen is er inmiddels ook een protocol voor digitaal pesten. Het stoppen van digitaal pesten vraagt een paar specifieke handelingen, bijvoorbeeld wanneer ongewenste foto’s van een kind via het internet verspreid zijn. Verder komt de aanpak van het digitaal pesten grotendeels overeen met de aanpak van meer traditionele vormen van pesten.

Richtlijnen voor een effectieve aanpak van pesten zijn niet beschikbaar. Een wetenschappelijke verantwoording van de werkwijze in de protocollen ontbreekt tot op heden. 

Beschrijvingen

Hieronder vindt u een selectie van beschrijvingen uit de databank Instrumenten, Richtlijnen en Kwaliteitsstandaarden.


Voorzieningen

Op en rond school

Pesten gebeurt vaak op scholen, of die nu basis- of voortgezet, regulier of speciaal onderwijs geven. Daarom zijn scholen vaak de eerst aangewezen instanties om preventief op te treden tegen pestgedrag en in te grijpen als het pesten uit de hand gelopen is. Scholen kunnen aan pesten aandacht besteden in het normale curriculum of in speciale programma’s, die zij zowel klassikaal als in kleinere groepen kunnen uitvoeren.
Meestal kunnen kinderen die door pesten in de problemen zijn geraakt, binnen de school terecht bij een vertrouwenspersoon of een andere contactpersoon.
Ook voorzieningen zoals de schoolbegeleidingsdienst, het schoolmaatschappelijk werk, of een zorgadviesteam (ZAT) kunnen leerkrachten en kinderen bijstaan bij het oplossen van problemen.

Algemene voorzieningen

Daarnaast bestaan er algemene voorzieningen zoals de kindertelefoon, waar kinderen en jongeren in vertrouwen kunnen praten over een probleem en hulp, advies en informatie kunnen krijgen, en een JIP (Jongereninformatiepunt) waar jongeren terecht kunnen voor informatie en advies. Het gebruik van deze voorzieningen is kosteloos en vrij toegankelijk.
Een aantal internet sites heeft een soortgelijke functie. Bijvoorbeeld, op www.pestweb.nl kunnen kinderen van verschillende leeftijdgroepen, maar ook leerkrachten en ouders, hulp krijgen via chat, mail of telefoon.

Verdergaande hulp

Als er verdergaande hulp nodig is, komen voorzieningen als Bureau Jeugdzorg, instellingen voor Jeugd GGZ of een Psychologische Praktijk in beeld. Hiervoor is doorgaans een verwijzing nodig van de huisarts of het ZAT. In overleg met deze instellingen wordt dan een verder traject vastgesteld. Psychologische praktijken werken vaak met trainingen als de Kanjertraining.


Literatuur

Hier vindt u enkele suggesties voor literatuur over pesten. Dit is een selectie uit de literatuurcatalogus van het Nederlands Jeugdinstituut, waarin u elders op deze site ook zelf kunt zoeken naar literatuur.


Onderzoek

Hieronder vindt u een selectie van relevante onderzoeken die zijn opgenomen in de databank Nederlands Onderzoek Jeugd en Opvoeding. Deze databank bevat beschrijvingen van lopend en afgesloten onderzoek.


Agenda

Meer congressen voor de jeugdsector vindt u elders op de site in de agenda.


Links


Begrippen

Hieronder vindt u een beknopte uitleg van begrippen die te maken hebben met pesten. De omschrijvingen komen uit de Jeugdthesaurus, die u elders op deze site kunt raadplegen.