© Nederlands Jeugdinstituut
Catharijnesingel 47 • 3511 GC • Utrecht
Postbus 19221 • 3501 DE Utrecht
t: (030) 230 63 44 • f: (030) 230 63 12
e: infojeugd@nji.nl • i: www.nji.nl

Dossier: Kindermishandeling

Kindermishandeling is een ernstig maatschappelijk probleem dat voortdurende aandacht vraagt.
Kindermishandeling verstoort een gezonde ontwikkeling en kan leiden tot blijvende schade bij het kind.

Inhoudsopgave:



Nieuws

Hier vindt u de laatste nieuwsberichten over kindermishandeling en aanverwante thema's. Wilt u de berichten per e-mail ontvangen? Neemt u dan een gratis abonnement op de Nieuwsbrief Jeugd.

Oudere berichten zijn terug te vinden in het nieuwsarchief van Nieuwsbrief Jeugd.


Probleemschets

Hier krijgt u antwoord op de belangrijkste vragen over kindermishandeling: hoe vaak en in welke vormen komt kindermishandeling voor, hoe komen ouders ertoe en wat kunnen de gevolgen zijn voor het kind?


Definitie

Loading...


Vormen

Kindermishandeling komt voor in verschillende vormen. In gezinnen waarin kindermishandeling plaatsvindt gaat het vaak om meer vormen tegelijk.

Lichamelijke mishandeling
Onder lichamelijke kindermishandeling vallen alle vormen van lichamelijk geweld tegen het kind, zoals slaan, schoppen, bijten, knijpen, krabben, het toebrengen van brandwonden of het kind laten vallen. Bij betrekkelijk 'lichte' vormen van lichamelijk geweld is er sprake van kindermishandeling als ze zich regelmatig voordoen.

Een bijzondere vorm van lichamelijke kindermishandeling is het shakenbabysyndroom, waarbij een baby zo hard door elkaar geschud wordt dat hij daar een reeks van klachten aan overhoudt. Een andere bijzondere vorm is het Münchhausen-by-proxysyndroom, waarbij ouders, meestal moeders, hun kind opzettelijk ziek maken of beweren dat het ziek is.

Vrouwelijke genitale verminking of meisjesbesnijdenis is ook een vorm van lichamelijke mishandeling. Het is een gebruik waarbij de clitoris (deels) wordt besneden of verwijderd. Ouders zeggen de besnijdenis uit te laten voeren uit liefde, om het kind te beschermen en om haar toekomst veilig te stellen. Veel meisjes en vrouwen zien de ingreep als iets vanzelfsprekends. Het komt in Nederland vooral voor bij migranten uit Afrikaanse landen rond de Sahara. Meer informatie op de website Focal Point van Pharos.

Lichamelijke en psychische verwaarlozing
Lichamelijke verwaarlozing is een passieve vorm van kindermishandeling, omdat een kind daardoor niet de zorg en verzorging krijgt die het nodig heeft. Bij psychische of emotionele verwaarlozing schieten de ouders of opvoeders doorlopend tekort in het geven van positieve aandacht aan het kind. Daarmee negeren ze structureel de basale behoeften van het kind aan liefde, warmte, geborgenheid en steun. Meer informatie 

Psychische of emotionele mishandeling
Van psychische of emotionele mishandeling is sprake wanneer ouders of andere opvoeders met hun houding en hun gedrag afwijzing en vijandigheid uitstralen tegenover het kind. Ze schelden het kind regelmatig uit, laten het herhaaldelijk horen dat het niet gewenst is of maken het kind opzettelijk bang. Psychische of emotionele mishandeling kan ook bestaan uit denigrerende uitspraken over het kind tegenover anderen, waar het kind zelf bij is.

Seksueel misbruik
Seksueel misbruik bestaat uit alle seksuele aanrakingen die een volwassene een kind opdringt. Door het lichamelijke of relationele overwicht, de emotionele druk, of door dwang en geweld van de volwassene kan het kind die aanrakingen niet weigeren.

Getuige van huiselijk geweld
De laatste jaren is er toenemende aandacht voor kinderen die getuige zijn van geweld in het gezin. Die ervaringen kunnen ook schade bij het kind veroorzaken. Bovendien zijn er kinderen die zowel getuige zijn van geweld in het gezin als zelf mishandeld worden. Meer informatie

Bron
Wolzak, A. & Ten Berge, I. (2005). 'Kindermishandeling. De aanpak in Nederland'. Utrecht/Amsterdam, NIZW Jeugd/SWP.


Shakenbabysyndroom

Het 'shakenbabysyndroom' betekent letterlijk: het syndroom van de door elkaar geschudde baby. Het syndroom ontstaat wanneer ouders of opvoeders een baby zo hard door elkaar schudden dat hij daar een reeks van klachten aan overhoudt.
Het shakenbabysyndroom komt voornamelijk voor bij kinderen onder de 4 jaar. De kans op letsel als gevolg van het schudden is het grootst bij baby's tot ongeveer 1 jaar. De meeste slachtoffers vallen in de leeftijdscategorie van drie tot acht maanden, maar ook dreumesen en peuters kunnen verwondingen oplopen als ze te hard door elkaar worden geschud.

Hersenbeschadiging
Het hoofd van een baby is groot en zwaar in verhouding tot de rest van zijn lichaam. Bovendien zijn de nekspieren nog niet sterk genoeg om het hoofd zonder steun rechtop te kunnen houden. Als een baby geschud wordt, gaat zijn hoofdje met veel kracht heen en weer. Dat kan beschadigingen veroorzaken aan de hersenen, bloedvaten en zenuwen, met blijvend letsel of zelfs de dood tot gevolg.
Door het krachtig schudden worden de hersenen tegen de schedel gedrukt en ontstaat een hersenbeschadiging. Kinderen die lijden aan het shakenbabysyndroom blijken vijf tot twintig seconden door elkaar te zijn geschud en in de meeste gevallen minder dan veertig keer. De normale omgang met een baby en spelletjes als hop-paardje-hop kunnen dit syndroom niet veroorzaken.

Stress of paniek
De twee belangrijkste redenen waarom ouders hun jonge kinderen door elkaar schudden zijn een aanhoudende stresssituatie of een paniekreactie. In beide gevallen realiseren ouders zich onvoldoende hoe gevaarlijk het schudden is.
Als ouders hun baby schudden door stress, zijn zij meestal overspannen of kunnen ze weinig aan. Ze schudden de baby vooral als hij onophoudelijk huilt en ze zich daardoor erg machteloos en boos voelen. Als ze hun baby niet op andere manieren tot bedaren krijgen, proberen ze hem in hun wanhoop soms stil te krijgen door hem te schudden.
Ouders kunnen hun kind ook schudden omdat zij in paniek zijn, bijvoorbeeld bij een ademstilstand van het kind. Ze schudden het kind dan heftig door elkaar om het weer te laten ademhalen.

De gevolgen
Een geschudde baby reageert in eerste instantie niet echt anders dan normaal. De letsels zijn meestal niet direct zichtbaar omdat ze zich bijna altijd bevinden op de plaats waar de hersenen overgaan in het ruggenmerg. De schade zit vooral in de zenuwbanen in de nek die voor de controle van de ademhaling zorgen. Daardoor kan er zwelling van de hersenen en  zuurstoftekort optreden. Dit kan tot blijvende beschadigingen leiden, in het ergste geval met de dood tot gevolg.
Directe gevolgen of symptomen van het schudden zijn bijvoorbeeld doofheid, blindheid, overgeven, niet kunnen slikken, ademhalingsmoeilijkheden, prikkelbaarheid en bloedingen in de ogen. Deze symptomen komen bij 50 tot 80 procent van de slachtoffers voor. In een later stadium kunnen de gevolgen tot uitdrukking komen in leerproblemen, spraakproblemen, ontwikkelingsachterstand, mentale achterstand, coma en overlijden.

Wat is eraan te doen?
De beschadigingen in de hersenen zijn in het algemeen blijvend. Toch kan snelle medische hulp en de juiste diagnose voorkomen dat de gevolgen verergeren, bijvoorbeeld door behandeling van een zwelling in de hersenen.
Om het shakenbabysyndroom te voorkomen is het belangrijk dat ouders voldoende informatie krijgen over de ernst van het probleem en dat ze beter leren omgaan met stress.

Bronnen
Kind en gezin (2002). 'Het Shaken Infant Syndrome: wetenschappelijk dossier'. Brussel, Kind en gezin.
www.dontshake.com
www.aboutshakenbaby.com


Het Münchhausen-by-proxysyndroom

Het Münchhausen-by-proxysyndroom is een vorm van lichamelijke kindermishandeling. Ouders, meestal moeders, maken hun kind opzettelijk ziek of beweren dat het ziek is. Artsen onderzoeken het kind maar kunnen niets vinden. Als ze wel iets vinden heeft de ouder de ziekteverschijnselen opgewekt, bijvoorbeeld door het kind te vergiftigen.

Baron Von Münchhausen
De naam van dit syndroom is ontleend aan baron Von Münchhausen (1720-1790) die bekend stond om zijn sterke verhalen. Mensen die lijden aan het syndroom van Münchhausen maken zichzelf opzettelijk ziek of zeggen ziek te zijn. Zij simuleren acute klachten en ondergaan daarvoor herhaaldelijk medische behandelingen. De reden daarvoor kan een roep om aandacht zijn, maar ook behoefte aan onderdak voor de nacht of een drugsverslaving. Het toevoegsel 'by proxy' betekent 'bij volmacht' en geeft aan dat iemand de klachten bij een ander veinst of aanbrengt.

Moeders die aandacht willen
Ouders die hun kind ziek maken om aandacht te trekken hebben ongetwijfeld psychiatrische problemen. Ze hebben een persoonlijkheidsstoornis zoals borderline, ze somatiseren klachten, zijn verslaafd of verwonden zichzelf. De meeste vrouwen hadden daar al last van voordat zij kinderen kregen. Moeders die aan Münchhausen by proxy (MBP) lijden, hebben vaak in de gezondheidszorg gewerkt. Daardoor weten zij veel van ziekteverschijnselen en kennen ze de medische termen.
Vaak doen moeders met dit syndroom er nog een schepje bovenop als zij zich niet gehoord voelen of hun zin niet krijgen. Zij dikken de klachten die hun kind zou hebben aan en brengen het kind nog meer schade toe. Als anderen de bedoelingen van zo'n moeder doorzien en haar ermee confronteren dat zij zelf aandacht wil, reageert zij met verontwaardigde ontkenning. Door haar psychische problemen blijft zij vaak hardnekkig ontkennen en is therapeutische behandeling moeilijk, zo niet onmogelijk.

Ingrijpende gevolgen
De gevolgen voor kinderen die het slachtoffer zijn van het Münchhausen-by-proxysyndroom kunnen ingrijpend zijn. Veel kinderen kampen met ernstige lichamelijke klachten omdat zij onnodige operaties hebben ondergaan en last hebben van de bijwerkingen en complicaties. Zij kunnen verminkt raken en zelfs overlijden als gevolg van het gedrag van hun moeder of van de onderzoeken.
Bovendien loopt hun psychosociale ontwikkeling door het veelvuldige ziekenhuisbezoek vaak achter. Zij hebben bijvoorbeeld moeite om vriendschappen aan te gaan met leeftijdsgenoten en kunnen moeilijk loskomen van hun ouders. Veel kinderen zijn angstig en hebben het gevoel dat zij tekortschieten. Daarnaast kunnen kinderen leerachterstanden krijgen omdat zij vaak van school verzuimen. Velen ontwikkelen posttraumatische stressverschijnselen door de medische onderzoeken en behandelingen die ze hebben ondergaan.

Moeilijk te geloven
Het Münchhausen-by-proxysyndroom is moeilijk vast te stellen. Veel artsen weten niet dat het bestaat of weigeren te geloven dat er ouders zijn die tot deze vorm van kindermishandeling in staat zijn. Het ongeloof van artsen wordt vaak versterkt doordat de moeders een zorgzame en aangepaste indruk maken. Zij beschikken vaak over medische kennis en spannen zich in om de relatie met de arts een persoonlijke en hechte vorm te geven. Dikwijls slagen zij erin de arts zo te manipuleren dat die niet doorheeft dat zij hem voor haar karretje spant. De moeder weet de arts te betrekken in haar toneelstukje van de bezorgde moeder, de toegewijde arts en het lijdende kind. Gekwetste ijdelheid van de arts kan een reden zijn dat hij de diagnose MBP niet stelt. Hij wil niet geloven of toegeven dat hij medeplichtig is geworden.

Onderzoeksmogelijkheden
De ware toedracht van de klachten van het kind kunnen ook verdoezeld worden door de vraaggerichte houding van de arts en de technische onderzoeksmogelijkheden. De angst om een verkeerde diagnose te stellen of een somatische verklaring over het hoofd te zien, maakt het moeilijk om de feiten op tafel te krijgen, zeker in combinatie met een eisende of dwingende houding van de ouders. Als een arts het vermoeden uit dat een moeder haar kind met opzet ziek maakt, zal zij dat hardnekkig en vol overtuiging ontkennen. Het kind gelooft meestal dat zijn moeder het beste met hem voorheeft en zal de arts niet vertellen dat hij zich niet ziek voelt.

Patronen doorbreken
Bij een vermoeden van MBP is het zaak dat de arts het volledige patiëntendossier bekijkt om het ziekteverloop en het verwijspatroon te bestuderen. Soms is het nodig om in het ziekenhuis videocamera's te plaatsen of uitgebreid forensisch onderzoek te doen om sluitend bewijs te kunnen verkrijgen. In het belang van het kind zijn gerichte veranderingen nodig, zoals toezicht op het naar school gaan. Ook moet een arts in staat zijn tegelijkertijd het vertrouwen van de ouder te winnen, de medische zorg voor het kind te bieden en het 'shoppen' te beperken. Een melding bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling kan daarbij helpen.

Strafrecht
Naast het langdurig beschermen van de kinderen, biedt het strafrecht mogelijkheden om MBP te stoppen. Psychiatrisch onderzoek van de moeder, en eventueel TBS met dwangverpleging, is vaak nodig om de hardnekkige ontkenning van ouders te doorbreken. Resultaten van zo'n aanpak zijn nog niet bekend, maar het lijkt de moeite van het proberen waard.

Bronnen
Berckelaer-Onnes, I.A. van (2002). 'De perfecte moeder ontmaskerd?', in: 'Tijdschrift voor Orthopedagogiek', jaargang 41, nummer 10, p.501-514.

Buis, S. (2005). 'Münchhausen by proxy. Een ondergesignaleerd probleem', in: 'Tijdschrift over Kindermishandeling', jaargang 19, nummer 3, p.10-14.

Ligthart, L. en R. Vecht (2000). 'Het achterland van kindermishandeling: het syndroom van Münchhausen-by-proxy', in: 'Elimpost', jaargang 65, nummer 1, p.21-34.

Loader, P. en C. Kelly (1998). 'Het 'Munchausen by proxy'-syndroom: een verhalende benadering tot verklaring', in: 'Gezinstherapie', jaargang 9, nummer 1, p.73-88.

Vecht, R. (2000). 'Münchhausen by proxy. Gestoord ouderschap - zieke kinderen'. Utrecht, Bohn Stafleu Van Loghum.


Lichamelijke en psychische verwaarlozing

Verwaarlozing is een passieve vorm van kindermishandeling, omdat ouders structureel iets nalaten: het vervullen van de basisbehoeften van kinderen. Tussen lichamelijke en psychische verwaarlozing bestaan verschillen maar ook veel overeenkomsten.

Lichamelijke verwaarlozing
Bij lichamelijke verwaarlozing komen ouders of opvoeders langdurig onvoldoende tegemoet aan de lichamelijke basisbehoeften van het kind. Het gaat dan bijvoorbeeld om structureel te weinig, slechte of onregelmatige voeding geven, onvoldoende bescherming bieden tegen kou, en het onvoldoende bieden van veilige ontwikkelingsmogelijkheden en medische zorg. Het kind krijgt niet de zorg en verzorging waar het gezien zijn leeftijd behoefte aan heeft en recht op heeft.

Psychische verwaarlozing
Van psychische verwaarlozing is sprake wanneer een kind systematisch geen aandacht of genegenheid krijgt. Psychische verwaarlozing begint vaak al vanaf de eerste levensjaren. De ouder is in emotioneel opzicht niet beschikbaar en negeert het huilen en andere signalen van onrust, onvrede, vragen om hulp, aandacht, warmte en geruststelling. De ouder doet dit ondanks de spontane initiatieven van de baby om wel te communiceren. Ook oudere kinderen worden verwaarloosd doordat hun ouders hen aan hun lot overlaten, negeren, opsluiten of op een andere manier in de steek laten. Het lijkt alsof het kind niet bestaat. De relatie tussen ouder en kind kenmerkt zich door liefdeloosheid en afwijzing.

Machteloosheid en lage verwachtingen
In gezinnen waarin sprake is van verwaarlozing overheersen vaak gevoelens van machteloosheid. Alle gezinsleden, maar de ouders in het bijzonder, ervaren op voorhand hun eigen inspanningen en die van anderen als zinloos. Ze uiten hun gevoelens minder en vager dan in andere gezinnen gebeurt. Bovendien is de band tussen de gezinsleden zwak en is er in vergelijking met andere gezinnen meer rolvervaging. Daarnaast zijn er in deze gezinnen weinig regels en grenzen. De ouders verwachten weinig van hun kinderen of zijn daar uitgesproken vaag over. De ouders kijken nauwelijks om naar hun kinderen, corrigeren hen soms met een schreeuw zonder erop te letten of dat effect heeft of niet. De kinderen gaan hun eigen gang en zoeken hun eigen vertier.

Beperkte mogelijkheden van ouders
Verwaarlozing is in het algemeen het gevolg van de beperkte mogelijkheden van ouders om de behoeften van hun kinderen te vervullen. Meer specifiek speelt bij deze ouders:

Bij verwaarlozende ouders komt een gebrek aan kennis over de ontwikkeling van kinderen en van de manier waarop die gestimuleerd zou moeten worden, het meeste voor.

Niet kunnen gedijen
Lichamelijke verwaarlozing door ondervoeding zorgt voor groei- en ontwikkelingsachterstand bij het kind. Dan is er sprake van 'organic failure to thrive': het kind kan niet gedijen. Kenmerkend voor dit syndroom zijn een te geringe toename of zelfs een stilstand van de groei door het tekort aan noodzakelijke voedingstoffen. Op den duur leidt deze vorm van verwaarlozing tot een daling van het lichaamsgewicht.
Het gedrag van het kind verandert ook. Het huilt snel, is snel geprikkeld, is moeilijk te kalmeren of juist apatisch, maakt weinig oogcontact en reageert niet adequaat op menselijke stemmen en gezichten. Verder is er een vertraagde ontwikkeling van de psychomotoriek en de spraak. Lichamelijke verwaarlozing komt het meest voor in de eerste twee levensjaren van een kind. Dat is de periode van snelle groei en grote afhankelijkheid van volwassenen.

Ook psychische verwaarlozing leidt tot groeiachterstand
Verschillende auteurs wijzen erop dat ook ernstige psychische verwaarlozing ertoe leidt dat kinderen, ondanks voldoende lichamelijke zorg, een duidelijke achterstand in hun groei en ontwikkeling krijgen. Een tekort aan emotionele zorg kan leiden tot een groeiachterstand zonder organische oorzaak: 'non-organic failure to thrive'.

Intensieve hulp nodig
De prognose voor gezinnen waarin verwaarlozing voorkomt is slecht. Dat komt door de beperkte cognitieve vermogens van ouders, hun gebrek aan besef van wat er schort aan de manier waarop ze met hun kinderen omgaan. Ook spelen de sociale en materiële omstandigheden van deze gezinnen een rol. Doorslaggevend is vooral hun gebrek aan vertrouwen dat zij zaken in positieve zin kunnen veranderen. Deze gezinnen hebben meestal intensieve hulp nodig waarbij de ouders op meerdere fronten ondersteuning krijgen.

Bronnen
Baartman, H.E.M. (1996). 'Opvoeden kan zeer doen. Over oorzaken van kindermishandeling, hulpverlening en preventie'. Utrecht, Uitgeverij SWP.

Dijkstra, S. (2006). 'Verwaarlozing: slepend, sluipend en soms definitief slopend', in: 'Ouderschap en ouderbegeleiding', jaargang 9, nummer 2, p.127-139.

Hekken, S. van (1992). 'Verwaarlozing: achtergronden, gevolgen en behandeling', in: 'H. Baartman en A. van Montfoort (red.) Kindermishandeling. Resultaten van multidisciplinair onderzoek'. Utrecht, Data Medica.

Kromhout, M. (1996). 'Verwaarloosde kinderen. Opvattingen uit het veld'. Leiden, PEWA/Rijksuniversiteit Leiden.

Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. 'Kindermishandeling; meldenswaard!'. Antwerpen, Vertrouwenscentrum Kindermishandeling.


Kinderen die getuige zijn van gezinsgeweld

Kindermishandeling is een vorm van huiselijk geweld. Geschat wordt dat in 30 tot 70 procent van de gezinnen waarin vrouwen worden mishandeld door hun man ook de kinderen worden mishandeld. Daarnaast kunnen kinderen die zelf geen direct slachtoffer zijn wel getuige zijn van huiselijk geweld. Over de mate waarin kinderen getuige zijn van overige vormen van huiselijk geweld is nog weinig bekend, bijvoorbeeld over mannenmishandeling, mishandeling in homorelaties en geweld tussen broers en zussen.

Kinderen in de schaduw

De aandacht voor kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld is relatief nieuw. In Nederland wordt er pas vanaf eind jaren negentig over gepubliceerd. Hulpverleners in de vrouwenopvang waren de eersten die de problemen van kinderen van mishandelde moeders signaleerden. Zij ontwikkelden methodieken om hen te helpen om te gaan met angst, agressie en depressiviteit. Over die methodieken staat nog weinig op papier.

Onderzoek in de kinderschoenen

Het onderzoek naar de aard en omvang van de problemen van kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld staat nog in de kinderschoenen.Vooral in de Verenigde Staten en Canada is er werk van gemaakt. Hoewel die onderzoeken nog geen precies beeld hebben opgeleverd van de oorzaken, omvang en gevolgen, is wel duidelijk welke problemen kinderen kunnen krijgen als zij getuige zijn geweest van geweld tussen hun ouders. Dat is te voorspellen aan de hand van drie theorieën: de hechtingstheorie, de sociale-leertheorie en de traumatheorie.

Veilige hechting

De hechtingstheorie gaat ervan uit dat kinderen voor een gezonde ontwikkeling een veilige hechting met betrouwbare anderen nodig hebben. Geweld in het gezin betekent voor kinderen dat hun ouders niet voor veiligheid en bescherming kunnen zorgen. Dat kan leiden tot een blijvende vervorming van het beeld dat kinderen hebben van zichzelf, van anderen en van de wereld.

Het leren van gedrag

In de sociale-leertheorie ligt de nadruk op de invloed van de sociale omgeving bij het aanleren van nieuw gedrag. Kinderen leren gedragspatronen via hun waarneming en hun ervaringen. Als kinderen zien dat hun vader hun moeder mishandelt, leren zij dat geweld en intieme relaties samengaan en dat mannen daarbij een - fysiek - machtsoverwicht hebben. Bovendien leren ze dat geweld een geaccepteerd en geldig middel is om je zin te krijgen.

Traumatisch

De traumatheorie brengt de angst, bedreiging en hulpeloosheid die kinderen die getuige zijn van geweld ervaren, in verband met traumatisering. Herhaalde traumatische gebeurtenissen in de kindertijd vervormen de persoonlijkheid en beïnvloeden de ontwikkeling van voelen en denken en de relatie met zichzelf en anderen.

Hulp

De manier waarop een beroepskracht kan omgaan met de situatie van een kind dat getuige is van geweld verschilt niet wezenlijk van de stappen die hij in gevallen van kindermishandeling moet zetten. Die stappen zijn gekoppeld aan zes fasen in de aanpak van de problemen: het ontstaan van een vermoeden, overleg, nader onderzoek, hulp op gang brengen, evaluatie en nazorg.

Net als het onderzoek staat de hulpverlening aan deze kinderen en hun ouders nog in de kinderschoenen. Wel is duidelijk dat voor kinderen die getuige zijn van geweld tussen hun ouders systeemgerichte en intergenerationele vormen van hulpverlening nodig zijn.

Meer informatie

Zie voor meer informatie het dossier Partnergeweld.

Bronnen

Baeten, P. en E. Geurts (2002). 'In de schaduw van het geweld. Kinderen die getuige zijn van geweld tussen hun ouders'. Utrecht, NIZW.

Dijkstra, S (2001). 'Kinderen die getuige zijn van geweld tussen hun ouders. Een basisverkenning van korte- en langetermijneffecten'. Bilthoven, Dijkstra onderzoek en advies.

Edleson, J.L. (1999). 'Children's witnessing of adult domestic violence', in: 'Journal of Interpersonal Violence', volume 14, nummer 8, p.839-870.

Herman, J.L. (1993). 'Trauma en herstel. De gevolgen van geweld -van mishandeling thuis tot politiek geweld'. Amsterdam, Wereldbibliotheek.


Cijfers

Loading...


Risicofactoren

Kindermishandeling is het gevolg van een combinatie van uiteenlopende risicofactoren:

Problemen en persoonlijkheid van de ouder
Ouders die hun kind mishandelen of verwaarlozen hebben relatief vaak psychische of psychiatrische problemen. Daarnaast lopen ouders die zelf als kind mishandeld zijn of in hun jeugd andere negatieve ervaringen in het gezin hebben meegemaakt, een groter risico om hun eigen kind te mishandelen. Verder hebben mishandelende ouders meer dan andere ouders een gebrek aan pedagogisch besef. Tegenover hun kind ontbreekt het hen aan verwachtingen, beleving, sensitiviteit en empathie.

Kwetsbare kinderen
Sommige kinderen zijn moeilijker op te voeden dan andere kinderen. Het opvoeden van kinderen die extra zorg, aandacht en geduld van ouders vragen, zoals kinderen die te vroeg geboren zijn of kinderen met een lichamelijke of verstandelijke handicap, geeft de ouders waarschijnlijk meer stress en gevoelens van incompetentie. Ook kinderen die problematisch gedrag vertonen, doen een groot beroep op de opvoedingskwaliteiten en inspanningen van ouders en zijn voor ouders een bron van stress. Op jonge leeftijd zijn deze kinderen bovendien fysiek en emotioneel erg afhankelijk van hun opvoeders, en daarmee extra kwetsbaar voor mishandeling en verwaarlozing.

Leefomstandigheden
In gezinnen waarin kindermishandeling voorkomt gaan de gezinsleden vaak op een negatieve manier met elkaar om. Bij fysieke kindermishandeling overheerst geweld in de onderlinge contacten. Daarnaast wonen gezinnen waarin mishandeling plaatsvindt relatief vaak in buurten met zwakke sociale verbanden, criminaliteit, drugsproblematiek, armoede en achterstand. De bredere sociaal-culturele context waarin ouders opvoeden kan ook van invloed zijn: als geweld in een samenleving meer getolereerd wordt komt fysieke mishandeling vaker voor dan wanneer dat niet zo is.

Het lijkt erop dat ook alleenstaand ouderschap en gezinsgrootte risicofactoren zijn voor kindermishandeling. Hoe dat verband precies ligt is niet duidelijk. Het is aannemelijk dat alleenstaand ouderschap of het hebben van een groot gezin voor een ouder een bron van stress is en daarmee zijn functioneren als opvoeder beïnvloedt. 

Risicofactoren bij seksueel misbruik
Naar specifieke risicofactoren voor seksueel misbruik is nog weinig onderzoek gedaan. Seksueel misbruik in het gezin kan een uiting zijn van verstoorde gezinsverhoudingen. Vaak spelen daarin communicatieproblemen, sociale isolatie en een tekort aan emotionele betrokkenheid en flexibiliteit een rol. Ook kan er sprake zijn van geweld tussen de partners.
Jonge kinderen en kinderen met een handicap, chronische ziekte of ontwikkelingsachterstand zijn extra kwetsbaar voor seksueel misbruik. Meisjes lopen een groter risico dan jongens, zeker wanneer zij bij een stiefvader wonen. Zowel voor jongens als voor meisjes geldt dat zij meer risico lopen wanneer zij opgroeien bij één biologische ouder. Seksueel misbruik komt vaker voor in gezinnen waarin de moeder, letterlijk of emotioneel, afwezig is. Dat is bijvoorbeeld het geval als de moeder buitenshuis werkt, verslaafd of ziek is.

Meer informatie
Meer informatie over risicofactoren en beschermende factoren bij kindermishandeling vindt u in:
Risicofactoren en beschermende factoren bij kindermishandeling pdf.

Algemene informatie over oorzaken en achtergronden van problematische ontwikkeling bij kinderen vindt u in:
Oorzaken en achtergronden van problematische ontwikkeling pdf.


Beschermende factoren

Beschermende factoren bieden tegenwicht aan de risicofactoren bij het kind, de opvoeders en de gezinsomgeving. Ze kunnen zowel bij de opvoeders als bij het kind liggen. Ook zijn er specifieke factoren die een kind kunnen beschermen tegen seksueel misbruik.  

Bij de opvoeder(s)
Factoren bij de opvoeder(s) die het kind beschermen tegen kindermishandeling zijn:

Bij het kind
Factoren bij het kind zelf die bescherming bieden tegen de gevolgen van kindermishandeling zijn:

Beschermende factoren bij seksueel misbruik
Over beschermende factoren bij seksueel misbruik is nog weinig bekend, maar een paar factoren lijken een gunstig effect te hebben op de gevolgen van seksueel misbruik:

Meer informatie
Meer informatie over risicofactoren en beschermende factoren bij kindermishandeling is te vinden in onderstaand document:
Risicofactoren en beschermende factoren bij kindermishandeling pdf

Algemene informatie over oorzaken en achtergronden van problematische ontwikkeling bij kinderen staat in:
Oorzaken en achtergronden van problematische ontwikkeling pdf


Gevolgen

De ontwikkeling van een kind hangt voor een groot deel af van de interactie met de ouders. Dat geldt zeker in de eerste levensjaren. Later gaat de omgeving een steeds belangrijkere rol spelen. De liefdevolle zorg en aandacht van de ouder is voor het opgroeiende kind een basis voor wederzijds vertrouwen. Het kind kan zich daardoor in een veilige sfeer ontplooien. Bovendien stimuleert de positieve aandacht van de ouder het kind om zich evenwichtig te ontwikkelen op emotioneel, intellectueel en lichamelijk gebied.

In het geval van kindermishandeling ontbreekt die geborgenheid en komt de ontwikkeling van een kind zwaar onder druk te staan. Het ondermijnt het vertrouwen van het kind in anderen. Als het kind de buitenwereld als vijandig ervaart, dan verstoort dat zijn omgang met de kinderen en volwassenen om hem heen. Het kind zoekt de schuld voor het gedrag van de mishandelende ouder bij zichzelf. Daardoor krijgt hij een verwrongen, negatief beeld van zichzelf en loopt zijn zelfvertrouwen een grote deuk op.

Niet elk kind lijdt even veel onder mishandeling. De belangrijkste factoren die het effect bepalen, zijn:

Gevolgen tijdens de jeugd
Een van de mogelijke gevolgen van kindermishandeling op korte termijn is lichamelijk letsel. In extreme gevallen, bij zware lichamelijke mishandeling of verwaarlozing, kan het kind zelfs aan de gevolgen overlijden. Ook remt kindermishandeling de ontwikkeling en kan kindermishandeling stoornissen veroorzaken. Mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbruik van het kind verstoren de normale vorming van het netwerk van zenuwen in een deel van de hersenen.

Gevolgen op volwassen leeftijd
Gevolgen van kindermishandeling op lange termijn zijn bijvoorbeeld posttraumatische stressstoornissen en dissociatieve stoornissen. Ook lichamelijke klachten met een psychische oorzaak komen voor. Een volwassene die als kind is mishandeld, kan zijn toevlucht zoeken tot verslaving, zelfverwonding en zelfmoord als de herinneringen aan thuis ondraaglijk worden.

Gevolgen voor de maatschappij
De onveiligheid die kinderen tijdens hun opvoeding ervaren is een belangrijke oorzaak van gedrag dat de maatschappij als overlast en als bedreiging van de veiligheid ervaart. Verslaving is een van de manieren om de ellendige gevolgen van kindermishandeling in de jeugd te ontvluchten. Die verslaving aan drugs en alcohol brengt overlast voor de omgeving  mee. Andere maatschappelijke gevolgen van kindermishandeling zijn de kosten van de behandeling die slachtoffers nodig hebben. 

Meer informatie
Meer informatie over de gevolgen van kindermishandeling vindt u in onderstaand document:
Gevolgen van kindermishandeling  pdf


Beleid

In dit onderdeel van het themadossier staat een overzicht van de ontwikkelingen in het overheidsbeleid rond de aanpak van kindermishandeling en het verbeteren daarvan. Naast relevante wetsbepalingen en het beleid in Nederland komen ook internationale ontwikkelingen aan bod.


Rijksbeleid

Minister Rouvoet voor Jeugd en Gezin heeft in juni 2007 een actieplan voor de aanpak van kindermishandeling naar de Tweede Kamer gestuurd onder de titel 'Kinderen veilig thuis'. In dat actieplan staat een aantal kernpunten voor de aanpak van kindermishandeling. Ze zijn onderdeel van de landelijk invoering van de RAAK-methode, een samenhangend pakket van maatregelen om de aanpak van kindermishandeling op regionaal niveau te verbeteren.

Meldcode kindermishandeling

Op 1 januari 2011 treedt naar verwachting de Wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling in werking. De wet stelt gebruik van een meldcode verplicht voor professionals bij (mogelijke) signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling. De wet geldt na invoering voor ruim 1 miljoen professionals in gezondheidszorg, jeugdzorg, welzijn, onderwijs en justitie. De ministeries van VWS, Jeugd en Gezin, OCW en Justitie hebben een basismodel voor de meldcode opgesteld. De meldcode bestaat uit een stappenplan waarin staat wat een professional moet doen bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling.
U kunt het basismodel downloaden via www.meldcode.nl.

Landelijke invoering
Het Nederlands Jeugdinstituut ondersteunt de landelijke invoering van de RAAK-methode volgens het actieplan 'Kinderen veilig thuis'. De rijksoverheid heeft 35 centrumgemeenten gevraagd sluitende afspraken te maken tussen lokale en regionale partners over de aanpak van kindermishandeling en om professionals een programma van training en scholing aan te bieden. Voor het vervullen van de regierol krijgt elke centrumgemeente een subsidie van 250.000 euro voor het aanstellen van een regionale coördinator van 2008 tot 2011.
Elders op deze website vindt u meer informatie over de regionale aanpak kindermishandeling.

Publiekscampagne
Bewustwording van het bestaan en de gevolgen van kindermishandeling is het uitgangspunt van een sluitende aanpak. Het ministerie voor Jeugd en Gezin is in maart 2009 gestart met een publiekscampagne die zich richt op bewustwording. De campagne loopt minimaal twee jaar. Er wordt onder andere gebruik gemaakt van tv, radio, schriftelijke materialen en internet.
Meer informatie vindt u op de website van het ministerie voor Jeugd en Gezin.

Meer informatie
Meer informatie over de voornemens van de overheid en de landelijke invoering van de RAAK-methode vindt u in:

Daarnaast vindt u op de website van het ministerie voor Jeugd en Gezin beleidsinformatie in het dossier Kindermishandeling.


Wetgeving

Voor de aanpak van kindermishandeling zijn verscheidene wetsbepalingen relevant.

Wetboek van Strafrecht
Verschillende artikelen in het Wetboek van strafrecht zijn van belang voor de strafbaarheid van kindermishandeling.

Boek Titel Artikelen
1 I. Omvang van de werking van de strafwet 5 en 5a
1 VIII. Verval van recht tot strafvordering en van de straf 70 en 71
2 XIV. Misdrijven tegen de zeden 239 - 253
2 XV. Verlating van hulpbehoevenden 255 - 260
2 XIX. Misdrijven tegen het leven gericht 290 - 292
2 XX. Mishandeling 300 - 305

De teksten van genoemde artikelen vindt u op de voorlichtingswebsite van de landelijke overheid 'Overheid.nl': Wetboek van strafrecht.

Verbod op gebruik van geweld in de opvoeding
In april 2007 is een bepaling aan het Burgerlijk Wetboek toegevoegd die gebruik van lichamelijk of geestelijk geweld tegen kinderen in de opvoeding afkeurt. De bepaling is toegevoegd aan: Burgerlijk Wetboek (Eerste boek): artikel 247

Wetsartikelen misbruik en/of mishandeling binnen instellingen
Voor enkele beroepsgroepen is wettelijk vastgelegd welke actie een instelling moet ondernemen als er een vermoeden rijst dat een medewerker in de betreffende instelling een kind mishandelt of seksueel misbruikt.

Sector Wet Artikel
Jeugdzorg Wet op de jeugdzorg artikel 21
Zorgsector Kwaliteitswet zorginstellingen artikel 4a
Primair onderwijs Wet op het primair onderwijs artikel 4a
Voortgezet onderwijs Wet op het voortgezet onderwijs artikel 3
Beroepsonderwijs Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.3.8
Expertisecentra Wet op de expertisecentra artikel 4a

Voor meer informatie over de bepalingen in het onderwijs:
Project Preventie Seksuele Intimidatie (PPSI) Vraag en anwoord: Wat houdt de meld- en aangifteplicht in?

VN-Verdrag inzake de rechten van het kind
Het Verdrag inzake de rechten van het kind van de Verenigde Naties is opgesteld in New York op 20 november 1989 en voor Nederland in werking getreden op 8 maart 1995. Voor de bestrijding van kindermishandeling en de verantwoordelijkheid van de overheid bevat het verdrag een aantal artikelen, waaronder artikel 4, 5, 6, 18, 19 en 27. Het verdrag en informatie over het verdrag vindt u op www.kinderrechten.nl.


Internationaal beleid

De noodzaak om kindermishandeling aan te pakken wordt wereldwijd onderschreven. Dat blijkt uit een aantal internationale ontwikkelingen.

VN-verdrag inzake de rechten van het kind
De Verenigde Naties (VN) hebben de rechten van het kind vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Nederland is sinds 1995 gebonden aan dit VN-Verdrag. Een speciaal VN-comité houdt er toezicht op dat landen zich houden aan de afspraken in het verdrag. In meerdere verdagsartikelen komt naar voren komt dat ieder kind recht heeft op een opvoeding die leidt tot een gezonde ontwikkeling en dat overheden alles in het werk moeten stellen om kinderen tegen elke vorm van kindermishandeling te beschermen. Meer informatie over het verdrag vindt u op www.kinderrechten.nl.

Onderzoek Verenigde Naties
Voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN) heeft een VN-rapporteur een rapport opgesteld over geweld tegen kinderen. In zijn rapport vraagt hij aandacht voor geweld tegen kinderen door volwassenen. Het rapport bevat aanbevelingen om geweld tegen kinderen te voorkomen en er adequaat op te reageren. Die aanbevelingen zijn gebaseerd op bestaand en nieuw onderzoek.  Ze gaan vooral over geweld tegen kinderen in vijf situaties: thuis en in het gezin, op school en in andere educatieve instellingen, in instellingen, in de gemeenschap en op de werkvloer. Voor regeringen staan in het rapport essentiële en tijdsgebonden doelen. Het rapport is te dowloaden via www.unviolencestudy.org.

Rapporten World Health Organisation
De World Health Organisation (WHO) heeft in 2002 het 'World report on violence and health' gepubliceerd. Hierin staat dat kindermishandeling een gezondheidsprobleem is, dat met wereldwijde investeringen bestreden moet worden. De presentatie van dit rapport was een onderdeel van de 'Global campaign for violence prevention' van de WHO. Hierin wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor gezinsgeweld en de noodzaak en mogelijkheden tot preventie. In oktober 2006 heeft de WHO een handleiding voor overheden gepubliceerd waarmee zij invulling kunnen geven aan de preventie van kindermishandeling.
Zie: www.who.int.


Beleidsstukken

Hier vindt u een selectie van relevante beleidsstukken, analyses of adviezen. De korte omschrijvingen zijn ontleend aan de literatuurcatalogus van het Nederlands Jeugdinstituut.


Praktijk

Wat werkt bij de preventie van kindermishandeling en het verlenen van hulp? Welke interventies en instrumenten zijn effectief voor het bestrijden en signaleren van kindermishandeling? Welke richtlijnen zijn verwerkt in meldcodes en protocollen? En welke voorzieningen bestaan er om ouders te ondersteunen bij de opvoeding?


Wat werkt?

Effectieve bestrijding van kindermishandeling vraagt om samenhangende activiteiten op verschillende niveaus, zowel ter voorkoming als behandeling van kindermishandeling.

Universele en selectieve preventie
Universele preventie richt zich op alle ouders, opvoeders en kinderen. Universele preventie bestaat bijvoorbeeld uit beleid en wetgeving, opvoedingsondersteuning aan alle ouders, en voorlichting en training voor alle kinderen. Selectieve preventie bestaat uit het aanbieden van voorlichting en training aan groepen waarin kindermishandeling meer dan gemiddeld voorkomt. Vormen van selectieve preventie zijn bijvoorbeeld: zorgen voor een grotere beschikbaarheid van reguliere zorg in risicowijken, buurtprogramma's organiseren, ouders intensief betrekken bij programma's ter bestrijding van onderwijsachterstanden.

Geïndiceerde preventie
Geïndiceerde preventie is gericht op gezinnen die een verhoogd risico lopen op kindermishandeling. Voor deze gezinnen kunnen intensieve 'homevisiting'-programma's ingezet worden. Deze vorm van ondersteuning vindt plaats bij gezinnen thuis en is gericht op het vergroten van kennis en vaardigheden die bijdragen aan de gezonde ontwikkeling van ouders, kinderen en gezinnen. Over het algemeen hebben deze programma's positieve effecten als ze aan een aantal voorwaarden voldoen, zoals een tijdige start, een meervoudig aanbod en specifieke aandacht voor risico- en beschermende factoren.

Interventies bij vroege signalen
Deze vorm van preventie is gericht op ouders, andere opvoeders of kinderen bij wie al signalen van opvoedingsproblemen te zien zijn. Een aantal programma's kan deze gezinnen waarschijnlijk helpen. Al deze programma's hebben een cognitief-gedragsmatige basis. Daarnaast bestaan er gezinsondersteuningsprogramma's die intensiever zijn of langer duren: homevisiting-programma's. Daarin krijgen gezinnen praktische hulp op verschillende levensgebieden. Homevisiting-programma's kunnen positieve effecten hebben op gevoelens van competentie, ondersteuning en opvoedingsvaardigheden. In combinatie met speciale onderdelen voor kinderen of interventies gericht op concrete opvoedingsvaardigheden kunnen de effecten nog groter zijn.

Hulpverlening
Bij vermoedens of constatering van kindermishandeling moet zo snel mogelijk worden ingegrepen. De interventies bestaan dan uit hulpverlening, strafrechtelijke of civielrechtelijke (jeugdbeschermings)maatregelen of combinaties daarvan. Bij seksueel misbruik is aangifte bij de politie de standaardprocedure. Interventies kunnen zich richten op het kind, de ouders en het gezin. Over het algemeen geeft een cognitief-gedragsmatige behandeling de beste resultaten. Bij kinderen is de behandeling vooral gericht op zelfregulatie van hun gedachten, gevoel en gedrag. Bij ouders is de behandeling vooral gericht op het reguleren van hun eigen gedrag en van gewenst en ongewenst gedrag bij hun kinderen. Het meest effectief blijkt een 'multimodale' aanpak. Dat betekent dat het hulpaanbod aan de verschillende betrokkenen voldoende onderlinge samenhang heeft, dat het aanbod gericht is op meerdere betrokkenen tegelijk - bijvoorbeeld ouders, kinderen, familie en sociaal netwerk - en dat het gebaseerd is op een gemeenschappelijke visie, analyse en behandelingsplanning van de instellingen die betrokken zijn bij de hulp.

Meer informatie
Meer informatie over werkzame principes bij kindermishandeling vindt u in het document Wat werkt bij de aanpak van kindermishandeling?  pdf


Erkende interventies

Om kindermishandeling bij kinderen en jongeren te voorkomen, verhelpen of compenseren zijn in binnen- en buitenland verschillende interventies ontwikkeld. In Nederlandse interventies wordt kindermishandeling lang niet altijd expliciet als doel genoemd. Uit omschrijvingen zoals ‘ernstige opvoedingsproblemen’ in combinatie met ‘problemen van kinderen die wijzen op een verstoorde ontwikkeling’ valt dan op te maken dat deze interventies ook bij kindermishandeling zijn te gebruiken.

In een aantal gevallen kan een hieronder genoemde interventie zowel een preventieve als hulpverlenende werking hebben, afhankelijk van de fase waarin de interventie wordt ingezet.

Hieronder vindt u een selectie van interventies uit de databank Effectieve Jeugdinterventies. In deze databank zijn interventies opgenomen die op zijn minst theoretisch goed onderbouwd zijn en door een onafhankelijke erkenningscommissie zijn erkend.

Preventie

Voorzorg, Triple P, Parent-Child Interaction Therapy en Stevig Ouderschap zijn preventieve interventies. Preventieve interventies zijn vooral op ouders gericht en hebben meestal tot doel hun opvoedingsvaardigheden te versterken om zo kindermishandeling te voorkomen. Daarnaast bestaan er interventies voor kinderen waarmee professionals proberen de kans op mishandeling of seksueel misbruik te verkleinen door kinderen weerbaarder te maken. Het Marietje Kessels Project is hiervoor geschikt.

Hulpverlening

Er zijn twee soorten curatieve interventies te onderscheiden als het om kindermishandeling gaat. Sommige zijn gericht op het gezin en bedoeld om in crisissituaties in te grijpen en uithuisplaatsing te voorkomen. Zij zijn bedoeld om de kindermishandeling te stoppen. Families First, IOG, Jeugdhulp Thuis en OVG zijn dergelijke programma’s. Andere interventies zijn gericht op kinderen en hebben als doel de gevolgen van kindermishandeling te bestrijden. EMDR, Horizonmethodiek, STEPS en Denken en voelen zijn hiervoor bedoeld. Een voorwaarde om een van deze laatste interventies in te zetten is dat de mishandeling, verwaarlozing of het misbruik gestopt is en dat het kind in een veilige opvoedingssituatie verkeert.


Instrumenten

In Nederland zijn er nog nauwelijks specifieke instrumenten om op een betrouwbare manier kindermishandeling vast te stellen. Wel zijn er allerlei hulpmiddelen die professionals ondersteunen bij de beoordeling van hun vermoedens van kindermishandeling. Zo zijn er signalenlijsten van kindermishandeling voor verschillende leeftijdscategorieën.

Daarnaast zijn er allerlei vragenlijsten waarmee professionals het functioneren van gezinnen in kaart kunnen brengen. Deze zijn niet specifiek bedoeld om vermoedens van kindermishandeling te beoordelen, maar geven wel inzicht in de relaties en dynamiek in het gezin, wat een aanwijzing kan zijn voor mogelijke problemen in de omgang tussen ouder en kind.

Er zijn ook enkele instrumenten waarmee professionals een risicotaxatie kunnen maken. Risicotaxatie in het kader van kindermishandeling is de inschatting hoe waarschijnlijk het is dat een kind in de toekomst (opnieuw) mishandeld, verwaarloosd of misbruikt zal worden.

Hieronder vindt u een selectie van beschrijvingen uit de databank Instrumenten, Richtlijnen en Kwaliteitsstandaarden.

Signalenlijsten

Tientallen signalen kunnen wijzen op kindermishandeling. Dat betekent overigens niet dat er bij zo'n signaal automatisch sprake is van kindermishandeling. Het vraagt om een zorgvuldige beoordeling en gesprekken met ouders en kinderen en eventuele andere betrokkenen voordat een professional kan beslissen of er sprake is van een voor het kind bedreigende situatie.

Onderstaande lijsten geven een overzicht van signalen van kindermishandeling. De documenten kunt u downloaden als pdf-bestand (uitleg).

Vroegsignalering

Om tijdig in te schatten of een verwonding van een kind mogelijk het gevolg is van kindermishandeling hebben de afdelingen Spoedeisende hulp van ziekenhuizen het zogenaamde 'SPUTOVAMO-formulier' ontwikkeld. Dit wijst artsen en verpleegkundigen op een aantal relevante onderwerpen bij hun beoordeling of er mogelijk sprake is van kindermishandeling als een kind met verwondingen op de Spoedeisende hulp binnenkomt.

De NOSIK, de verkorte versie van de Nijmeegse Ouderlijke Stress Index, is geschikt om snel een indruk te krijgen van de stress die ouders in de opvoeding ervaren. Stress in de opvoeding kan een risico voor kindermishandeling vormen.

Screening

Bij een screening met een gezinsvragenlijst wordt een eerste analyse gemaakt van de problemen in een gezin. De bedoeling is te onderzoeken of er problemen in de opvoeding en interactie in een gezin zijn en hoe ernstig de klachten zijn.

Diagnostiek

Diagnostische instrumenten leveren een meer diepgaand beeld op van de gezinssituatie. Over het algemeen dient een gedragsdeskundige ze af te nemen. De meeste vragenlijsten worden door de ouders ingevuld. Alleen de FRT is bedoeld om kinderen te vragen hoe zij tegen het gezin aan kijken. De GEST is ontwikkeld vanuit de structurele gezinssysteemtheorie om met het hele gezin inzicht in de onderlinge relaties te krijgen.

Met de VGF maakt een hulpverlener een inschatting van de situatie in het gezin.

Risicotaxatie

Er is een aantal risicotaxatie-instrumenten die bedoeld zijn om de kans op kindermishandeling in te schatten. Ten Berge (2008) heeft een overzicht van de beschikbare risicotaxatie-instrumenten gemaakt en geeft een beschrijving van de stand van zaken in de ontwikkeling en de wetenschappelijke onderbouwing ervan. Alleen naar de 'Child Abuse Potential Inventory' en de 'Child Abuse Risk Evaluation' is in het buitenland onderzoek naar de betrouwbaarheid en validiteit uitgevoerd.

Berge, I. ten (2008). Instrumenten voor risicotaxatie in situaties van (vermoedelijke) kindermishandeling: Notitie op verzoek van de MOgroep jeugdzorg. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut.


Richtlijnen

Basismodel meldcode kindermishandeling

Op 1 januari 2011 treedt naar verwachting de Wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling in werking. De wet stelt gebruik van een meldcode verplicht voor professionals bij (mogelijke) signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling. De wet is na invoering van toepassing op ruim 1 miljoen professionals in de gezondheidszorg, jeugdzorg, welzijn, onderwijs en justitie. De ministeries van VWS, Jeugd en Gezin, OCW en Justitie hebben een basismodel voor de meldcode opgesteld. De meldcode bestaat uit een stappenplan waarin staat wat een professional moet doen bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. Het basismodel is te downloaden via www.meldcode.nl.

Specifieke meldcodes

In de gezondheidszorg is een aantal specifieke meldcodes ontwikkeld met expliciete aandacht voor het doorbreken van het beroepsgeheim. Verder zijn er landelijke voorbeeldprotocollen beschikbaar voor diverse sectoren, waaronder de kinderopvang en het onderwijs, 

Richtlijn na overlijden

De 'Richtlijn na het overlijden van minderjarigen' is bedoeld om systematisch vast te stellen of een jeugdige overleden is door een natuurlijke doodsoorzaak of dat er sprake is van strafbaar menselijk handelen. Als na het overlijden van een kind blijkt dat er sprake is geweest van kindermishandeling, kunnen andere kinderen in het gezin hulp en bescherming krijgen. 

Beschrijvingen richtlijnen

Hieronder vindt u een selectie van beschrijvingen uit de databank Instrumenten, Richtlijnen en Kwaliteitsstandaarden.


Culturele aspecten

Kindermishandeling in migrantengezinnen kan soms andere vormen aannemen, en andere oorzaken en gevolgen hebben dan in autochtone gezinnen. Daarom is in sommige gevallen ook een andere aanpak nodig.

Interculturele competenties

Hulpverleners staan voor de vraag in hoeverre het handelen van de ouders als opvoedingsstijl al dan niet acceptabel is binnen een bepaalde cultuur. In de hulpverlening aan mensen met een andere culturele achtergrond is het daarom belangrijk om een open dialoog te voeren. Door interculturele competenties van hulpverleners te versterken, krijgen ze handvatten om daartoe beter in staat te zijn.

Emancipatie

De emancipatieprocessen die in Nederland vanzelfsprekend zijn geworden, zijn dat niet voor in Nederland wonende migrantengroepen. Daarom is het belangrijk aandacht te hebben voor geïsoleerde groepen, waaronder allochtone mannen van de eerste generatie. Sommige mannen uit migrantenculturen hebben argwaan tegen hulpverleners en hulp zoeken wordt gezien als zwak. Voorlichting kan het taboe om hulp te zoeken doorbreken en de drempel naar hulpverlening verlagen.

Werken met tolken

Over het gebruik van een tolk zijn de meningen verdeeld. Sommige ouders willen liever geen tolk, omdat ze bang zijn dat hun probleem dan in hun gemeenschap bekend zal worden. Kinderen mogen nooit gebruikt worden als tolk, zeker niet als het over mishandeling gaat. De machtspositie die het kind daarmee verwerft, kan het probleem verergeren.

Preventie belangrijk bij meisjesbesnijdenis

Bij meisjesbesnijdenis is het vooral belangrijk dat het risico erop op tijd onderkend wordt en dat er preventieve interventies worden in gezet. Voorlichting aan ouders kan helpen de medische complicaties die kunnen optreden, te begrijpen.

Meer informatie

Bekijk voor meer informatie over kindermishandeling in migrantengezinnen het kennisdossier van Pharos, het landelijk kennis- en adviescentrum op het gebied van de gezondheid van vluchtelingen en nieuwkomers.


Voorzieningen

Dossier Kindermishandeling
© Nederlands Jeugdinstituut
Catharijnesingel 47 • 3511 GC • Utrecht
Postbus 19221 • 3501 DE Utrecht
t: (030) 230 63 44 • f: (030) 230 63 12
e: infojeugd@nji.nl • i: www.nji.nl

Dossier: Kindermishandeling

Kindermishandeling is een ernstig maatschappelijk probleem dat voortdurende aandacht vraagt.
Kindermishandeling verstoort een gezonde ontwikkeling en kan leiden tot blijvende schade bij het kind.

Inhoudsopgave:



Nieuws

Hier vindt u de laatste nieuwsberichten over kindermishandeling en aanverwante thema's. Wilt u de berichten per e-mail ontvangen? Neemt u dan een gratis abonnement op de Nieuwsbrief Jeugd.

Oudere berichten zijn terug te vinden in het nieuwsarchief van Nieuwsbrief Jeugd.


Probleemschets

Hier krijgt u antwoord op de belangrijkste vragen over kindermishandeling: hoe vaak en in welke vormen komt kindermishandeling voor, hoe komen ouders ertoe en wat kunnen de gevolgen zijn voor het kind?


Definitie

Loading...


Vormen

Kindermishandeling komt voor in verschillende vormen. In gezinnen waarin kindermishandeling plaatsvindt gaat het vaak om meer vormen tegelijk.

Lichamelijke mishandeling
Onder lichamelijke kindermishandeling vallen alle vormen van lichamelijk geweld tegen het kind, zoals slaan, schoppen, bijten, knijpen, krabben, het toebrengen van brandwonden of het kind laten vallen. Bij betrekkelijk 'lichte' vormen van lichamelijk geweld is er sprake van kindermishandeling als ze zich regelmatig voordoen.

Een bijzondere vorm van lichamelijke kindermishandeling is het shakenbabysyndroom, waarbij een baby zo hard door elkaar geschud wordt dat hij daar een reeks van klachten aan overhoudt. Een andere bijzondere vorm is het Münchhausen-by-proxysyndroom, waarbij ouders, meestal moeders, hun kind opzettelijk ziek maken of beweren dat het ziek is.

Vrouwelijke genitale verminking of meisjesbesnijdenis is ook een vorm van lichamelijke mishandeling. Het is een gebruik waarbij de clitoris (deels) wordt besneden of verwijderd. Ouders zeggen de besnijdenis uit te laten voeren uit liefde, om het kind te beschermen en om haar toekomst veilig te stellen. Veel meisjes en vrouwen zien de ingreep als iets vanzelfsprekends. Het komt in Nederland vooral voor bij migranten uit Afrikaanse landen rond de Sahara. Meer informatie op de website Focal Point van Pharos.

Lichamelijke en psychische verwaarlozing
Lichamelijke verwaarlozing is een passieve vorm van kindermishandeling, omdat een kind daardoor niet de zorg en verzorging krijgt die het nodig heeft. Bij psychische of emotionele verwaarlozing schieten de ouders of opvoeders doorlopend tekort in het geven van positieve aandacht aan het kind. Daarmee negeren ze structureel de basale behoeften van het kind aan liefde, warmte, geborgenheid en steun. Meer informatie 

Psychische of emotionele mishandeling
Van psychische of emotionele mishandeling is sprake wanneer ouders of andere opvoeders met hun houding en hun gedrag afwijzing en vijandigheid uitstralen tegenover het kind. Ze schelden het kind regelmatig uit, laten het herhaaldelijk horen dat het niet gewenst is of maken het kind opzettelijk bang. Psychische of emotionele mishandeling kan ook bestaan uit denigrerende uitspraken over het kind tegenover anderen, waar het kind zelf bij is.

Seksueel misbruik
Seksueel misbruik bestaat uit alle seksuele aanrakingen die een volwassene een kind opdringt. Door het lichamelijke of relationele overwicht, de emotionele druk, of door dwang en geweld van de volwassene kan het kind die aanrakingen niet weigeren.

Getuige van huiselijk geweld
De laatste jaren is er toenemende aandacht voor kinderen die getuige zijn van geweld in het gezin. Die ervaringen kunnen ook schade bij het kind veroorzaken. Bovendien zijn er kinderen die zowel getuige zijn van geweld in het gezin als zelf mishandeld worden. Meer informatie

Bron
Wolzak, A. & Ten Berge, I. (2005). 'Kindermishandeling. De aanpak in Nederland'. Utrecht/Amsterdam, NIZW Jeugd/SWP.


Shakenbabysyndroom

Het 'shakenbabysyndroom' betekent letterlijk: het syndroom van de door elkaar geschudde baby. Het syndroom ontstaat wanneer ouders of opvoeders een baby zo hard door elkaar schudden dat hij daar een reeks van klachten aan overhoudt.
Het shakenbabysyndroom komt voornamelijk voor bij kinderen onder de 4 jaar. De kans op letsel als gevolg van het schudden is het grootst bij baby's tot ongeveer 1 jaar. De meeste slachtoffers vallen in de leeftijdscategorie van drie tot acht maanden, maar ook dreumesen en peuters kunnen verwondingen oplopen als ze te hard door elkaar worden geschud.

Hersenbeschadiging
Het hoofd van een baby is groot en zwaar in verhouding tot de rest van zijn lichaam. Bovendien zijn de nekspieren nog niet sterk genoeg om het hoofd zonder steun rechtop te kunnen houden. Als een baby geschud wordt, gaat zijn hoofdje met veel kracht heen en weer. Dat kan beschadigingen veroorzaken aan de hersenen, bloedvaten en zenuwen, met blijvend letsel of zelfs de dood tot gevolg.
Door het krachtig schudden worden de hersenen tegen de schedel gedrukt en ontstaat een hersenbeschadiging. Kinderen die lijden aan het shakenbabysyndroom blijken vijf tot twintig seconden door elkaar te zijn geschud en in de meeste gevallen minder dan veertig keer. De normale omgang met een baby en spelletjes als hop-paardje-hop kunnen dit syndroom niet veroorzaken.

Stress of paniek
De twee belangrijkste redenen waarom ouders hun jonge kinderen door elkaar schudden zijn een aanhoudende stresssituatie of een paniekreactie. In beide gevallen realiseren ouders zich onvoldoende hoe gevaarlijk het schudden is.
Als ouders hun baby schudden door stress, zijn zij meestal overspannen of kunnen ze weinig aan. Ze schudden de baby vooral als hij onophoudelijk huilt en ze zich daardoor erg machteloos en boos voelen. Als ze hun baby niet op andere manieren tot bedaren krijgen, proberen ze hem in hun wanhoop soms stil te krijgen door hem te schudden.
Ouders kunnen hun kind ook schudden omdat zij in paniek zijn, bijvoorbeeld bij een ademstilstand van het kind. Ze schudden het kind dan heftig door elkaar om het weer te laten ademhalen.

De gevolgen
Een geschudde baby reageert in eerste instantie niet echt anders dan normaal. De letsels zijn meestal niet direct zichtbaar omdat ze zich bijna altijd bevinden op de plaats waar de hersenen overgaan in het ruggenmerg. De schade zit vooral in de zenuwbanen in de nek die voor de controle van de ademhaling zorgen. Daardoor kan er zwelling van de hersenen en  zuurstoftekort optreden. Dit kan tot blijvende beschadigingen leiden, in het ergste geval met de dood tot gevolg.
Directe gevolgen of symptomen van het schudden zijn bijvoorbeeld doofheid, blindheid, overgeven, niet kunnen slikken, ademhalingsmoeilijkheden, prikkelbaarheid en bloedingen in de ogen. Deze symptomen komen bij 50 tot 80 procent van de slachtoffers voor. In een later stadium kunnen de gevolgen tot uitdrukking komen in leerproblemen, spraakproblemen, ontwikkelingsachterstand, mentale achterstand, coma en overlijden.

Wat is eraan te doen?
De beschadigingen in de hersenen zijn in het algemeen blijvend. Toch kan snelle medische hulp en de juiste diagnose voorkomen dat de gevolgen verergeren, bijvoorbeeld door behandeling van een zwelling in de hersenen.
Om het shakenbabysyndroom te voorkomen is het belangrijk dat ouders voldoende informatie krijgen over de ernst van het probleem en dat ze beter leren omgaan met stress.

Bronnen
Kind en gezin (2002). 'Het Shaken Infant Syndrome: wetenschappelijk dossier'. Brussel, Kind en gezin.
www.dontshake.com
www.aboutshakenbaby.com


Het Münchhausen-by-proxysyndroom

Het Münchhausen-by-proxysyndroom is een vorm van lichamelijke kindermishandeling. Ouders, meestal moeders, maken hun kind opzettelijk ziek of beweren dat het ziek is. Artsen onderzoeken het kind maar kunnen niets vinden. Als ze wel iets vinden heeft de ouder de ziekteverschijnselen opgewekt, bijvoorbeeld door het kind te vergiftigen.

Baron Von Münchhausen
De naam van dit syndroom is ontleend aan baron Von Münchhausen (1720-1790) die bekend stond om zijn sterke verhalen. Mensen die lijden aan het syndroom van Münchhausen maken zichzelf opzettelijk ziek of zeggen ziek te zijn. Zij simuleren acute klachten en ondergaan daarvoor herhaaldelijk medische behandelingen. De reden daarvoor kan een roep om aandacht zijn, maar ook behoefte aan onderdak voor de nacht of een drugsverslaving. Het toevoegsel 'by proxy' betekent 'bij volmacht' en geeft aan dat iemand de klachten bij een ander veinst of aanbrengt.

Moeders die aandacht willen
Ouders die hun kind ziek maken om aandacht te trekken hebben ongetwijfeld psychiatrische problemen. Ze hebben een persoonlijkheidsstoornis zoals borderline, ze somatiseren klachten, zijn verslaafd of verwonden zichzelf. De meeste vrouwen hadden daar al last van voordat zij kinderen kregen. Moeders die aan Münchhausen by proxy (MBP) lijden, hebben vaak in de gezondheidszorg gewerkt. Daardoor weten zij veel van ziekteverschijnselen en kennen ze de medische termen.
Vaak doen moeders met dit syndroom er nog een schepje bovenop als zij zich niet gehoord voelen of hun zin niet krijgen. Zij dikken de klachten die hun kind zou hebben aan en brengen het kind nog meer schade toe. Als anderen de bedoelingen van zo'n moeder doorzien en haar ermee confronteren dat zij zelf aandacht wil, reageert zij met verontwaardigde ontkenning. Door haar psychische problemen blijft zij vaak hardnekkig ontkennen en is therapeutische behandeling moeilijk, zo niet onmogelijk.

Ingrijpende gevolgen
De gevolgen voor kinderen die het slachtoffer zijn van het Münchhausen-by-proxysyndroom kunnen ingrijpend zijn. Veel kinderen kampen met ernstige lichamelijke klachten omdat zij onnodige operaties hebben ondergaan en last hebben van de bijwerkingen en complicaties. Zij kunnen verminkt raken en zelfs overlijden als gevolg van het gedrag van hun moeder of van de onderzoeken.
Bovendien loopt hun psychosociale ontwikkeling door het veelvuldige ziekenhuisbezoek vaak achter. Zij hebben bijvoorbeeld moeite om vriendschappen aan te gaan met leeftijdsgenoten en kunnen moeilijk loskomen van hun ouders. Veel kinderen zijn angstig en hebben het gevoel dat zij tekortschieten. Daarnaast kunnen kinderen leerachterstanden krijgen omdat zij vaak van school verzuimen. Velen ontwikkelen posttraumatische stressverschijnselen door de medische onderzoeken en behandelingen die ze hebben ondergaan.

Moeilijk te geloven
Het Münchhausen-by-proxysyndroom is moeilijk vast te stellen. Veel artsen weten niet dat het bestaat of weigeren te geloven dat er ouders zijn die tot deze vorm van kindermishandeling in staat zijn. Het ongeloof van artsen wordt vaak versterkt doordat de moeders een zorgzame en aangepaste indruk maken. Zij beschikken vaak over medische kennis en spannen zich in om de relatie met de arts een persoonlijke en hechte vorm te geven. Dikwijls slagen zij erin de arts zo te manipuleren dat die niet doorheeft dat zij hem voor haar karretje spant. De moeder weet de arts te betrekken in haar toneelstukje van de bezorgde moeder, de toegewijde arts en het lijdende kind. Gekwetste ijdelheid van de arts kan een reden zijn dat hij de diagnose MBP niet stelt. Hij wil niet geloven of toegeven dat hij medeplichtig is geworden.

Onderzoeksmogelijkheden
De ware toedracht van de klachten van het kind kunnen ook verdoezeld worden door de vraaggerichte houding van de arts en de technische onderzoeksmogelijkheden. De angst om een verkeerde diagnose te stellen of een somatische verklaring over het hoofd te zien, maakt het moeilijk om de feiten op tafel te krijgen, zeker in combinatie met een eisende of dwingende houding van de ouders. Als een arts het vermoeden uit dat een moeder haar kind met opzet ziek maakt, zal zij dat hardnekkig en vol overtuiging ontkennen. Het kind gelooft meestal dat zijn moeder het beste met hem voorheeft en zal de arts niet vertellen dat hij zich niet ziek voelt.

Patronen doorbreken
Bij een vermoeden van MBP is het zaak dat de arts het volledige patiëntendossier bekijkt om het ziekteverloop en het verwijspatroon te bestuderen. Soms is het nodig om in het ziekenhuis videocamera's te plaatsen of uitgebreid forensisch onderzoek te doen om sluitend bewijs te kunnen verkrijgen. In het belang van het kind zijn gerichte veranderingen nodig, zoals toezicht op het naar school gaan. Ook moet een arts in staat zijn tegelijkertijd het vertrouwen van de ouder te winnen, de medische zorg voor het kind te bieden en het 'shoppen' te beperken. Een melding bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling kan daarbij helpen.

Strafrecht
Naast het langdurig beschermen van de kinderen, biedt het strafrecht mogelijkheden om MBP te stoppen. Psychiatrisch onderzoek van de moeder, en eventueel TBS met dwangverpleging, is vaak nodig om de hardnekkige ontkenning van ouders te doorbreken. Resultaten van zo'n aanpak zijn nog niet bekend, maar het lijkt de moeite van het proberen waard.

Bronnen
Berckelaer-Onnes, I.A. van (2002). 'De perfecte moeder ontmaskerd?', in: 'Tijdschrift voor Orthopedagogiek', jaargang 41, nummer 10, p.501-514.

Buis, S. (2005). 'Münchhausen by proxy. Een ondergesignaleerd probleem', in: 'Tijdschrift over Kindermishandeling', jaargang 19, nummer 3, p.10-14.

Ligthart, L. en R. Vecht (2000). 'Het achterland van kindermishandeling: het syndroom van Münchhausen-by-proxy', in: 'Elimpost', jaargang 65, nummer 1, p.21-34.

Loader, P. en C. Kelly (1998). 'Het 'Munchausen by proxy'-syndroom: een verhalende benadering tot verklaring', in: 'Gezinstherapie', jaargang 9, nummer 1, p.73-88.

Vecht, R. (2000). 'Münchhausen by proxy. Gestoord ouderschap - zieke kinderen'. Utrecht, Bohn Stafleu Van Loghum.


Lichamelijke en psychische verwaarlozing

Verwaarlozing is een passieve vorm van kindermishandeling, omdat ouders structureel iets nalaten: het vervullen van de basisbehoeften van kinderen. Tussen lichamelijke en psychische verwaarlozing bestaan verschillen maar ook veel overeenkomsten.

Lichamelijke verwaarlozing
Bij lichamelijke verwaarlozing komen ouders of opvoeders langdurig onvoldoende tegemoet aan de lichamelijke basisbehoeften van het kind. Het gaat dan bijvoorbeeld om structureel te weinig, slechte of onregelmatige voeding geven, onvoldoende bescherming bieden tegen kou, en het onvoldoende bieden van veilige ontwikkelingsmogelijkheden en medische zorg. Het kind krijgt niet de zorg en verzorging waar het gezien zijn leeftijd behoefte aan heeft en recht op heeft.

Psychische verwaarlozing
Van psychische verwaarlozing is sprake wanneer een kind systematisch geen aandacht of genegenheid krijgt. Psychische verwaarlozing begint vaak al vanaf de eerste levensjaren. De ouder is in emotioneel opzicht niet beschikbaar en negeert het huilen en andere signalen van onrust, onvrede, vragen om hulp, aandacht, warmte en geruststelling. De ouder doet dit ondanks de spontane initiatieven van de baby om wel te communiceren. Ook oudere kinderen worden verwaarloosd doordat hun ouders hen aan hun lot overlaten, negeren, opsluiten of op een andere manier in de steek laten. Het lijkt alsof het kind niet bestaat. De relatie tussen ouder en kind kenmerkt zich door liefdeloosheid en afwijzing.

Machteloosheid en lage verwachtingen
In gezinnen waarin sprake is van verwaarlozing overheersen vaak gevoelens van machteloosheid. Alle gezinsleden, maar de ouders in het bijzonder, ervaren op voorhand hun eigen inspanningen en die van anderen als zinloos. Ze uiten hun gevoelens minder en vager dan in andere gezinnen gebeurt. Bovendien is de band tussen de gezinsleden zwak en is er in vergelijking met andere gezinnen meer rolvervaging. Daarnaast zijn er in deze gezinnen weinig regels en grenzen. De ouders verwachten weinig van hun kinderen of zijn daar uitgesproken vaag over. De ouders kijken nauwelijks om naar hun kinderen, corrigeren hen soms met een schreeuw zonder erop te letten of dat effect heeft of niet. De kinderen gaan hun eigen gang en zoeken hun eigen vertier.

Beperkte mogelijkheden van ouders
Verwaarlozing is in het algemeen het gevolg van de beperkte mogelijkheden van ouders om de behoeften van hun kinderen te vervullen. Meer specifiek speelt bij deze ouders:

Bij verwaarlozende ouders komt een gebrek aan kennis over de ontwikkeling van kinderen en van de manier waarop die gestimuleerd zou moeten worden, het meeste voor.

Niet kunnen gedijen
Lichamelijke verwaarlozing door ondervoeding zorgt voor groei- en ontwikkelingsachterstand bij het kind. Dan is er sprake van 'organic failure to thrive': het kind kan niet gedijen. Kenmerkend voor dit syndroom zijn een te geringe toename of zelfs een stilstand van de groei door het tekort aan noodzakelijke voedingstoffen. Op den duur leidt deze vorm van verwaarlozing tot een daling van het lichaamsgewicht.
Het gedrag van het kind verandert ook. Het huilt snel, is snel geprikkeld, is moeilijk te kalmeren of juist apatisch, maakt weinig oogcontact en reageert niet adequaat op menselijke stemmen en gezichten. Verder is er een vertraagde ontwikkeling van de psychomotoriek en de spraak. Lichamelijke verwaarlozing komt het meest voor in de eerste twee levensjaren van een kind. Dat is de periode van snelle groei en grote afhankelijkheid van volwassenen.

Ook psychische verwaarlozing leidt tot groeiachterstand
Verschillende auteurs wijzen erop dat ook ernstige psychische verwaarlozing ertoe leidt dat kinderen, ondanks voldoende lichamelijke zorg, een duidelijke achterstand in hun groei en ontwikkeling krijgen. Een tekort aan emotionele zorg kan leiden tot een groeiachterstand zonder organische oorzaak: 'non-organic failure to thrive'.

Intensieve hulp nodig
De prognose voor gezinnen waarin verwaarlozing voorkomt is slecht. Dat komt door de beperkte cognitieve vermogens van ouders, hun gebrek aan besef van wat er schort aan de manier waarop ze met hun kinderen omgaan. Ook spelen de sociale en materiële omstandigheden van deze gezinnen een rol. Doorslaggevend is vooral hun gebrek aan vertrouwen dat zij zaken in positieve zin kunnen veranderen. Deze gezinnen hebben meestal intensieve hulp nodig waarbij de ouders op meerdere fronten ondersteuning krijgen.

Bronnen
Baartman, H.E.M. (1996). 'Opvoeden kan zeer doen. Over oorzaken van kindermishandeling, hulpverlening en preventie'. Utrecht, Uitgeverij SWP.

Dijkstra, S. (2006). 'Verwaarlozing: slepend, sluipend en soms definitief slopend', in: 'Ouderschap en ouderbegeleiding', jaargang 9, nummer 2, p.127-139.

Hekken, S. van (1992). 'Verwaarlozing: achtergronden, gevolgen en behandeling', in: 'H. Baartman en A. van Montfoort (red.) Kindermishandeling. Resultaten van multidisciplinair onderzoek'. Utrecht, Data Medica.

Kromhout, M. (1996). 'Verwaarloosde kinderen. Opvattingen uit het veld'. Leiden, PEWA/Rijksuniversiteit Leiden.

Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. 'Kindermishandeling; meldenswaard!'. Antwerpen, Vertrouwenscentrum Kindermishandeling.


Kinderen die getuige zijn van gezinsgeweld

Kindermishandeling is een vorm van huiselijk geweld. Geschat wordt dat in 30 tot 70 procent van de gezinnen waarin vrouwen worden mishandeld door hun man ook de kinderen worden mishandeld. Daarnaast kunnen kinderen die zelf geen direct slachtoffer zijn wel getuige zijn van huiselijk geweld. Over de mate waarin kinderen getuige zijn van overige vormen van huiselijk geweld is nog weinig bekend, bijvoorbeeld over mannenmishandeling, mishandeling in homorelaties en geweld tussen broers en zussen.

Kinderen in de schaduw

De aandacht voor kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld is relatief nieuw. In Nederland wordt er pas vanaf eind jaren negentig over gepubliceerd. Hulpverleners in de vrouwenopvang waren de eersten die de problemen van kinderen van mishandelde moeders signaleerden. Zij ontwikkelden methodieken om hen te helpen om te gaan met angst, agressie en depressiviteit. Over die methodieken staat nog weinig op papier.

Onderzoek in de kinderschoenen

Het onderzoek naar de aard en omvang van de problemen van kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld staat nog in de kinderschoenen.Vooral in de Verenigde Staten en Canada is er werk van gemaakt. Hoewel die onderzoeken nog geen precies beeld hebben opgeleverd van de oorzaken, omvang en gevolgen, is wel duidelijk welke problemen kinderen kunnen krijgen als zij getuige zijn geweest van geweld tussen hun ouders. Dat is te voorspellen aan de hand van drie theorieën: de hechtingstheorie, de sociale-leertheorie en de traumatheorie.

Veilige hechting

De hechtingstheorie gaat ervan uit dat kinderen voor een gezonde ontwikkeling een veilige hechting met betrouwbare anderen nodig hebben. Geweld in het gezin betekent voor kinderen dat hun ouders niet voor veiligheid en bescherming kunnen zorgen. Dat kan leiden tot een blijvende vervorming van het beeld dat kinderen hebben van zichzelf, van anderen en van de wereld.

Het leren van gedrag

In de sociale-leertheorie ligt de nadruk op de invloed van de sociale omgeving bij het aanleren van nieuw gedrag. Kinderen leren gedragspatronen via hun waarneming en hun ervaringen. Als kinderen zien dat hun vader hun moeder mishandelt, leren zij dat geweld en intieme relaties samengaan en dat mannen daarbij een - fysiek - machtsoverwicht hebben. Bovendien leren ze dat geweld een geaccepteerd en geldig middel is om je zin te krijgen.

Traumatisch

De traumatheorie brengt de angst, bedreiging en hulpeloosheid die kinderen die getuige zijn van geweld ervaren, in verband met traumatisering. Herhaalde traumatische gebeurtenissen in de kindertijd vervormen de persoonlijkheid en beïnvloeden de ontwikkeling van voelen en denken en de relatie met zichzelf en anderen.

Hulp

De manier waarop een beroepskracht kan omgaan met de situatie van een kind dat getuige is van geweld verschilt niet wezenlijk van de stappen die hij in gevallen van kindermishandeling moet zetten. Die stappen zijn gekoppeld aan zes fasen in de aanpak van de problemen: het ontstaan van een vermoeden, overleg, nader onderzoek, hulp op gang brengen, evaluatie en nazorg.

Net als het onderzoek staat de hulpverlening aan deze kinderen en hun ouders nog in de kinderschoenen. Wel is duidelijk dat voor kinderen die getuige zijn van geweld tussen hun ouders systeemgerichte en intergenerationele vormen van hulpverlening nodig zijn.

Meer informatie

Zie voor meer informatie het dossier Partnergeweld.

Bronnen

Baeten, P. en E. Geurts (2002). 'In de schaduw van het geweld. Kinderen die getuige zijn van geweld tussen hun ouders'. Utrecht, NIZW.

Dijkstra, S (2001). 'Kinderen die getuige zijn van geweld tussen hun ouders. Een basisverkenning van korte- en langetermijneffecten'. Bilthoven, Dijkstra onderzoek en advies.

Edleson, J.L. (1999). 'Children's witnessing of adult domestic violence', in: 'Journal of Interpersonal Violence', volume 14, nummer 8, p.839-870.

Herman, J.L. (1993). 'Trauma en herstel. De gevolgen van geweld -van mishandeling thuis tot politiek geweld'. Amsterdam, Wereldbibliotheek.


Cijfers

Loading...


Risicofactoren

Kindermishandeling is het gevolg van een combinatie van uiteenlopende risicofactoren:

Problemen en persoonlijkheid van de ouder
Ouders die hun kind mishandelen of verwaarlozen hebben relatief vaak psychische of psychiatrische problemen. Daarnaast lopen ouders die zelf als kind mishandeld zijn of in hun jeugd andere negatieve ervaringen in het gezin hebben meegemaakt, een groter risico om hun eigen kind te mishandelen. Verder hebben mishandelende ouders meer dan andere ouders een gebrek aan pedagogisch besef. Tegenover hun kind ontbreekt het hen aan verwachtingen, beleving, sensitiviteit en empathie.

Kwetsbare kinderen
Sommige kinderen zijn moeilijker op te voeden dan andere kinderen. Het opvoeden van kinderen die extra zorg, aandacht en geduld van ouders vragen, zoals kinderen die te vroeg geboren zijn of kinderen met een lichamelijke of verstandelijke handicap, geeft de ouders waarschijnlijk meer stress en gevoelens van incompetentie. Ook kinderen die problematisch gedrag vertonen, doen een groot beroep op de opvoedingskwaliteiten en inspanningen van ouders en zijn voor ouders een bron van stress. Op jonge leeftijd zijn deze kinderen bovendien fysiek en emotioneel erg afhankelijk van hun opvoeders, en daarmee extra kwetsbaar voor mishandeling en verwaarlozing.

Leefomstandigheden
In gezinnen waarin kindermishandeling voorkomt gaan de gezinsleden vaak op een negatieve manier met elkaar om. Bij fysieke kindermishandeling overheerst geweld in de onderlinge contacten. Daarnaast wonen gezinnen waarin mishandeling plaatsvindt relatief vaak in buurten met zwakke sociale verbanden, criminaliteit, drugsproblematiek, armoede en achterstand. De bredere sociaal-culturele context waarin ouders opvoeden kan ook van invloed zijn: als geweld in een samenleving meer getolereerd wordt komt fysieke mishandeling vaker voor dan wanneer dat niet zo is.

Het lijkt erop dat ook alleenstaand ouderschap en gezinsgrootte risicofactoren zijn voor kindermishandeling. Hoe dat verband precies ligt is niet duidelijk. Het is aannemelijk dat alleenstaand ouderschap of het hebben van een groot gezin voor een ouder een bron van stress is en daarmee zijn functioneren als opvoeder beïnvloedt. 

Risicofactoren bij seksueel misbruik
Naar specifieke risicofactoren voor seksueel misbruik is nog weinig onderzoek gedaan. Seksueel misbruik in het gezin kan een uiting zijn van verstoorde gezinsverhoudingen. Vaak spelen daarin communicatieproblemen, sociale isolatie en een tekort aan emotionele betrokkenheid en flexibiliteit een rol. Ook kan er sprake zijn van geweld tussen de partners.
Jonge kinderen en kinderen met een handicap, chronische ziekte of ontwikkelingsachterstand zijn extra kwetsbaar voor seksueel misbruik. Meisjes lopen een groter risico dan jongens, zeker wanneer zij bij een stiefvader wonen. Zowel voor jongens als voor meisjes geldt dat zij meer risico lopen wanneer zij opgroeien bij één biologische ouder. Seksueel misbruik komt vaker voor in gezinnen waarin de moeder, letterlijk of emotioneel, afwezig is. Dat is bijvoorbeeld het geval als de moeder buitenshuis werkt, verslaafd of ziek is.

Meer informatie
Meer informatie over risicofactoren en beschermende factoren bij kindermishandeling vindt u in:
Risicofactoren en beschermende factoren bij kindermishandeling pdf.

Algemene informatie over oorzaken en achtergronden van problematische ontwikkeling bij kinderen vindt u in:
Oorzaken en achtergronden van problematische ontwikkeling pdf.


Beschermende factoren

Beschermende factoren bieden tegenwicht aan de risicofactoren bij het kind, de opvoeders en de gezinsomgeving. Ze kunnen zowel bij de opvoeders als bij het kind liggen. Ook zijn er specifieke factoren die een kind kunnen beschermen tegen seksueel misbruik.  

Bij de opvoeder(s)
Factoren bij de opvoeder(s) die het kind beschermen tegen kindermishandeling zijn:

Bij het kind
Factoren bij het kind zelf die bescherming bieden tegen de gevolgen van kindermishandeling zijn:

Beschermende factoren bij seksueel misbruik
Over beschermende factoren bij seksueel misbruik is nog weinig bekend, maar een paar factoren lijken een gunstig effect te hebben op de gevolgen van seksueel misbruik:

Meer informatie
Meer informatie over risicofactoren en beschermende factoren bij kindermishandeling is te vinden in onderstaand document:
Risicofactoren en beschermende factoren bij kindermishandeling pdf

Algemene informatie over oorzaken en achtergronden van problematische ontwikkeling bij kinderen staat in:
Oorzaken en achtergronden van problematische ontwikkeling pdf


Gevolgen

De ontwikkeling van een kind hangt voor een groot deel af van de interactie met de ouders. Dat geldt zeker in de eerste levensjaren. Later gaat de omgeving een steeds belangrijkere rol spelen. De liefdevolle zorg en aandacht van de ouder is voor het opgroeiende kind een basis voor wederzijds vertrouwen. Het kind kan zich daardoor in een veilige sfeer ontplooien. Bovendien stimuleert de positieve aandacht van de ouder het kind om zich evenwichtig te ontwikkelen op emotioneel, intellectueel en lichamelijk gebied.

In het geval van kindermishandeling ontbreekt die geborgenheid en komt de ontwikkeling van een kind zwaar onder druk te staan. Het ondermijnt het vertrouwen van het kind in anderen. Als het kind de buitenwereld als vijandig ervaart, dan verstoort dat zijn omgang met de kinderen en volwassenen om hem heen. Het kind zoekt de schuld voor het gedrag van de mishandelende ouder bij zichzelf. Daardoor krijgt hij een verwrongen, negatief beeld van zichzelf en loopt zijn zelfvertrouwen een grote deuk op.

Niet elk kind lijdt even veel onder mishandeling. De belangrijkste factoren die het effect bepalen, zijn:

Gevolgen tijdens de jeugd
Een van de mogelijke gevolgen van kindermishandeling op korte termijn is lichamelijk letsel. In extreme gevallen, bij zware lichamelijke mishandeling of verwaarlozing, kan het kind zelfs aan de gevolgen overlijden. Ook remt kindermishandeling de ontwikkeling en kan kindermishandeling stoornissen veroorzaken. Mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbruik van het kind verstoren de normale vorming van het netwerk van zenuwen in een deel van de hersenen.

Gevolgen op volwassen leeftijd
Gevolgen van kindermishandeling op lange termijn zijn bijvoorbeeld posttraumatische stressstoornissen en dissociatieve stoornissen. Ook lichamelijke klachten met een psychische oorzaak komen voor. Een volwassene die als kind is mishandeld, kan zijn toevlucht zoeken tot verslaving, zelfverwonding en zelfmoord als de herinneringen aan thuis ondraaglijk worden.

Gevolgen voor de maatschappij
De onveiligheid die kinderen tijdens hun opvoeding ervaren is een belangrijke oorzaak van gedrag dat de maatschappij als overlast en als bedreiging van de veiligheid ervaart. Verslaving is een van de manieren om de ellendige gevolgen van kindermishandeling in de jeugd te ontvluchten. Die verslaving aan drugs en alcohol brengt overlast voor de omgeving  mee. Andere maatschappelijke gevolgen van kindermishandeling zijn de kosten van de behandeling die slachtoffers nodig hebben. 

Meer informatie
Meer informatie over de gevolgen van kindermishandeling vindt u in onderstaand document:
Gevolgen van kindermishandeling  pdf


Beleid

In dit onderdeel van het themadossier staat een overzicht van de ontwikkelingen in het overheidsbeleid rond de aanpak van kindermishandeling en het verbeteren daarvan. Naast relevante wetsbepalingen en het beleid in Nederland komen ook internationale ontwikkelingen aan bod.


Rijksbeleid

Minister Rouvoet voor Jeugd en Gezin heeft in juni 2007 een actieplan voor de aanpak van kindermishandeling naar de Tweede Kamer gestuurd onder de titel 'Kinderen veilig thuis'. In dat actieplan staat een aantal kernpunten voor de aanpak van kindermishandeling. Ze zijn onderdeel van de landelijk invoering van de RAAK-methode, een samenhangend pakket van maatregelen om de aanpak van kindermishandeling op regionaal niveau te verbeteren.

Meldcode kindermishandeling

Op 1 januari 2011 treedt naar verwachting de Wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling in werking. De wet stelt gebruik van een meldcode verplicht voor professionals bij (mogelijke) signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling. De wet geldt na invoering voor ruim 1 miljoen professionals in gezondheidszorg, jeugdzorg, welzijn, onderwijs en justitie. De ministeries van VWS, Jeugd en Gezin, OCW en Justitie hebben een basismodel voor de meldcode opgesteld. De meldcode bestaat uit een stappenplan waarin staat wat een professional moet doen bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling.
U kunt het basismodel downloaden via www.meldcode.nl.

Landelijke invoering
Het Nederlands Jeugdinstituut ondersteunt de landelijke invoering van de RAAK-methode volgens het actieplan 'Kinderen veilig thuis'. De rijksoverheid heeft 35 centrumgemeenten gevraagd sluitende afspraken te maken tussen lokale en regionale partners over de aanpak van kindermishandeling en om professionals een programma van training en scholing aan te bieden. Voor het vervullen van de regierol krijgt elke centrumgemeente een subsidie van 250.000 euro voor het aanstellen van een regionale coördinator van 2008 tot 2011.
Elders op deze website vindt u meer informatie over de regionale aanpak kindermishandeling.

Publiekscampagne
Bewustwording van het bestaan en de gevolgen van kindermishandeling is het uitgangspunt van een sluitende aanpak. Het ministerie voor Jeugd en Gezin is in maart 2009 gestart met een publiekscampagne die zich richt op bewustwording. De campagne loopt minimaal twee jaar. Er wordt onder andere gebruik gemaakt van tv, radio, schriftelijke materialen en internet.
Meer informatie vindt u op de website van het ministerie voor Jeugd en Gezin.

Meer informatie
Meer informatie over de voornemens van de overheid en de landelijke invoering van de RAAK-methode vindt u in:

Daarnaast vindt u op de website van het ministerie voor Jeugd en Gezin beleidsinformatie in het dossier Kindermishandeling.


Wetgeving

Voor de aanpak van kindermishandeling zijn verscheidene wetsbepalingen relevant.

Wetboek van Strafrecht
Verschillende artikelen in het Wetboek van strafrecht zijn van belang voor de strafbaarheid van kindermishandeling.

Boek Titel Artikelen
1 I. Omvang van de werking van de strafwet 5 en 5a
1 VIII. Verval van recht tot strafvordering en van de straf 70 en 71
2 XIV. Misdrijven tegen de zeden 239 - 253
2 XV. Verlating van hulpbehoevenden 255 - 260
2 XIX. Misdrijven tegen het leven gericht 290 - 292
2 XX. Mishandeling 300 - 305

De teksten van genoemde artikelen vindt u op de voorlichtingswebsite van de landelijke overheid 'Overheid.nl': Wetboek van strafrecht.

Verbod op gebruik van geweld in de opvoeding
In april 2007 is een bepaling aan het Burgerlijk Wetboek toegevoegd die gebruik van lichamelijk of geestelijk geweld tegen kinderen in de opvoeding afkeurt. De bepaling is toegevoegd aan: Burgerlijk Wetboek (Eerste boek): artikel 247

Wetsartikelen misbruik en/of mishandeling binnen instellingen
Voor enkele beroepsgroepen is wettelijk vastgelegd welke actie een instelling moet ondernemen als er een vermoeden rijst dat een medewerker in de betreffende instelling een kind mishandelt of seksueel misbruikt.

Sector Wet Artikel
Jeugdzorg Wet op de jeugdzorg artikel 21
Zorgsector Kwaliteitswet zorginstellingen artikel 4a
Primair onderwijs Wet op het primair onderwijs artikel 4a
Voortgezet onderwijs Wet op het voortgezet onderwijs artikel 3
Beroepsonderwijs Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.3.8
Expertisecentra Wet op de expertisecentra artikel 4a

Voor meer informatie over de bepalingen in het onderwijs:
Project Preventie Seksuele Intimidatie (PPSI) Vraag en anwoord: Wat houdt de meld- en aangifteplicht in?

VN-Verdrag inzake de rechten van het kind
Het Verdrag inzake de rechten van het kind van de Verenigde Naties is opgesteld in New York op 20 november 1989 en voor Nederland in werking getreden op 8 maart 1995. Voor de bestrijding van kindermishandeling en de verantwoordelijkheid van de overheid bevat het verdrag een aantal artikelen, waaronder artikel 4, 5, 6, 18, 19 en 27. Het verdrag en informatie over het verdrag vindt u op www.kinderrechten.nl.


Internationaal beleid

De noodzaak om kindermishandeling aan te pakken wordt wereldwijd onderschreven. Dat blijkt uit een aantal internationale ontwikkelingen.

VN-verdrag inzake de rechten van het kind
De Verenigde Naties (VN) hebben de rechten van het kind vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Nederland is sinds 1995 gebonden aan dit VN-Verdrag. Een speciaal VN-comité houdt er toezicht op dat landen zich houden aan de afspraken in het verdrag. In meerdere verdagsartikelen komt naar voren komt dat ieder kind recht heeft op een opvoeding die leidt tot een gezonde ontwikkeling en dat overheden alles in het werk moeten stellen om kinderen tegen elke vorm van kindermishandeling te beschermen. Meer informatie over het verdrag vindt u op www.kinderrechten.nl.

Onderzoek Verenigde Naties
Voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN) heeft een VN-rapporteur een rapport opgesteld over geweld tegen kinderen. In zijn rapport vraagt hij aandacht voor geweld tegen kinderen door volwassenen. Het rapport bevat aanbevelingen om geweld tegen kinderen te voorkomen en er adequaat op te reageren. Die aanbevelingen zijn gebaseerd op bestaand en nieuw onderzoek.  Ze gaan vooral over geweld tegen kinderen in vijf situaties: thuis en in het gezin, op school en in andere educatieve instellingen, in instellingen, in de gemeenschap en op de werkvloer. Voor regeringen staan in het rapport essentiële en tijdsgebonden doelen. Het rapport is te dowloaden via www.unviolencestudy.org.

Rapporten World Health Organisation
De World Health Organisation (WHO) heeft in 2002 het 'World report on violence and health' gepubliceerd. Hierin staat dat kindermishandeling een gezondheidsprobleem is, dat met wereldwijde investeringen bestreden moet worden. De presentatie van dit rapport was een onderdeel van de 'Global campaign for violence prevention' van de WHO. Hierin wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor gezinsgeweld en de noodzaak en mogelijkheden tot preventie. In oktober 2006 heeft de WHO een handleiding voor overheden gepubliceerd waarmee zij invulling kunnen geven aan de preventie van kindermishandeling.
Zie: www.who.int.


Beleidsstukken

Hier vindt u een selectie van relevante beleidsstukken, analyses of adviezen. De korte omschrijvingen zijn ontleend aan de literatuurcatalogus van het Nederlands Jeugdinstituut.


Praktijk

Wat werkt bij de preventie van kindermishandeling en het verlenen van hulp? Welke interventies en instrumenten zijn effectief voor het bestrijden en signaleren van kindermishandeling? Welke richtlijnen zijn verwerkt in meldcodes en protocollen? En welke voorzieningen bestaan er om ouders te ondersteunen bij de opvoeding?


Wat werkt?

Effectieve bestrijding van kindermishandeling vraagt om samenhangende activiteiten op verschillende niveaus, zowel ter voorkoming als behandeling van kindermishandeling.

Universele en selectieve preventie
Universele preventie richt zich op alle ouders, opvoeders en kinderen. Universele preventie bestaat bijvoorbeeld uit beleid en wetgeving, opvoedingsondersteuning aan alle ouders, en voorlichting en training voor alle kinderen. Selectieve preventie bestaat uit het aanbieden van voorlichting en training aan groepen waarin kindermishandeling meer dan gemiddeld voorkomt. Vormen van selectieve preventie zijn bijvoorbeeld: zorgen voor een grotere beschikbaarheid van reguliere zorg in risicowijken, buurtprogramma's organiseren, ouders intensief betrekken bij programma's ter bestrijding van onderwijsachterstanden.

Geïndiceerde preventie
Geïndiceerde preventie is gericht op gezinnen die een verhoogd risico lopen op kindermishandeling. Voor deze gezinnen kunnen intensieve 'homevisiting'-programma's ingezet worden. Deze vorm van ondersteuning vindt plaats bij gezinnen thuis en is gericht op het vergroten van kennis en vaardigheden die bijdragen aan de gezonde ontwikkeling van ouders, kinderen en gezinnen. Over het algemeen hebben deze programma's positieve effecten als ze aan een aantal voorwaarden voldoen, zoals een tijdige start, een meervoudig aanbod en specifieke aandacht voor risico- en beschermende factoren.

Interventies bij vroege signalen
Deze vorm van preventie is gericht op ouders, andere opvoeders of kinderen bij wie al signalen van opvoedingsproblemen te zien zijn. Een aantal programma's kan deze gezinnen waarschijnlijk helpen. Al deze programma's hebben een cognitief-gedragsmatige basis. Daarnaast bestaan er gezinsondersteuningsprogramma's die intensiever zijn of langer duren: homevisiting-programma's. Daarin krijgen gezinnen praktische hulp op verschillende levensgebieden. Homevisiting-programma's kunnen positieve effecten hebben op gevoelens van competentie, ondersteuning en opvoedingsvaardigheden. In combinatie met speciale onderdelen voor kinderen of interventies gericht op concrete opvoedingsvaardigheden kunnen de effecten nog groter zijn.

Hulpverlening
Bij vermoedens of constatering van kindermishandeling moet zo snel mogelijk worden ingegrepen. De interventies bestaan dan uit hulpverlening, strafrechtelijke of civielrechtelijke (jeugdbeschermings)maatregelen of combinaties daarvan. Bij seksueel misbruik is aangifte bij de politie de standaardprocedure. Interventies kunnen zich richten op het kind, de ouders en het gezin. Over het algemeen geeft een cognitief-gedragsmatige behandeling de beste resultaten. Bij kinderen is de behandeling vooral gericht op zelfregulatie van hun gedachten, gevoel en gedrag. Bij ouders is de behandeling vooral gericht op het reguleren van hun eigen gedrag en van gewenst en ongewenst gedrag bij hun kinderen. Het meest effectief blijkt een 'multimodale' aanpak. Dat betekent dat het hulpaanbod aan de verschillende betrokkenen voldoende onderlinge samenhang heeft, dat het aanbod gericht is op meerdere betrokkenen tegelijk - bijvoorbeeld ouders, kinderen, familie en sociaal netwerk - en dat het gebaseerd is op een gemeenschappelijke visie, analyse en behandelingsplanning van de instellingen die betrokken zijn bij de hulp.

Meer informatie
Meer informatie over werkzame principes bij kindermishandeling vindt u in het document Wat werkt bij de aanpak van kindermishandeling?  pdf


Erkende interventies

Om kindermishandeling bij kinderen en jongeren te voorkomen, verhelpen of compenseren zijn in binnen- en buitenland verschillende interventies ontwikkeld. In Nederlandse interventies wordt kindermishandeling lang niet altijd expliciet als doel genoemd. Uit omschrijvingen zoals ‘ernstige opvoedingsproblemen’ in combinatie met ‘problemen van kinderen die wijzen op een verstoorde ontwikkeling’ valt dan op te maken dat deze interventies ook bij kindermishandeling zijn te gebruiken.

In een aantal gevallen kan een hieronder genoemde interventie zowel een preventieve als hulpverlenende werking hebben, afhankelijk van de fase waarin de interventie wordt ingezet.

Hieronder vindt u een selectie van interventies uit de databank Effectieve Jeugdinterventies. In deze databank zijn interventies opgenomen die op zijn minst theoretisch goed onderbouwd zijn en door een onafhankelijke erkenningscommissie zijn erkend.

Preventie

Voorzorg, Triple P, Parent-Child Interaction Therapy en Stevig Ouderschap zijn preventieve interventies. Preventieve interventies zijn vooral op ouders gericht en hebben meestal tot doel hun opvoedingsvaardigheden te versterken om zo kindermishandeling te voorkomen. Daarnaast bestaan er interventies voor kinderen waarmee professionals proberen de kans op mishandeling of seksueel misbruik te verkleinen door kinderen weerbaarder te maken. Het Marietje Kessels Project is hiervoor geschikt.

Hulpverlening

Er zijn twee soorten curatieve interventies te onderscheiden als het om kindermishandeling gaat. Sommige zijn gericht op het gezin en bedoeld om in crisissituaties in te grijpen en uithuisplaatsing te voorkomen. Zij zijn bedoeld om de kindermishandeling te stoppen. Families First, IOG, Jeugdhulp Thuis en OVG zijn dergelijke programma’s. Andere interventies zijn gericht op kinderen en hebben als doel de gevolgen van kindermishandeling te bestrijden. EMDR, Horizonmethodiek, STEPS en Denken en voelen zijn hiervoor bedoeld. Een voorwaarde om een van deze laatste interventies in te zetten is dat de mishandeling, verwaarlozing of het misbruik gestopt is en dat het kind in een veilige opvoedingssituatie verkeert.


Instrumenten

In Nederland zijn er nog nauwelijks specifieke instrumenten om op een betrouwbare manier kindermishandeling vast te stellen. Wel zijn er allerlei hulpmiddelen die professionals ondersteunen bij de beoordeling van hun vermoedens van kindermishandeling. Zo zijn er signalenlijsten van kindermishandeling voor verschillende leeftijdscategorieën.

Daarnaast zijn er allerlei vragenlijsten waarmee professionals het functioneren van gezinnen in kaart kunnen brengen. Deze zijn niet specifiek bedoeld om vermoedens van kindermishandeling te beoordelen, maar geven wel inzicht in de relaties en dynamiek in het gezin, wat een aanwijzing kan zijn voor mogelijke problemen in de omgang tussen ouder en kind.

Er zijn ook enkele instrumenten waarmee professionals een risicotaxatie kunnen maken. Risicotaxatie in het kader van kindermishandeling is de inschatting hoe waarschijnlijk het is dat een kind in de toekomst (opnieuw) mishandeld, verwaarloosd of misbruikt zal worden.

Hieronder vindt u een selectie van beschrijvingen uit de databank Instrumenten, Richtlijnen en Kwaliteitsstandaarden.

Signalenlijsten

Tientallen signalen kunnen wijzen op kindermishandeling. Dat betekent overigens niet dat er bij zo'n signaal automatisch sprake is van kindermishandeling. Het vraagt om een zorgvuldige beoordeling en gesprekken met ouders en kinderen en eventuele andere betrokkenen voordat een professional kan beslissen of er sprake is van een voor het kind bedreigende situatie.

Onderstaande lijsten geven een overzicht van signalen van kindermishandeling. De documenten kunt u downloaden als pdf-bestand (uitleg).

Vroegsignalering

Om tijdig in te schatten of een verwonding van een kind mogelijk het gevolg is van kindermishandeling hebben de afdelingen Spoedeisende hulp van ziekenhuizen het zogenaamde 'SPUTOVAMO-formulier' ontwikkeld. Dit wijst artsen en verpleegkundigen op een aantal relevante onderwerpen bij hun beoordeling of er mogelijk sprake is van kindermishandeling als een kind met verwondingen op de Spoedeisende hulp binnenkomt.

De NOSIK, de verkorte versie van de Nijmeegse Ouderlijke Stress Index, is geschikt om snel een indruk te krijgen van de stress die ouders in de opvoeding ervaren. Stress in de opvoeding kan een risico voor kindermishandeling vormen.

Screening

Bij een screening met een gezinsvragenlijst wordt een eerste analyse gemaakt van de problemen in een gezin. De bedoeling is te onderzoeken of er problemen in de opvoeding en interactie in een gezin zijn en hoe ernstig de klachten zijn.

Diagnostiek

Diagnostische instrumenten leveren een meer diepgaand beeld op van de gezinssituatie. Over het algemeen dient een gedragsdeskundige ze af te nemen. De meeste vragenlijsten worden door de ouders ingevuld. Alleen de FRT is bedoeld om kinderen te vragen hoe zij tegen het gezin aan kijken. De GEST is ontwikkeld vanuit de structurele gezinssysteemtheorie om met het hele gezin inzicht in de onderlinge relaties te krijgen.

Met de VGF maakt een hulpverlener een inschatting van de situatie in het gezin.

Risicotaxatie

Er is een aantal risicotaxatie-instrumenten die bedoeld zijn om de kans op kindermishandeling in te schatten. Ten Berge (2008) heeft een overzicht van de beschikbare risicotaxatie-instrumenten gemaakt en geeft een beschrijving van de stand van zaken in de ontwikkeling en de wetenschappelijke onderbouwing ervan. Alleen naar de 'Child Abuse Potential Inventory' en de 'Child Abuse Risk Evaluation' is in het buitenland onderzoek naar de betrouwbaarheid en validiteit uitgevoerd.

Berge, I. ten (2008). Instrumenten voor risicotaxatie in situaties van (vermoedelijke) kindermishandeling: Notitie op verzoek van de MOgroep jeugdzorg. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut.


Richtlijnen

Basismodel meldcode kindermishandeling

Op 1 januari 2011 treedt naar verwachting de Wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling in werking. De wet stelt gebruik van een meldcode verplicht voor professionals bij (mogelijke) signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling. De wet is na invoering van toepassing op ruim 1 miljoen professionals in de gezondheidszorg, jeugdzorg, welzijn, onderwijs en justitie. De ministeries van VWS, Jeugd en Gezin, OCW en Justitie hebben een basismodel voor de meldcode opgesteld. De meldcode bestaat uit een stappenplan waarin staat wat een professional moet doen bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. Het basismodel is te downloaden via www.meldcode.nl.

Specifieke meldcodes

In de gezondheidszorg is een aantal specifieke meldcodes ontwikkeld met expliciete aandacht voor het doorbreken van het beroepsgeheim. Verder zijn er landelijke voorbeeldprotocollen beschikbaar voor diverse sectoren, waaronder de kinderopvang en het onderwijs, 

Richtlijn na overlijden

De 'Richtlijn na het overlijden van minderjarigen' is bedoeld om systematisch vast te stellen of een jeugdige overleden is door een natuurlijke doodsoorzaak of dat er sprake is van strafbaar menselijk handelen. Als na het overlijden van een kind blijkt dat er sprake is geweest van kindermishandeling, kunnen andere kinderen in het gezin hulp en bescherming krijgen. 

Beschrijvingen richtlijnen

Hieronder vindt u een selectie van beschrijvingen uit de databank Instrumenten, Richtlijnen en Kwaliteitsstandaarden.


Culturele aspecten

Kindermishandeling in migrantengezinnen kan soms andere vormen aannemen, en andere oorzaken en gevolgen hebben dan in autochtone gezinnen. Daarom is in sommige gevallen ook een andere aanpak nodig.

Interculturele competenties

Hulpverleners staan voor de vraag in hoeverre het handelen van de ouders als opvoedingsstijl al dan niet acceptabel is binnen een bepaalde cultuur. In de hulpverlening aan mensen met een andere culturele achtergrond is het daarom belangrijk om een open dialoog te voeren. Door interculturele competenties van hulpverleners te versterken, krijgen ze handvatten om daartoe beter in staat te zijn.

Emancipatie

De emancipatieprocessen die in Nederland vanzelfsprekend zijn geworden, zijn dat niet voor in Nederland wonende migrantengroepen. Daarom is het belangrijk aandacht te hebben voor geïsoleerde groepen, waaronder allochtone mannen van de eerste generatie. Sommige mannen uit migrantenculturen hebben argwaan tegen hulpverleners en hulp zoeken wordt gezien als zwak. Voorlichting kan het taboe om hulp te zoeken doorbreken en de drempel naar hulpverlening verlagen.

Werken met tolken

Over het gebruik van een tolk zijn de meningen verdeeld. Sommige ouders willen liever geen tolk, omdat ze bang zijn dat hun probleem dan in hun gemeenschap bekend zal worden. Kinderen mogen nooit gebruikt worden als tolk, zeker niet als het over mishandeling gaat. De machtspositie die het kind daarmee verwerft, kan het probleem verergeren.

Preventie belangrijk bij meisjesbesnijdenis

Bij meisjesbesnijdenis is het vooral belangrijk dat het risico erop op tijd onderkend wordt en dat er preventieve interventies worden in gezet. Voorlichting aan ouders kan helpen de medische complicaties die kunnen optreden, te begrijpen.

Meer informatie

Bekijk voor meer informatie over kindermishandeling in migrantengezinnen het kennisdossier van Pharos, het landelijk kennis- en adviescentrum op het gebied van de gezondheid van vluchtelingen en nieuwkomers.


Voorzieningen

Dossier Kindermishandeling
© Nederlands Jeugdinstituut
Catharijnesingel 47 • 3511 GC • Utrecht
Postbus 19221 • 3501 DE Utrecht
t: (030) 230 63 44 • f: (030) 230 63 12
e: infojeugd@nji.nl • i: www.nji.nl

Dossier: Kindermishandeling

Kindermishandeling is een ernstig maatschappelijk probleem dat voortdurende aandacht vraagt.
Kindermishandeling verstoort een gezonde ontwikkeling en kan leiden tot blijvende schade bij het kind.

Inhoudsopgave:



Nieuws

Hier vindt u de laatste nieuwsberichten over kindermishandeling en aanverwante thema's. Wilt u de berichten per e-mail ontvangen? Neemt u dan een gratis abonnement op de Nieuwsbrief Jeugd.

Oudere berichten zijn terug te vinden in het nieuwsarchief van Nieuwsbrief Jeugd.


Probleemschets

Hier krijgt u antwoord op de belangrijkste vragen over kindermishandeling: hoe vaak en in welke vormen komt kindermishandeling voor, hoe komen ouders ertoe en wat kunnen de gevolgen zijn voor het kind?


Definitie

Loading...


Vormen

Kindermishandeling komt voor in verschillende vormen. In gezinnen waarin kindermishandeling plaatsvindt gaat het vaak om meer vormen tegelijk.

Lichamelijke mishandeling
Onder lichamelijke kindermishandeling vallen alle vormen van lichamelijk geweld tegen het kind, zoals slaan, schoppen, bijten, knijpen, krabben, het toebrengen van brandwonden of het kind laten vallen. Bij betrekkelijk 'lichte' vormen van lichamelijk geweld is er sprake van kindermishandeling als ze zich regelmatig voordoen.

Een bijzondere vorm van lichamelijke kindermishandeling is het shakenbabysyndroom, waarbij een baby zo hard door elkaar geschud wordt dat hij daar een reeks van klachten aan overhoudt. Een andere bijzondere vorm is het Münchhausen-by-proxysyndroom, waarbij ouders, meestal moeders, hun kind opzettelijk ziek maken of beweren dat het ziek is.

Vrouwelijke genitale verminking of meisjesbesnijdenis is ook een vorm van lichamelijke mishandeling. Het is een gebruik waarbij de clitoris (deels) wordt besneden of verwijderd. Ouders zeggen de besnijdenis uit te laten voeren uit liefde, om het kind te beschermen en om haar toekomst veilig te stellen. Veel meisjes en vrouwen zien de ingreep als iets vanzelfsprekends. Het komt in Nederland vooral voor bij migranten uit Afrikaanse landen rond de Sahara. Meer informatie op de website Focal Point van Pharos.

Lichamelijke en psychische verwaarlozing
Lichamelijke verwaarlozing is een passieve vorm van kindermishandeling, omdat een kind daardoor niet de zorg en verzorging krijgt die het nodig heeft. Bij psychische of emotionele verwaarlozing schieten de ouders of opvoeders doorlopend tekort in het geven van positieve aandacht aan het kind. Daarmee negeren ze structureel de basale behoeften van het kind aan liefde, warmte, geborgenheid en steun. Meer informatie 

Psychische of emotionele mishandeling
Van psychische of emotionele mishandeling is sprake wanneer ouders of andere opvoeders met hun houding en hun gedrag afwijzing en vijandigheid uitstralen tegenover het kind. Ze schelden het kind regelmatig uit, laten het herhaaldelijk horen dat het niet gewenst is of maken het kind opzettelijk bang. Psychische of emotionele mishandeling kan ook bestaan uit denigrerende uitspraken over het kind tegenover anderen, waar het kind zelf bij is.

Seksueel misbruik
Seksueel misbruik bestaat uit alle seksuele aanrakingen die een volwassene een kind opdringt. Door het lichamelijke of relationele overwicht, de emotionele druk, of door dwang en geweld van de volwassene kan het kind die aanrakingen niet weigeren.

Getuige van huiselijk geweld
De laatste jaren is er toenemende aandacht voor kinderen die getuige zijn van geweld in het gezin. Die ervaringen kunnen ook schade bij het kind veroorzaken. Bovendien zijn er kinderen die zowel getuige zijn van geweld in het gezin als zelf mishandeld worden. Meer informatie

Bron
Wolzak, A. & Ten Berge, I. (2005). 'Kindermishandeling. De aanpak in Nederland'. Utrecht/Amsterdam, NIZW Jeugd/SWP.


Shakenbabysyndroom

Het 'shakenbabysyndroom' betekent letterlijk: het syndroom van de door elkaar geschudde baby. Het syndroom ontstaat wanneer ouders of opvoeders een baby zo hard door elkaar schudden dat hij daar een reeks van klachten aan overhoudt.
Het shakenbabysyndroom komt voornamelijk voor bij kinderen onder de 4 jaar. De kans op letsel als gevolg van het schudden is het grootst bij baby's tot ongeveer 1 jaar. De meeste slachtoffers vallen in de leeftijdscategorie van drie tot acht maanden, maar ook dreumesen en peuters kunnen verwondingen oplopen als ze te hard door elkaar worden geschud.

Hersenbeschadiging
Het hoofd van een baby is groot en zwaar in verhouding tot de rest van zijn lichaam. Bovendien zijn de nekspieren nog niet sterk genoeg om het hoofd zonder steun rechtop te kunnen houden. Als een baby geschud wordt, gaat zijn hoofdje met veel kracht heen en weer. Dat kan beschadigingen veroorzaken aan de hersenen, bloedvaten en zenuwen, met blijvend letsel of zelfs de dood tot gevolg.
Door het krachtig schudden worden de hersenen tegen de schedel gedrukt en ontstaat een hersenbeschadiging. Kinderen die lijden aan het shakenbabysyndroom blijken vijf tot twintig seconden door elkaar te zijn geschud en in de meeste gevallen minder dan veertig keer. De normale omgang met een baby en spelletjes als hop-paardje-hop kunnen dit syndroom niet veroorzaken.

Stress of paniek
De twee belangrijkste redenen waarom ouders hun jonge kinderen door elkaar schudden zijn een aanhoudende stresssituatie of een paniekreactie. In beide gevallen realiseren ouders zich onvoldoende hoe gevaarlijk het schudden is.
Als ouders hun baby schudden door stress, zijn zij meestal overspannen of kunnen ze weinig aan. Ze schudden de baby vooral als hij onophoudelijk huilt en ze zich daardoor erg machteloos en boos voelen. Als ze hun baby niet op andere manieren tot bedaren krijgen, proberen ze hem in hun wanhoop soms stil te krijgen door hem te schudden.
Ouders kunnen hun kind ook schudden omdat zij in paniek zijn, bijvoorbeeld bij een ademstilstand van het kind. Ze schudden het kind dan heftig door elkaar om het weer te laten ademhalen.

De gevolgen
Een geschudde baby reageert in eerste instantie niet echt anders dan normaal. De letsels zijn meestal niet direct zichtbaar omdat ze zich bijna altijd bevinden op de plaats waar de hersenen overgaan in het ruggenmerg. De schade zit vooral in de zenuwbanen in de nek die voor de controle van de ademhaling zorgen. Daardoor kan er zwelling van de hersenen en  zuurstoftekort optreden. Dit kan tot blijvende beschadigingen leiden, in het ergste geval met de dood tot gevolg.
Directe gevolgen of symptomen van het schudden zijn bijvoorbeeld doofheid, blindheid, overgeven, niet kunnen slikken, ademhalingsmoeilijkheden, prikkelbaarheid en bloedingen in de ogen. Deze symptomen komen bij 50 tot 80 procent van de slachtoffers voor. In een later stadium kunnen de gevolgen tot uitdrukking komen in leerproblemen, spraakproblemen, ontwikkelingsachterstand, mentale achterstand, coma en overlijden.

Wat is eraan te doen?
De beschadigingen in de hersenen zijn in het algemeen blijvend. Toch kan snelle medische hulp en de juiste diagnose voorkomen dat de gevolgen verergeren, bijvoorbeeld door behandeling van een zwelling in de hersenen.
Om het shakenbabysyndroom te voorkomen is het belangrijk dat ouders voldoende informatie krijgen over de ernst van het probleem en dat ze beter leren omgaan met stress.

Bronnen
Kind en gezin (2002). 'Het Shaken Infant Syndrome: wetenschappelijk dossier'. Brussel, Kind en gezin.
www.dontshake.com
www.aboutshakenbaby.com


Het Münchhausen-by-proxysyndroom

Het Münchhausen-by-proxysyndroom is een vorm van lichamelijke kindermishandeling. Ouders, meestal moeders, maken hun kind opzettelijk ziek of beweren dat het ziek is. Artsen onderzoeken het kind maar kunnen niets vinden. Als ze wel iets vinden heeft de ouder de ziekteverschijnselen opgewekt, bijvoorbeeld door het kind te vergiftigen.

Baron Von Münchhausen
De naam van dit syndroom is ontleend aan baron Von Münchhausen (1720-1790) die bekend stond om zijn sterke verhalen. Mensen die lijden aan het syndroom van Münchhausen maken zichzelf opzettelijk ziek of zeggen ziek te zijn. Zij simuleren acute klachten en ondergaan daarvoor herhaaldelijk medische behandelingen. De reden daarvoor kan een roep om aandacht zijn, maar ook behoefte aan onderdak voor de nacht of een drugsverslaving. Het toevoegsel 'by proxy' betekent 'bij volmacht' en geeft aan dat iemand de klachten bij een ander veinst of aanbrengt.

Moeders die aandacht willen
Ouders die hun kind ziek maken om aandacht te trekken hebben ongetwijfeld psychiatrische problemen. Ze hebben een persoonlijkheidsstoornis zoals borderline, ze somatiseren klachten, zijn verslaafd of verwonden zichzelf. De meeste vrouwen hadden daar al last van voordat zij kinderen kregen. Moeders die aan Münchhausen by proxy (MBP) lijden, hebben vaak in de gezondheidszorg gewerkt. Daardoor weten zij veel van ziekteverschijnselen en kennen ze de medische termen.
Vaak doen moeders met dit syndroom er nog een schepje bovenop als zij zich niet gehoord voelen of hun zin niet krijgen. Zij dikken de klachten die hun kind zou hebben aan en brengen het kind nog meer schade toe. Als anderen de bedoelingen van zo'n moeder doorzien en haar ermee confronteren dat zij zelf aandacht wil, reageert zij met verontwaardigde ontkenning. Door haar psychische problemen blijft zij vaak hardnekkig ontkennen en is therapeutische behandeling moeilijk, zo niet onmogelijk.

Ingrijpende gevolgen
De gevolgen voor kinderen die het slachtoffer zijn van het Münchhausen-by-proxysyndroom kunnen ingrijpend zijn. Veel kinderen kampen met ernstige lichamelijke klachten omdat zij onnodige operaties hebben ondergaan en last hebben van de bijwerkingen en complicaties. Zij kunnen verminkt raken en zelfs overlijden als gevolg van het gedrag van hun moeder of van de onderzoeken.
Bovendien loopt hun psychosociale ontwikkeling door het veelvuldige ziekenhuisbezoek vaak achter. Zij hebben bijvoorbeeld moeite om vriendschappen aan te gaan met leeftijdsgenoten en kunnen moeilijk loskomen van hun ouders. Veel kinderen zijn angstig en hebben het gevoel dat zij tekortschieten. Daarnaast kunnen kinderen leerachterstanden krijgen omdat zij vaak van school verzuimen. Velen ontwikkelen posttraumatische stressverschijnselen door de medische onderzoeken en behandelingen die ze hebben ondergaan.

Moeilijk te geloven
Het Münchhausen-by-proxysyndroom is moeilijk vast te stellen. Veel artsen weten niet dat het bestaat of weigeren te geloven dat er ouders zijn die tot deze vorm van kindermishandeling in staat zijn. Het ongeloof van artsen wordt vaak versterkt doordat de moeders een zorgzame en aangepaste indruk maken. Zij beschikken vaak over medische kennis en spannen zich in om de relatie met de arts een persoonlijke en hechte vorm te geven. Dikwijls slagen zij erin de arts zo te manipuleren dat die niet doorheeft dat zij hem voor haar karretje spant. De moeder weet de arts te betrekken in haar toneelstukje van de bezorgde moeder, de toegewijde arts en het lijdende kind. Gekwetste ijdelheid van de arts kan een reden zijn dat hij de diagnose MBP niet stelt. Hij wil niet geloven of toegeven dat hij medeplichtig is geworden.

Onderzoeksmogelijkheden
De ware toedracht van de klachten van het kind kunnen ook verdoezeld worden door de vraaggerichte houding van de arts en de technische onderzoeksmogelijkheden. De angst om een verkeerde diagnose te stellen of een somatische verklaring over het hoofd te zien, maakt het moeilijk om de feiten op tafel te krijgen, zeker in combinatie met een eisende of dwingende houding van de ouders. Als een arts het vermoeden uit dat een moeder haar kind met opzet ziek maakt, zal zij dat hardnekkig en vol overtuiging ontkennen. Het kind gelooft meestal dat zijn moeder het beste met hem voorheeft en zal de arts niet vertellen dat hij zich niet ziek voelt.

Patronen doorbreken
Bij een vermoeden van MBP is het zaak dat de arts het volledige patiëntendossier bekijkt om het ziekteverloop en het verwijspatroon te bestuderen. Soms is het nodig om in het ziekenhuis videocamera's te plaatsen of uitgebreid forensisch onderzoek te doen om sluitend bewijs te kunnen verkrijgen. In het belang van het kind zijn gerichte veranderingen nodig, zoals toezicht op het naar school gaan. Ook moet een arts in staat zijn tegelijkertijd het vertrouwen van de ouder te winnen, de medische zorg voor het kind te bieden en het 'shoppen' te beperken. Een melding bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling kan daarbij helpen.

Strafrecht
Naast het langdurig beschermen van de kinderen, biedt het strafrecht mogelijkheden om MBP te stoppen. Psychiatrisch onderzoek van de moeder, en eventueel TBS met dwangverpleging, is vaak nodig om de hardnekkige ontkenning van ouders te doorbreken. Resultaten van zo'n aanpak zijn nog niet bekend, maar het lijkt de moeite van het proberen waard.

Bronnen
Berckelaer-Onnes, I.A. van (2002). 'De perfecte moeder ontmaskerd?', in: 'Tijdschrift voor Orthopedagogiek', jaargang 41, nummer 10, p.501-514.

Buis, S. (2005). 'Münchhausen by proxy. Een ondergesignaleerd probleem', in: 'Tijdschrift over Kindermishandeling', jaargang 19, nummer 3, p.10-14.

Ligthart, L. en R. Vecht (2000). 'Het achterland van kindermishandeling: het syndroom van Münchhausen-by-proxy', in: 'Elimpost', jaargang 65, nummer 1, p.21-34.

Loader, P. en C. Kelly (1998). 'Het 'Munchausen by proxy'-syndroom: een verhalende benadering tot verklaring', in: 'Gezinstherapie', jaargang 9, nummer 1, p.73-88.

Vecht, R. (2000). 'Münchhausen by proxy. Gestoord ouderschap - zieke kinderen'. Utrecht, Bohn Stafleu Van Loghum.


Lichamelijke en psychische verwaarlozing

Verwaarlozing is een passieve vorm van kindermishandeling, omdat ouders structureel iets nalaten: het vervullen van de basisbehoeften van kinderen. Tussen lichamelijke en psychische verwaarlozing bestaan verschillen maar ook veel overeenkomsten.

Lichamelijke verwaarlozing
Bij lichamelijke verwaarlozing komen ouders of opvoeders langdurig onvoldoende tegemoet aan de lichamelijke basisbehoeften van het kind. Het gaat dan bijvoorbeeld om structureel te weinig, slechte of onregelmatige voeding geven, onvoldoende bescherming bieden tegen kou, en het onvoldoende bieden van veilige ontwikkelingsmogelijkheden en medische zorg. Het kind krijgt niet de zorg en verzorging waar het gezien zijn leeftijd behoefte aan heeft en recht op heeft.

Psychische verwaarlozing
Van psychische verwaarlozing is sprake wanneer een kind systematisch geen aandacht of genegenheid krijgt. Psychische verwaarlozing begint vaak al vanaf de eerste levensjaren. De ouder is in emotioneel opzicht niet beschikbaar en negeert het huilen en andere signalen van onrust, onvrede, vragen om hulp, aandacht, warmte en geruststelling. De ouder doet dit ondanks de spontane initiatieven van de baby om wel te communiceren. Ook oudere kinderen worden verwaarloosd doordat hun ouders hen aan hun lot overlaten, negeren, opsluiten of op een andere manier in de steek laten. Het lijkt alsof het kind niet bestaat. De relatie tussen ouder en kind kenmerkt zich door liefdeloosheid en afwijzing.

Machteloosheid en lage verwachtingen
In gezinnen waarin sprake is van verwaarlozing overheersen vaak gevoelens van machteloosheid. Alle gezinsleden, maar de ouders in het bijzonder, ervaren op voorhand hun eigen inspanningen en die van anderen als zinloos. Ze uiten hun gevoelens minder en vager dan in andere gezinnen gebeurt. Bovendien is de band tussen de gezinsleden zwak en is er in vergelijking met andere gezinnen meer rolvervaging. Daarnaast zijn er in deze gezinnen weinig regels en grenzen. De ouders verwachten weinig van hun kinderen of zijn daar uitgesproken vaag over. De ouders kijken nauwelijks om naar hun kinderen, corrigeren hen soms met een schreeuw zonder erop te letten of dat effect heeft of niet. De kinderen gaan hun eigen gang en zoeken hun eigen vertier.

Beperkte mogelijkheden van ouders
Verwaarlozing is in het algemeen het gevolg van de beperkte mogelijkheden van ouders om de behoeften van hun kinderen te vervullen. Meer specifiek speelt bij deze ouders:

Bij verwaarlozende ouders komt een gebrek aan kennis over de ontwikkeling van kinderen en van de manier waarop die gestimuleerd zou moeten worden, het meeste voor.

Niet kunnen gedijen
Lichamelijke verwaarlozing door ondervoeding zorgt voor groei- en ontwikkelingsachterstand bij het kind. Dan is er sprake van 'organic failure to thrive': het kind kan niet gedijen. Kenmerkend voor dit syndroom zijn een te geringe toename of zelfs een stilstand van de groei door het tekort aan noodzakelijke voedingstoffen. Op den duur leidt deze vorm van verwaarlozing tot een daling van het lichaamsgewicht.
Het gedrag van het kind verandert ook. Het huilt snel, is snel geprikkeld, is moeilijk te kalmeren of juist apatisch, maakt weinig oogcontact en reageert niet adequaat op menselijke stemmen en gezichten. Verder is er een vertraagde ontwikkeling van de psychomotoriek en de spraak. Lichamelijke verwaarlozing komt het meest voor in de eerste twee levensjaren van een kind. Dat is de periode van snelle groei en grote afhankelijkheid van volwassenen.

Ook psychische verwaarlozing leidt tot groeiachterstand
Verschillende auteurs wijzen erop dat ook ernstige psychische verwaarlozing ertoe leidt dat kinderen, ondanks voldoende lichamelijke zorg, een duidelijke achterstand in hun groei en ontwikkeling krijgen. Een tekort aan emotionele zorg kan leiden tot een groeiachterstand zonder organische oorzaak: 'non-organic failure to thrive'.

Intensieve hulp nodig
De prognose voor gezinnen waarin verwaarlozing voorkomt is slecht. Dat komt door de beperkte cognitieve vermogens van ouders, hun gebrek aan besef van wat er schort aan de manier waarop ze met hun kinderen omgaan. Ook spelen de sociale en materiële omstandigheden van deze gezinnen een rol. Doorslaggevend is vooral hun gebrek aan vertrouwen dat zij zaken in positieve zin kunnen veranderen. Deze gezinnen hebben meestal intensieve hulp nodig waarbij de ouders op meerdere fronten ondersteuning krijgen.

Bronnen
Baartman, H.E.M. (1996). 'Opvoeden kan zeer doen. Over oorzaken van kindermishandeling, hulpverlening en preventie'. Utrecht, Uitgeverij SWP.

Dijkstra, S. (2006). 'Verwaarlozing: slepend, sluipend en soms definitief slopend', in: 'Ouderschap en ouderbegeleiding', jaargang 9, nummer 2, p.127-139.

Hekken, S. van (1992). 'Verwaarlozing: achtergronden, gevolgen en behandeling', in: 'H. Baartman en A. van Montfoort (red.) Kindermishandeling. Resultaten van multidisciplinair onderzoek'. Utrecht, Data Medica.

Kromhout, M. (1996). 'Verwaarloosde kinderen. Opvattingen uit het veld'. Leiden, PEWA/Rijksuniversiteit Leiden.

Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. 'Kindermishandeling; meldenswaard!'. Antwerpen, Vertrouwenscentrum Kindermishandeling.


Kinderen die getuige zijn van gezinsgeweld

Kindermishandeling is een vorm van huiselijk geweld. Geschat wordt dat in 30 tot 70 procent van de gezinnen waarin vrouwen worden mishandeld door hun man ook de kinderen worden mishandeld. Daarnaast kunnen kinderen die zelf geen direct slachtoffer zijn wel getuige zijn van huiselijk geweld. Over de mate waarin kinderen getuige zijn van overige vormen van huiselijk geweld is nog weinig bekend, bijvoorbeeld over mannenmishandeling, mishandeling in homorelaties en geweld tussen broers en zussen.

Kinderen in de schaduw

De aandacht voor kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld is relatief nieuw. In Nederland wordt er pas vanaf eind jaren negentig over gepubliceerd. Hulpverleners in de vrouwenopvang waren de eersten die de problemen van kinderen van mishandelde moeders signaleerden. Zij ontwikkelden methodieken om hen te helpen om te gaan met angst, agressie en depressiviteit. Over die methodieken staat nog weinig op papier.

Onderzoek in de kinderschoenen

Het onderzoek naar de aard en omvang van de problemen van kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld staat nog in de kinderschoenen.Vooral in de Verenigde Staten en Canada is er werk van gemaakt. Hoewel die onderzoeken nog geen precies beeld hebben opgeleverd van de oorzaken, omvang en gevolgen, is wel duidelijk welke problemen kinderen kunnen krijgen als zij getuige zijn geweest van geweld tussen hun ouders. Dat is te voorspellen aan de hand van drie theorieën: de hechtingstheorie, de sociale-leertheorie en de traumatheorie.

Veilige hechting

De hechtingstheorie gaat ervan uit dat kinderen voor een gezonde ontwikkeling een veilige hechting met betrouwbare anderen nodig hebben. Geweld in het gezin betekent voor kinderen dat hun ouders niet voor veiligheid en bescherming kunnen zorgen. Dat kan leiden tot een blijvende vervorming van het beeld dat kinderen hebben van zichzelf, van anderen en van de wereld.

Het leren van gedrag

In de sociale-leertheorie ligt de nadruk op de invloed van de sociale omgeving bij het aanleren van nieuw gedrag. Kinderen leren gedragspatronen via hun waarneming en hun ervaringen. Als kinderen zien dat hun vader hun moeder mishandelt, leren zij dat geweld en intieme relaties samengaan en dat mannen daarbij een - fysiek - machtsoverwicht hebben. Bovendien leren ze dat geweld een geaccepteerd en geldig middel is om je zin te krijgen.

Traumatisch

De traumatheorie brengt de angst, bedreiging en hulpeloosheid die kinderen die getuige zijn van geweld ervaren, in verband met traumatisering. Herhaalde traumatische gebeurtenissen in de kindertijd vervormen de persoonlijkheid en beïnvloeden de ontwikkeling van voelen en denken en de relatie met zichzelf en anderen.

Hulp

De manier waarop een beroepskracht kan omgaan met de situatie van een kind dat getuige is van geweld verschilt niet wezenlijk van de stappen die hij in gevallen van kindermishandeling moet zetten. Die stappen zijn gekoppeld aan zes fasen in de aanpak van de problemen: het ontstaan van een vermoeden, overleg, nader onderzoek, hulp op gang brengen, evaluatie en nazorg.

Net als het onderzoek staat de hulpverlening aan deze kinderen en hun ouders nog in de kinderschoenen. Wel is duidelijk dat voor kinderen die getuige zijn van geweld tussen hun ouders systeemgerichte en intergenerationele vormen van hulpverlening nodig zijn.

Meer informatie

Zie voor meer informatie het dossier Partnergeweld.

Bronnen

Baeten, P. en E. Geurts (2002). 'In de schaduw van het geweld. Kinderen die getuige zijn van geweld tussen hun ouders'. Utrecht, NIZW.

Dijkstra, S (2001). 'Kinderen die getuige zijn van geweld tussen hun ouders. Een basisverkenning van korte- en langetermijneffecten'. Bilthoven, Dijkstra onderzoek en advies.

Edleson, J.L. (1999). 'Children's witnessing of adult domestic violence', in: 'Journal of Interpersonal Violence', volume 14, nummer 8, p.839-870.

Herman, J.L. (1993). 'Trauma en herstel. De gevolgen van geweld -van mishandeling thuis tot politiek geweld'. Amsterdam, Wereldbibliotheek.


Cijfers

Loading...


Risicofactoren

Kindermishandeling is het gevolg van een combinatie van uiteenlopende risicofactoren:

Problemen en persoonlijkheid van de ouder
Ouders die hun kind mishandelen of verwaarlozen hebben relatief vaak psychische of psychiatrische problemen. Daarnaast lopen ouders die zelf als kind mishandeld zijn of in hun jeugd andere negatieve ervaringen in het gezin hebben meegemaakt, een groter risico om hun eigen kind te mishandelen. Verder hebben mishandelende ouders meer dan andere ouders een gebrek aan pedagogisch besef. Tegenover hun kind ontbreekt het hen aan verwachtingen, beleving, sensitiviteit en empathie.

Kwetsbare kinderen
Sommige kinderen zijn moeilijker op te voeden dan andere kinderen. Het opvoeden van kinderen die extra zorg, aandacht en geduld van ouders vragen, zoals kinderen die te vroeg geboren zijn of kinderen met een lichamelijke of verstandelijke handicap, geeft de ouders waarschijnlijk meer stress en gevoelens van incompetentie. Ook kinderen die problematisch gedrag vertonen, doen een groot beroep op de opvoedingskwaliteiten en inspanningen van ouders en zijn voor ouders een bron van stress. Op jonge leeftijd zijn deze kinderen bovendien fysiek en emotioneel erg afhankelijk van hun opvoeders, en daarmee extra kwetsbaar voor mishandeling en verwaarlozing.

Leefomstandigheden
In gezinnen waarin kindermishandeling voorkomt gaan de gezinsleden vaak op een negatieve manier met elkaar om. Bij fysieke kindermishandeling overheerst geweld in de onderlinge contacten. Daarnaast wonen gezinnen waarin mishandeling plaatsvindt relatief vaak in buurten met zwakke sociale verbanden, criminaliteit, drugsproblematiek, armoede en achterstand. De bredere sociaal-culturele context waarin ouders opvoeden kan ook van invloed zijn: als geweld in een samenleving meer getolereerd wordt komt fysieke mishandeling vaker voor dan wanneer dat niet zo is.

Het lijkt erop dat ook alleenstaand ouderschap en gezinsgrootte risicofactoren zijn voor kindermishandeling. Hoe dat verband precies ligt is niet duidelijk. Het is aannemelijk dat alleenstaand ouderschap of het hebben van een groot gezin voor een ouder een bron van stress is en daarmee zijn functioneren als opvoeder beïnvloedt. 

Risicofactoren bij seksueel misbruik
Naar specifieke risicofactoren voor seksueel misbruik is nog weinig onderzoek gedaan. Seksueel misbruik in het gezin kan een uiting zijn van verstoorde gezinsverhoudingen. Vaak spelen daarin communicatieproblemen, sociale isolatie en een tekort aan emotionele betrokkenheid en flexibiliteit een rol. Ook kan er sprake zijn van geweld tussen de partners.
Jonge kinderen en kinderen met een handicap, chronische ziekte of ontwikkelingsachterstand zijn extra kwetsbaar voor seksueel misbruik. Meisjes lopen een groter risico dan jongens, zeker wanneer zij bij een stiefvader wonen. Zowel voor jongens als voor meisjes geldt dat zij meer risico lopen wanneer zij opgroeien bij één biologische ouder. Seksueel misbruik komt vaker voor in gezinnen waarin de moeder, letterlijk of emotioneel, afwezig is. Dat is bijvoorbeeld het geval als de moeder buitenshuis werkt, verslaafd of ziek is.

Meer informatie
Meer informatie over risicofactoren en beschermende factoren bij kindermishandeling vindt u in:
Risicofactoren en beschermende factoren bij kindermishandeling pdf.

Algemene informatie over oorzaken en achtergronden van problematische ontwikkeling bij kinderen vindt u in:
Oorzaken en achtergronden van problematische ontwikkeling pdf.


Beschermende factoren

Beschermende factoren bieden tegenwicht aan de risicofactoren bij het kind, de opvoeders en de gezinsomgeving. Ze kunnen zowel bij de opvoeders als bij het kind liggen. Ook zijn er specifieke factoren die een kind kunnen beschermen tegen seksueel misbruik.  

Bij de opvoeder(s)
Factoren bij de opvoeder(s) die het kind beschermen tegen kindermishandeling zijn:

Bij het kind
Factoren bij het kind zelf die bescherming bieden tegen de gevolgen van kindermishandeling zijn:

Beschermende factoren bij seksueel misbruik
Over beschermende factoren bij seksueel misbruik is nog weinig bekend, maar een paar factoren lijken een gunstig effect te hebben op de gevolgen van seksueel misbruik:

Meer informatie
Meer informatie over risicofactoren en beschermende factoren bij kindermishandeling is te vinden in onderstaand document:
Risicofactoren en beschermende factoren bij kindermishandeling pdf

Algemene informatie over oorzaken en achtergronden van problematische ontwikkeling bij kinderen staat in:
Oorzaken en achtergronden van problematische ontwikkeling pdf


Gevolgen

De ontwikkeling van een kind hangt voor een groot deel af van de interactie met de ouders. Dat geldt zeker in de eerste levensjaren. Later gaat de omgeving een steeds belangrijkere rol spelen. De liefdevolle zorg en aandacht van de ouder is voor het opgroeiende kind een basis voor wederzijds vertrouwen. Het kind kan zich daardoor in een veilige sfeer ontplooien. Bovendien stimuleert de positieve aandacht van de ouder het kind om zich evenwichtig te ontwikkelen op emotioneel, intellectueel en lichamelijk gebied.

In het geval van kindermishandeling ontbreekt die geborgenheid en komt de ontwikkeling van een kind zwaar onder druk te staan. Het ondermijnt het vertrouwen van het kind in anderen. Als het kind de buitenwereld als vijandig ervaart, dan verstoort dat zijn omgang met de kinderen en volwassenen om hem heen. Het kind zoekt de schuld voor het gedrag van de mishandelende ouder bij zichzelf. Daardoor krijgt hij een verwrongen, negatief beeld van zichzelf en loopt zijn zelfvertrouwen een grote deuk op.

Niet elk kind lijdt even veel onder mishandeling. De belangrijkste factoren die het effect bepalen, zijn:

Gevolgen tijdens de jeugd
Een van de mogelijke gevolgen van kindermishandeling op korte termijn is lichamelijk letsel. In extreme gevallen, bij zware lichamelijke mishandeling of verwaarlozing, kan het kind zelfs aan de gevolgen overlijden. Ook remt kindermishandeling de ontwikkeling en kan kindermishandeling stoornissen veroorzaken. Mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbruik van het kind verstoren de normale vorming van het netwerk van zenuwen in een deel van de hersenen.

Gevolgen op volwassen leeftijd
Gevolgen van kindermishandeling op lange termijn zijn bijvoorbeeld posttraumatische stressstoornissen en dissociatieve stoornissen. Ook lichamelijke klachten met een psychische oorzaak komen voor. Een volwassene die als kind is mishandeld, kan zijn toevlucht zoeken tot verslaving, zelfverwonding en zelfmoord als de herinneringen aan thuis ondraaglijk worden.

Gevolgen voor de maatschappij
De onveiligheid die kinderen tijdens hun opvoeding ervaren is een belangrijke oorzaak van gedrag dat de maatschappij als overlast en als bedreiging van de veiligheid ervaart. Verslaving is een van de manieren om de ellendige gevolgen van kindermishandeling in de jeugd te ontvluchten. Die verslaving aan drugs en alcohol brengt overlast voor de omgeving  mee. Andere maatschappelijke gevolgen van kindermishandeling zijn de kosten van de behandeling die slachtoffers nodig hebben. 

Meer informatie
Meer informatie over de gevolgen van kindermishandeling vindt u in onderstaand document:
Gevolgen van kindermishandeling  pdf


Beleid

In dit onderdeel van het themadossier staat een overzicht van de ontwikkelingen in het overheidsbeleid rond de aanpak van kindermishandeling en het verbeteren daarvan. Naast relevante wetsbepalingen en het beleid in Nederland komen ook internationale ontwikkelingen aan bod.


Rijksbeleid

Minister Rouvoet voor Jeugd en Gezin heeft in juni 2007 een actieplan voor de aanpak van kindermishandeling naar de Tweede Kamer gestuurd onder de titel 'Kinderen veilig thuis'. In dat actieplan staat een aantal kernpunten voor de aanpak van kindermishandeling. Ze zijn onderdeel van de landelijk invoering van de RAAK-methode, een samenhangend pakket van maatregelen om de aanpak van kindermishandeling op regionaal niveau te verbeteren.

Meldcode kindermishandeling

Op 1 januari 2011 treedt naar verwachting de Wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling in werking. De wet stelt gebruik van een meldcode verplicht voor professionals bij (mogelijke) signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling. De wet geldt na invoering voor ruim 1 miljoen professionals in gezondheidszorg, jeugdzorg, welzijn, onderwijs en justitie. De ministeries van VWS, Jeugd en Gezin, OCW en Justitie hebben een basismodel voor de meldcode opgesteld. De meldcode bestaat uit een stappenplan waarin staat wat een professional moet doen bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling.
U kunt het basismodel downloaden via www.meldcode.nl.

Landelijke invoering
Het Nederlands Jeugdinstituut ondersteunt de landelijke invoering van de RAAK-methode volgens het actieplan 'Kinderen veilig thuis'. De rijksoverheid heeft 35 centrumgemeenten gevraagd sluitende afspraken te maken tussen lokale en regionale partners over de aanpak van kindermishandeling en om professionals een programma van training en scholing aan te bieden. Voor het vervullen van de regierol krijgt elke centrumgemeente een subsidie van 250.000 euro voor het aanstellen van een regionale coördinator van 2008 tot 2011.
Elders op deze website vindt u meer informatie over de regionale aanpak kindermishandeling.

Publiekscampagne
Bewustwording van het bestaan en de gevolgen van kindermishandeling is het uitgangspunt van een sluitende aanpak. Het ministerie voor Jeugd en Gezin is in maart 2009 gestart met een publiekscampagne die zich richt op bewustwording. De campagne loopt minimaal twee jaar. Er wordt onder andere gebruik gemaakt van tv, radio, schriftelijke materialen en internet.
Meer informatie vindt u op de website van het ministerie voor Jeugd en Gezin.

Meer informatie
Meer informatie over de voornemens van de overheid en de landelijke invoering van de RAAK-methode vindt u in:

Daarnaast vindt u op de website van het ministerie voor Jeugd en Gezin beleidsinformatie in het dossier Kindermishandeling.


Wetgeving

Voor de aanpak van kindermishandeling zijn verscheidene wetsbepalingen relevant.

Wetboek van Strafrecht
Verschillende artikelen in het Wetboek van strafrecht zijn van belang voor de strafbaarheid van kindermishandeling.

Boek Titel Artikelen
1 I. Omvang van de werking van de strafwet 5 en 5a
1 VIII. Verval van recht tot strafvordering en van de straf 70 en 71
2 XIV. Misdrijven tegen de zeden 239 - 253
2 XV. Verlating van hulpbehoevenden 255 - 260
2 XIX. Misdrijven tegen het leven gericht 290 - 292
2 XX. Mishandeling 300 - 305

De teksten van genoemde artikelen vindt u op de voorlichtingswebsite van de landelijke overheid 'Overheid.nl': Wetboek van strafrecht.

Verbod op gebruik van geweld in de opvoeding
In april 2007 is een bepaling aan het Burgerlijk Wetboek toegevoegd die gebruik van lichamelijk of geestelijk geweld tegen kinderen in de opvoeding afkeurt. De bepaling is toegevoegd aan: Burgerlijk Wetboek (Eerste boek): artikel 247

Wetsartikelen misbruik en/of mishandeling binnen instellingen
Voor enkele beroepsgroepen is wettelijk vastgelegd welke actie een instelling moet ondernemen als er een vermoeden rijst dat een medewerker in de betreffende instelling een kind mishandelt of seksueel misbruikt.

Sector Wet Artikel
Jeugdzorg Wet op de jeugdzorg artikel 21
Zorgsector Kwaliteitswet zorginstellingen artikel 4a
Primair onderwijs Wet op het primair onderwijs artikel 4a
Voortgezet onderwijs Wet op het voortgezet onderwijs artikel 3
Beroepsonderwijs Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 1.3.8
Expertisecentra Wet op de expertisecentra artikel 4a

Voor meer informatie over de bepalingen in het onderwijs:
Project Preventie Seksuele Intimidatie (PPSI) Vraag en anwoord: Wat houdt de meld- en aangifteplicht in?

VN-Verdrag inzake de rechten van het kind
Het Verdrag inzake de rechten van het kind van de Verenigde Naties is opgesteld in New York op 20 november 1989 en voor Nederland in werking getreden op 8 maart 1995. Voor de bestrijding van kindermishandeling en de verantwoordelijkheid van de overheid bevat het verdrag een aantal artikelen, waaronder artikel 4, 5, 6, 18, 19 en 27. Het verdrag en informatie over het verdrag vindt u op www.kinderrechten.nl.


Internationaal beleid

De noodzaak om kindermishandeling aan te pakken wordt wereldwijd onderschreven. Dat blijkt uit een aantal internationale ontwikkelingen.

VN-verdrag inzake de rechten van het kind
De Verenigde Naties (VN) hebben de rechten van het kind vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Nederland is sinds 1995 gebonden aan dit VN-Verdrag. Een speciaal VN-comité houdt er toezicht op dat landen zich houden aan de afspraken in het verdrag. In meerdere verdagsartikelen komt naar voren komt dat ieder kind recht heeft op een opvoeding die leidt tot een gezonde ontwikkeling en dat overheden alles in het werk moeten stellen om kinderen tegen elke vorm van kindermishandeling te beschermen. Meer informatie over het verdrag vindt u op www.kinderrechten.nl.

Onderzoek Verenigde Naties
Voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN) heeft een VN-rapporteur een rapport opgesteld over geweld tegen kinderen. In zijn rapport vraagt hij aandacht voor geweld tegen kinderen door volwassenen. Het rapport bevat aanbevelingen om geweld tegen kinderen te voorkomen en er adequaat op te reageren. Die aanbevelingen zijn gebaseerd op bestaand en nieuw onderzoek.  Ze gaan vooral over geweld tegen kinderen in vijf situaties: thuis en in het gezin, op school en in andere educatieve instellingen, in instellingen, in de gemeenschap en op de werkvloer. Voor regeringen staan in het rapport essentiële en tijdsgebonden doelen. Het rapport is te dowloaden via www.unviolencestudy.org.

Rapporten World Health Organisation
De World Health Organisation (WHO) heeft in 2002 het 'World report on violence and health' gepubliceerd. Hierin staat dat kindermishandeling een gezondheidsprobleem is, dat met wereldwijde investeringen bestreden moet worden. De presentatie van dit rapport was een onderdeel van de 'Global campaign for violence prevention' van de WHO. Hierin wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor gezinsgeweld en de noodzaak en mogelijkheden tot preventie. In oktober 2006 heeft de WHO een handleiding voor overheden gepubliceerd waarmee zij invulling kunnen geven aan de preventie van kindermishandeling.
Zie: www.who.int.


Beleidsstukken

Hier vindt u een selectie van relevante beleidsstukken, analyses of adviezen. De korte omschrijvingen zijn ontleend aan de literatuurcatalogus van het Nederlands Jeugdinstituut.


Praktijk

Wat werkt bij de preventie van kindermishandeling en het verlenen van hulp? Welke interventies en instrumenten zijn effectief voor het bestrijden en signaleren van kindermishandeling? Welke richtlijnen zijn verwerkt in meldcodes en protocollen? En welke voorzieningen bestaan er om ouders te ondersteunen bij de opvoeding?


Wat werkt?

Effectieve bestrijding van kindermishandeling vraagt om samenhangende activiteiten op verschillende niveaus, zowel ter voorkoming als behandeling van kindermishandeling.

Universele en selectieve preventie
Universele preventie richt zich op alle ouders, opvoeders en kinderen. Universele preventie bestaat bijvoorbeeld uit beleid en wetgeving, opvoedingsondersteuning aan alle ouders, en voorlichting en training voor alle kinderen. Selectieve preventie bestaat uit het aanbieden van voorlichting en training aan groepen waarin kindermishandeling meer dan gemiddeld voorkomt. Vormen van selectieve preventie zijn bijvoorbeeld: zorgen voor een grotere beschikbaarheid van reguliere zorg in risicowijken, buurtprogramma's organiseren, ouders intensief betrekken bij programma's ter bestrijding van onderwijsachterstanden.

Geïndiceerde preventie
Geïndiceerde preventie is gericht op gezinnen die een verhoogd risico lopen op kindermishandeling. Voor deze gezinnen kunnen intensieve 'homevisiting'-programma's ingezet worden. Deze vorm van ondersteuning vindt plaats bij gezinnen thuis en is gericht op het vergroten van kennis en vaardigheden die bijdragen aan de gezonde ontwikkeling van ouders, kinderen en gezinnen. Over het algemeen hebben deze programma's positieve effecten als ze aan een aantal voorwaarden voldoen, zoals een tijdige start, een meervoudig aanbod en specifieke aandacht voor risico- en beschermende factoren.

Interventies bij vroege signalen
Deze vorm van preventie is gericht op ouders, andere opvoeders of kinderen bij wie al signalen van opvoedingsproblemen te zien zijn. Een aantal programma's kan deze gezinnen waarschijnlijk helpen. Al deze programma's hebben een cognitief-gedragsmatige basis. Daarnaast bestaan er gezinsondersteuningsprogramma's die intensiever zijn of langer duren: homevisiting-programma's. Daarin krijgen gezinnen praktische hulp op verschillende levensgebieden. Homevisiting-programma's kunnen positieve effecten hebben op gevoelens van competentie, ondersteuning en opvoedingsvaardigheden. In combinatie met speciale onderdelen voor kinderen of interventies gericht op concrete opvoedingsvaardigheden kunnen de effecten nog groter zijn.

Hulpverlening
Bij vermoedens of constatering van kindermishandeling moet zo snel mogelijk worden ingegrepen. De interventies bestaan dan uit hulpverlening, strafrechtelijke of civielrechtelijke (jeugdbeschermings)maatregelen of combinaties daarvan. Bij seksueel misbruik is aangifte bij de politie de standaardprocedure. Interventies kunnen zich richten op het kind, de ouders en het gezin. Over het algemeen geeft een cognitief-gedragsmatige behandeling de beste resultaten. Bij kinderen is de behandeling vooral gericht op zelfregulatie van hun gedachten, gevoel en gedrag. Bij ouders is de behandeling vooral gericht op het reguleren van hun eigen gedrag en van gewenst en ongewenst gedrag bij hun kinderen. Het meest effectief blijkt een 'multimodale' aanpak. Dat betekent dat het hulpaanbod aan de verschillende betrokkenen voldoende onderlinge samenhang heeft, dat het aanbod gericht is op meerdere betrokkenen tegelijk - bijvoorbeeld ouders, kinderen, familie en sociaal netwerk - en dat het gebaseerd is op een gemeenschappelijke visie, analyse en behandelingsplanning van de instellingen die betrokken zijn bij de hulp.

Meer informatie
Meer informatie over werkzame principes bij kindermishandeling vindt u in het document Wat werkt bij de aanpak van kindermishandeling?  pdf


Erkende interventies

Om kindermishandeling bij kinderen en jongeren te voorkomen, verhelpen of compenseren zijn in binnen- en buitenland verschillende interventies ontwikkeld. In Nederlandse interventies wordt kindermishandeling lang niet altijd expliciet als doel genoemd. Uit omschrijvingen zoals ‘ernstige opvoedingsproblemen’ in combinatie met ‘problemen van kinderen die wijzen op een verstoorde ontwikkeling’ valt dan op te maken dat deze interventies ook bij kindermishandeling zijn te gebruiken.

In een aantal gevallen kan een hieronder genoemde interventie zowel een preventieve als hulpverlenende werking hebben, afhankelijk van de fase waarin de interventie wordt ingezet.

Hieronder vindt u een selectie van interventies uit de databank Effectieve Jeugdinterventies. In deze databank zijn interventies opgenomen die op zijn minst theoretisch goed onderbouwd zijn en door een onafhankelijke erkenningscommissie zijn erkend.

Preventie

Voorzorg, Triple P, Parent-Child Interaction Therapy en Stevig Ouderschap zijn preventieve interventies. Preventieve interventies zijn vooral op ouders gericht en hebben meestal tot doel hun opvoedingsvaardigheden te versterken om zo kindermishandeling te voorkomen. Daarnaast bestaan er interventies voor kinderen waarmee professionals proberen de kans op mishandeling of seksueel misbruik te verkleinen door kinderen weerbaarder te maken. Het Marietje Kessels Project is hiervoor geschikt.

Hulpverlening

Er zijn twee soorten curatieve interventies te onderscheiden als het om kindermishandeling gaat. Sommige zijn gericht op het gezin en bedoeld om in crisissituaties in te grijpen en uithuisplaatsing te voorkomen. Zij zijn bedoeld om de kindermishandeling te stoppen. Families First, IOG, Jeugdhulp Thuis en OVG zijn dergelijke programma’s. Andere interventies zijn gericht op kinderen en hebben als doel de gevolgen van kindermishandeling te bestrijden. EMDR, Horizonmethodiek, STEPS en Denken en voelen zijn hiervoor bedoeld. Een voorwaarde om een van deze laatste interventies in te zetten is dat de mishandeling, verwaarlozing of het misbruik gestopt is en dat het kind in een veilige opvoedingssituatie verkeert.


Instrumenten

In Nederland zijn er nog nauwelijks specifieke instrumenten om op een betrouwbare manier kindermishandeling vast te stellen. Wel zijn er allerlei hulpmiddelen die professionals ondersteunen bij de beoordeling van hun vermoedens van kindermishandeling. Zo zijn er signalenlijsten van kindermishandeling voor verschillende leeftijdscategorieën.

Daarnaast zijn er allerlei vragenlijsten waarmee professionals het functioneren van gezinnen in kaart kunnen brengen. Deze zijn niet specifiek bedoeld om vermoedens van kindermishandeling te beoordelen, maar geven wel inzicht in de relaties en dynamiek in het gezin, wat een aanwijzing kan zijn voor mogelijke problemen in de omgang tussen ouder en kind.

Er zijn ook enkele instrumenten waarmee professionals een risicotaxatie kunnen maken. Risicotaxatie in het kader van kindermishandeling is de inschatting hoe waarschijnlijk het is dat een kind in de toekomst (opnieuw) mishandeld, verwaarloosd of misbruikt zal worden.

Hieronder vindt u een selectie van beschrijvingen uit de databank Instrumenten, Richtlijnen en Kwaliteitsstandaarden.

Signalenlijsten

Tientallen signalen kunnen wijzen op kindermishandeling. Dat betekent overigens niet dat er bij zo'n signaal automatisch sprake is van kindermishandeling. Het vraagt om een zorgvuldige beoordeling en gesprekken met ouders en kinderen en eventuele andere betrokkenen voordat een professional kan beslissen of er sprake is van een voor het kind bedreigende situatie.

Onderstaande lijsten geven een overzicht van signalen van kindermishandeling. De documenten kunt u downloaden als pdf-bestand (uitleg).

Vroegsignalering

Om tijdig in te schatten of een verwonding van een kind mogelijk het gevolg is van kindermishandeling hebben de afdelingen Spoedeisende hulp van ziekenhuizen het zogenaamde 'SPUTOVAMO-formulier' ontwikkeld. Dit wijst artsen en verpleegkundigen op een aantal relevante onderwerpen bij hun beoordeling of er mogelijk sprake is van kindermishandeling als een kind met verwondingen op de Spoedeisende hulp binnenkomt.

De NOSIK, de verkorte versie van de Nijmeegse Ouderlijke Stress Index, is geschikt om snel een indruk te krijgen van de stress die ouders in de opvoeding ervaren. Stress in de opvoeding kan een risico voor kindermishandeling vormen.

Screening

Bij een screening met een gezinsvragenlijst wordt een eerste analyse gemaakt van de problemen in een gezin. De bedoeling is te onderzoeken of er problemen in de opvoeding en interactie in een gezin zijn en hoe ernstig de klachten zijn.

Diagnostiek

Diagnostische instrumenten leveren een meer diepgaand beeld op van de gezinssituatie. Over het algemeen dient een gedragsdeskundige ze af te nemen. De meeste vragenlijsten worden door de ouders ingevuld. Alleen de FRT is bedoeld om kinderen te vragen hoe zij tegen het gezin aan kijken. De GEST is ontwikkeld vanuit de structurele gezinssysteemtheorie om met het hele gezin inzicht in de onderlinge relaties te krijgen.

Met de VGF maakt een hulpverlener een inschatting van de situatie in het gezin.

Risicotaxatie

Er is een aantal risicotaxatie-instrumenten die bedoeld zijn om de kans op kindermishandeling in te schatten. Ten Berge (2008) heeft een overzicht van de beschikbare risicotaxatie-instrumenten gemaakt en geeft een beschrijving van de stand van zaken in de ontwikkeling en de wetenschappelijke onderbouwing ervan. Alleen naar de 'Child Abuse Potential Inventory' en de 'Child Abuse Risk Evaluation' is in het buitenland onderzoek naar de betrouwbaarheid en validiteit uitgevoerd.

Berge, I. ten (2008). Instrumenten voor risicotaxatie in situaties van (vermoedelijke) kindermishandeling: Notitie op verzoek van de MOgroep jeugdzorg. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut.


Richtlijnen

Basismodel meldcode kindermishandeling

Op 1 januari 2011 treedt naar verwachting de Wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling in werking. De wet stelt gebruik van een meldcode verplicht voor professionals bij (mogelijke) signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling. De wet is na invoering van toepassing op ruim 1 miljoen professionals in de gezondheidszorg, jeugdzorg, welzijn, onderwijs en justitie. De ministeries van VWS, Jeugd en Gezin, OCW en Justitie hebben een basismodel voor de meldcode opgesteld. De meldcode bestaat uit een stappenplan waarin staat wat een professional moet doen bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. Het basismodel is te downloaden via www.meldcode.nl.

Specifieke meldcodes

In de gezondheidszorg is een aantal specifieke meldcodes ontwikkeld met expliciete aandacht voor het doorbreken van het beroepsgeheim. Verder zijn er landelijke voorbeeldprotocollen beschikbaar voor diverse sectoren, waaronder de kinderopvang en het onderwijs, 

Richtlijn na overlijden

De 'Richtlijn na het overlijden van minderjarigen' is bedoeld om systematisch vast te stellen of een jeugdige overleden is door een natuurlijke doodsoorzaak of dat er sprake is van strafbaar menselijk handelen. Als na het overlijden van een kind blijkt dat er sprake is geweest van kindermishandeling, kunnen andere kinderen in het gezin hulp en bescherming krijgen. 

Beschrijvingen richtlijnen

Hieronder vindt u een selectie van beschrijvingen uit de databank Instrumenten, Richtlijnen en Kwaliteitsstandaarden.


Culturele aspecten

Kindermishandeling in migrantengezinnen kan soms andere vormen aannemen, en andere oorzaken en gevolgen hebben dan in autochtone gezinnen. Daarom is in sommige gevallen ook een andere aanpak nodig.

Interculturele competenties

Hulpverleners staan voor de vraag in hoeverre het handelen van de ouders als opvoedingsstijl al dan niet acceptabel is binnen een bepaalde cultuur. In de hulpverlening aan mensen met een andere culturele achtergrond is het daarom belangrijk om een open dialoog te voeren. Door interculturele competenties van hulpverleners te versterken, krijgen ze handvatten om daartoe beter in staat te zijn.

Emancipatie

De emancipatieprocessen die in Nederland vanzelfsprekend zijn geworden, zijn dat niet voor in Nederland wonende migrantengroepen. Daarom is het belangrijk aandacht te hebben voor geïsoleerde groepen, waaronder allochtone mannen van de eerste generatie. Sommige mannen uit migrantenculturen hebben argwaan tegen hulpverleners en hulp zoeken wordt gezien als zwak. Voorlichting kan het taboe om hulp te zoeken doorbreken en de drempel naar hulpverlening verlagen.

Werken met tolken

Over het gebruik van een tolk zijn de meningen verdeeld. Sommige ouders willen liever geen tolk, omdat ze bang zijn dat hun probleem dan in hun gemeenschap bekend zal worden. Kinderen mogen nooit gebruikt worden als tolk, zeker niet als het over mishandeling gaat. De machtspositie die het kind daarmee verwerft, kan het probleem verergeren.

Preventie belangrijk bij meisjesbesnijdenis

Bij meisjesbesnijdenis is het vooral belangrijk dat het risico erop op tijd onderkend wordt en dat er preventieve interventies worden in gezet. Voorlichting aan ouders kan helpen de medische complicaties die kunnen optreden, te begrijpen.

Meer informatie

Bekijk voor meer informatie over kindermishandeling in migrantengezinnen het kennisdossier van Pharos, het landelijk kennis- en adviescentrum op het gebied van de gezondheid van vluchtelingen en nieuwkomers.


Voorzieningen

[js_adlib] Dossier {buffer:PrintTitle:=}
© Nederlands Jeugdinstituut
Catharijnesingel 47 • 3511 GC • Utrecht
Postbus 19221 • 3501 DE Utrecht
t: (030) 230 63 44 • f: (030) 230 63 12
e: infojeugd@nji.nl • i: www.nji.nl

Inhoudsopgave:

Meer informatie over betrokken organisaties:

Advies- en Meldpunt Kindermishandeling

Het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling is onderdeel van het Bureau Jeugdzorg. Het geeft voorlichting en informatie over kindermishandeling en biedt advies en consult bij een vermoeden hiervan. Meldingen worden onderzocht, beoordeeld en doorverwezen naar hulpverlening. Het AMK informeert de melder(s) en coördineert de hulpverlening. Het AMK is er voor iedereen met vragen, zorgen of meldingen over kindermishandeling.

Bureau Jeugdzorg

Bureau Jeugdzorg biedt kortdurende begeleiding en geeft indicaties af naar provinciaal geindiceerde jeugdzorg en de jeugd geestelijke gezondheidszorg. Het BJZ voert verder jeugdbescherming, jeugdreclassering uit en omvat het Advies en Meldpunt Kindermishandeling en de Kindertelefoon. Het BJZ richt zich op jeugdigen en opvoeders bij vragen en problemen rond opgroeien en opvoeden.

Raad voor de Kinderbescherming

De Raad voor de Kinderbescherming onderzoekt meldingen van kindermishandeling, regelt ouderlijk gezag en het recht op omgang bij scheidingen en houdt toezicht op de procesgang van een minderjarige verdachte. Daarnaast doet de Raad gezinsonderzoek bij adoptie en biedt het informatie over biologische afstemming.


Na- en bijscholing

In het kader van de 'Regionale aanpak kindermishandeling' heeft het Nederlands Jeugdinstituut een overzicht gemaakt van het aanbod aan na- en bijscholing. Het overzicht geeft informatie over scholing van beroepskrachten in het signaleren van kindermishandeling en het omgaan met vermoedens van kindermishandeling. Diverse elementen van het handelen bij vermoedens komen aan bod, zoals het bespreken van de zorgen met het kind en zijn ouders, samenwerking en juridische aspecten.

Overzicht van aanbod en kwaliteit

Het overzicht is bedoeld om regio's die bezig zijn met de invoering van de Regionale aanpak kindermishandeling te ondersteunen bij het kiezen van aanbieders van na- en bijscholingen. Het overzicht maakt het aanbod en de kwaliteit ervan inzichtelijk. Het overzicht is opgenomen in de databank Na- en bijscholing: scholing aanpak kindermishandeling.

Elders op deze site vindt u meer informatie over de Regionale aanpak kindermishandeling.


Onderzoek

Hieronder vindt u een selectie van relevante onderzoeken die zijn opgenomen in de databank Nederlands Onderzoek Jeugd en Opvoeding. Deze databank bevat beschrijvingen van lopend en afgesloten onderzoek.


Literatuur

Hier vindt u enkele suggesties voor literatuur over kindermishandeling. Dit is een selectie uit de literatuurcatalogus van het Nederlands Jeugdinstituut, waarin u elders op deze site ook zelf kunt zoeken naar literatuur.


Agenda

Meer congressen voor de jeugdsector vindt u elders op de site in de agenda.


Links


Begrippen

Hieronder vindt u een beknopte uitleg van begrippen die te maken hebben met kindermishandeling. De omschrijvingen komen uit de Jeugdthesaurus, die u elders op deze site kunt raadplegen.


Publicaties Nederlands Jeugdinstituut

Hieronder vindt u een greep uit de publicaties over kindermishandeling of aanverwante thema's. Elders op deze site vindt u een overzicht van alle NJi-publicaties.

Publicaties
Gratis downloads: Gratis download
Kindermishandeling: signaleren en handelenWolzak, A.2009 
Competenties in relatie tot de aanpak van kindermishandelingRossum, J. van, Ten Berge, I. en I. Anthonijsz2008Gratis download
Het bestrijden van kindermishandelingHermanns, J.2008 
Lessen van en voor Regio's RAAKKooijman, K.2007Gratis download
Kinderen in de ketenGeurts, E. en H. Bakker2007Gratis download
Samenwerking en beroepsgeheimBaeten, P. en L. Janssen2007 
Van pedagogische tik tot kindermishandelingGeurts, E. en D. Ince2006Gratis download
Beslissen over vermoedens van kindermishandelingBerge, I. ten en A. Vinke2006Gratis download
Zorgen delenKeesom, J. en K. Kooijman2006 
Veilig thuis?Berge, I. ten, en A. Bakker2005Gratis download
Kindermishandeling: de aanpak in NederlandWolzak, A. en I. ten Berge2005 
Meten + delenKooijman, K. en B. Prinsen2005 
In de schaduw van het geweldBaeten, P. en E. Geurts2004 
Kinderen voor het voetlichtDijkstra, S., C. Jansen en P. Baeten2004Gratis download
Op weg naar een goed hulpaanbod voor mishandelde kinderen en hun oudersBerge, I. ten, M. Bruggemann en A. Vinke2003Gratis download
Meldcode kindermishandelingBaeten, P.2002Gratis download
Niet bij melden alleenBaeten, P.2001Gratis download

Meer informatie over betrokken organisaties:

Advies- en Meldpunt Kindermishandeling

Het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling is onderdeel van het Bureau Jeugdzorg. Het geeft voorlichting en informatie over kindermishandeling en biedt advies en consult bij een vermoeden hiervan. Meldingen worden onderzocht, beoordeeld en doorverwezen naar hulpverlening. Het AMK informeert de melder(s) en coördineert de hulpverlening. Het AMK is er voor iedereen met vragen, zorgen of meldingen over kindermishandeling.

Bureau Jeugdzorg

Bureau Jeugdzorg biedt kortdurende begeleiding en geeft indicaties af naar provinciaal geindiceerde jeugdzorg en de jeugd geestelijke gezondheidszorg. Het BJZ voert verder jeugdbescherming, jeugdreclassering uit en omvat het Advies en Meldpunt Kindermishandeling en de Kindertelefoon. Het BJZ richt zich op jeugdigen en opvoeders bij vragen en problemen rond opgroeien en opvoeden.

Raad voor de Kinderbescherming

De Raad voor de Kinderbescherming onderzoekt meldingen van kindermishandeling, regelt ouderlijk gezag en het recht op omgang bij scheidingen en houdt toezicht op de procesgang van een minderjarige verdachte. Daarnaast doet de Raad gezinsonderzoek bij adoptie en biedt het informatie over biologische afstemming.


Na- en bijscholing

In het kader van de 'Regionale aanpak kindermishandeling' heeft het Nederlands Jeugdinstituut een overzicht gemaakt van het aanbod aan na- en bijscholing. Het overzicht geeft informatie over scholing van beroepskrachten in het signaleren van kindermishandeling en het omgaan met vermoedens van kindermishandeling. Diverse elementen van het handelen bij vermoedens komen aan bod, zoals het bespreken van de zorgen met het kind en zijn ouders, samenwerking en juridische aspecten.

Overzicht van aanbod en kwaliteit

Het overzicht is bedoeld om regio's die bezig zijn met de invoering van de Regionale aanpak kindermishandeling te ondersteunen bij het kiezen van aanbieders van na- en bijscholingen. Het overzicht maakt het aanbod en de kwaliteit ervan inzichtelijk. Het overzicht is opgenomen in de databank Na- en bijscholing: scholing aanpak kindermishandeling.

Elders op deze site vindt u meer informatie over de Regionale aanpak kindermishandeling.


Onderzoek

Hieronder vindt u een selectie van relevante onderzoeken die zijn opgenomen in de databank Nederlands Onderzoek Jeugd en Opvoeding. Deze databank bevat beschrijvingen van lopend en afgesloten onderzoek.


Literatuur

Hier vindt u enkele suggesties voor literatuur over kindermishandeling. Dit is een selectie uit de literatuurcatalogus van het Nederlands Jeugdinstituut, waarin u elders op deze site ook zelf kunt zoeken naar literatuur.


Agenda

Meer congressen voor de jeugdsector vindt u elders op de site in de agenda.


Links


Begrippen

Hieronder vindt u een beknopte uitleg van begrippen die te maken hebben met kindermishandeling. De omschrijvingen komen uit de Jeugdthesaurus, die u elders op deze site kunt raadplegen.


Publicaties Nederlands Jeugdinstituut

Hieronder vindt u een greep uit de publicaties over kindermishandeling of aanverwante thema's. Elders op deze site vindt u een overzicht van alle NJi-publicaties.

Publicaties
Gratis downloads: Gratis download
Kindermishandeling: signaleren en handelenWolzak, A.2009 
Competenties in relatie tot de aanpak van kindermishandelingRossum, J. van, Ten Berge, I. en I. Anthonijsz2008Gratis download
Het bestrijden van kindermishandelingHermanns, J.2008 
Lessen van en voor Regio's RAAKKooijman, K.2007Gratis download
Kinderen in de ketenGeurts, E. en H. Bakker2007Gratis download
Samenwerking en beroepsgeheimBaeten, P. en L. Janssen2007 
Van pedagogische tik tot kindermishandelingGeurts, E. en D. Ince2006Gratis download
Beslissen over vermoedens van kindermishandelingBerge, I. ten en A. Vinke2006Gratis download
Zorgen delenKeesom, J. en K. Kooijman2006 
Veilig thuis?Berge, I. ten, en A. Bakker2005Gratis download
Kindermishandeling: de aanpak in NederlandWolzak, A. en I. ten Berge2005 
Meten + delenKooijman, K. en B. Prinsen2005 
In de schaduw van het geweldBaeten, P. en E. Geurts2004 
Kinderen voor het voetlichtDijkstra, S., C. Jansen en P. Baeten2004Gratis download
Op weg naar een goed hulpaanbod voor mishandelde kinderen en hun oudersBerge, I. ten, M. Bruggemann en A. Vinke2003Gratis download
Meldcode kindermishandelingBaeten, P.2002Gratis download
Niet bij melden alleenBaeten, P.2001Gratis download

Meer informatie over betrokken organisaties:

Advies- en Meldpunt Kindermishandeling

Het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling is onderdeel van het Bureau Jeugdzorg. Het geeft voorlichting en informatie over kindermishandeling en biedt advies en consult bij een vermoeden hiervan. Meldingen worden onderzocht, beoordeeld en doorverwezen naar hulpverlening. Het AMK informeert de melder(s) en coördineert de hulpverlening. Het AMK is er voor iedereen met vragen, zorgen of meldingen over kindermishandeling.

Bureau Jeugdzorg

Bureau Jeugdzorg biedt kortdurende begeleiding en geeft indicaties af naar provinciaal geindiceerde jeugdzorg en de jeugd geestelijke gezondheidszorg. Het BJZ voert verder jeugdbescherming, jeugdreclassering uit en omvat het Advies en Meldpunt Kindermishandeling en de Kindertelefoon. Het BJZ richt zich op jeugdigen en opvoeders bij vragen en problemen rond opgroeien en opvoeden.

Raad voor de Kinderbescherming

De Raad voor de Kinderbescherming onderzoekt meldingen van kindermishandeling, regelt ouderlijk gezag en het recht op omgang bij scheidingen en houdt toezicht op de procesgang van een minderjarige verdachte. Daarnaast doet de Raad gezinsonderzoek bij adoptie en biedt het informatie over biologische afstemming.


Na- en bijscholing

In het kader van de 'Regionale aanpak kindermishandeling' heeft het Nederlands Jeugdinstituut een overzicht gemaakt van het aanbod aan na- en bijscholing. Het overzicht geeft informatie over scholing van beroepskrachten in het signaleren van kindermishandeling en het omgaan met vermoedens van kindermishandeling. Diverse elementen van het handelen bij vermoedens komen aan bod, zoals het bespreken van de zorgen met het kind en zijn ouders, samenwerking en juridische aspecten.

Overzicht van aanbod en kwaliteit

Het overzicht is bedoeld om regio's die bezig zijn met de invoering van de Regionale aanpak kindermishandeling te ondersteunen bij het kiezen van aanbieders van na- en bijscholingen. Het overzicht maakt het aanbod en de kwaliteit ervan inzichtelijk. Het overzicht is opgenomen in de databank Na- en bijscholing: scholing aanpak kindermishandeling.

Elders op deze site vindt u meer informatie over de Regionale aanpak kindermishandeling.


Onderzoek

Hieronder vindt u een selectie van relevante onderzoeken die zijn opgenomen in de databank Nederlands Onderzoek Jeugd en Opvoeding. Deze databank bevat beschrijvingen van lopend en afgesloten onderzoek.


Literatuur

Hier vindt u enkele suggesties voor literatuur over kindermishandeling. Dit is een selectie uit de literatuurcatalogus van het Nederlands Jeugdinstituut, waarin u elders op deze site ook zelf kunt zoeken naar literatuur.


Agenda

Meer congressen voor de jeugdsector vindt u elders op de site in de agenda.


Links


Begrippen

Hieronder vindt u een beknopte uitleg van begrippen die te maken hebben met kindermishandeling. De omschrijvingen komen uit de Jeugdthesaurus, die u elders op deze site kunt raadplegen.


Publicaties Nederlands Jeugdinstituut

Hieronder vindt u een greep uit de publicaties over kindermishandeling of aanverwante thema's. Elders op deze site vindt u een overzicht van alle NJi-publicaties.

Publicaties
Gratis downloads: Gratis download
Kindermishandeling: signaleren en handelenWolzak, A.2009 
Competenties in relatie tot de aanpak van kindermishandelingRossum, J. van, Ten Berge, I. en I. Anthonijsz2008Gratis download
Het bestrijden van kindermishandelingHermanns, J.2008 
Lessen van en voor Regio's RAAKKooijman, K.2007Gratis download
Kinderen in de ketenGeurts, E. en H. Bakker2007Gratis download
Samenwerking en beroepsgeheimBaeten, P. en L. Janssen2007 
Van pedagogische tik tot kindermishandelingGeurts, E. en D. Ince2006Gratis download
Beslissen over vermoedens van kindermishandelingBerge, I. ten en A. Vinke2006Gratis download
Zorgen delenKeesom, J. en K. Kooijman2006 
Veilig thuis?Berge, I. ten, en A. Bakker2005Gratis download
Kindermishandeling: de aanpak in NederlandWolzak, A. en I. ten Berge2005 
Meten + delenKooijman, K. en B. Prinsen2005 
In de schaduw van het geweldBaeten, P. en E. Geurts2004 
Kinderen voor het voetlichtDijkstra, S., C. Jansen en P. Baeten2004Gratis download
Op weg naar een goed hulpaanbod voor mishandelde kinderen en hun oudersBerge, I. ten, M. Bruggemann en A. Vinke2003Gratis download
Meldcode kindermishandelingBaeten, P.2002Gratis download
Niet bij melden alleenBaeten, P.2001Gratis download