Home  > Kennis  > Dossiers  > Opvoedingsondersteuning  > Praktijk  > Vraag en aanbod > Vragen en behoeften van ouders

Opvoeddebat
Wilt u een opvoeddebat organiseren? Kijk dan voor inspiratie en tips op www.opvoeddebat.nl.

Kenniskring
Kennisuitwisseling over opvoedingsondersteuning door beroepskrachten en onderzoekers.

Opvoeden & Zo
Laagdrempelige cursus voor ouders met opvoedingsvragen.

Triple P
Methode van positief opvoeden voor ouders van kinderen.


Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.

Uw reactie Uw reactie


Ingrid  Ligtermoet Ingrid Ligtermoet is contactpersoon voor professionals met vragen over opvoedingshulp.

Stel een vraag


Bekijk de video
Bekijk de video 'Dit dossier helpt bij het ondersteunen van de opvoeding.'
Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Achtergronden
Praktijk
Beleid
Literatuur
Agenda
Adressen
Begrippen

Vragen en behoeften van ouders

'Opvoedingsvragen horen als vanzelfsprekend bij de opvoeding', luidt een stelling bij het proefschrift van Ch. Zwiep over ‘De steunpunten voor opvoeding’. (UvA, 1998). Iedere ouder komt voor vragen te staan en ervaart spanning bij zorg voor de kinderen. Een tweede is of ouders de situatie of het kindgedrag als moeilijk of ernstig ervaren. En een derde vraag is of ouder behoefte hebben aan steun. Ook moet worden nagegaan welke de verschillen zijn bij behoefte aan steun en hulp tussen ouders, per individu of bij groeperingen ouders. Verder kan onderscheid gemaakt worden tussen de expliciete vraag van ouders ('demand'), de wensen en behoeften die ze ervaren ('want'), en de geobjectiveerde behoefte, volgens opvattingen van derden/de professionals ('need'). Ook moet onderscheid worden gemaakt in de zwaarte van de problematiek; de matrix van Kousemaker & Timmers schematiseert de ernst van vragen en problemen.

Opvoedingsondersteuning is een begrip dat vooral door professionals en instellingen wordt gebruikt maar dat ouders niet erg aanspreekt. Het roept gauw negatieve associaties op alsof ouders de opvoeding niet meer aankunnen. Ouders hebben wel een behoefte aan steun bij het opvoeden maar daarbij prevaleert de steun uit het eigen netwerk. Aanvullend daarop kan professionele opvoedingsondersteuning in een behoefte voorzien.

De behoefte van ouders aan opvoedingsondersteuning kan individueel bevraagd worden of onderzocht worden bij verschillende doelgroepen, of bij de burgers van een wijk of gemeente. Voor individueel gebruik is de VOBO in ontwikkeling: 'Vragenlijst onvervulde behoefte aan opvoedingsondersteuning'. Dit instrument wordt gebruikt bij Halt.

Voor het bepalen van een gemeentelijk beleidsplan opvoedingsondersteuning wordt over het algemeen aanbevolen het aanbod te inventariseren/systematiseren en een vraag/behoefteonderzoek onder ouders (en andere opvoeders) te houden. Bij de gegevens vanuit een lokaal onderzoek kunnen gegevens uit andere (landelijke) onderzoeken worden betrokken. Een lokaal onderzoek levert specifieke lokale gegevens op, en het werkt motiverend voor de betrokkenen bij het beleidstraject, als voor de betrokken ouders.
Enkele onderzoeksgegevens:

‘Opvoeden in Nederland’

In de periode 1993 - 1995 vond het grote landelijke onderzoek ‘Opvoeden in Nederland’ (Rispens e.a. 1996) plaats. De onderzoekers concluderen dat er over het algemeen geen reden is om de gezinsopvoeding in Nederland te problematiseren. Door de bank genomen hebben ouders weinig problemen, ervaren ze het gezinsleven als plezierig en hebben ze een opvoedingspatroon dat adequaat is.
Dat neemt niet weg dat er wel degelijk problemen zijn. Verschillende gegevens uit het onderzoek wijzen daar op. Nogal wat ouders beoordelen de ontwikkeling en het gedrag van hun kinderen als problematisch. Gemiddeld geldt dit voor ruim 10% procent van de kinderen.
Daarnaast geven ouders aan dat de zorgen toenemen met het ouder worden van de kinderen (met name 12+). Tweederde van alle ouders geeft aan dat puberteit en adolescentie het meest moeilijk zijn voor de opvoeders. Ook wordt over onderwerpen die met de opvoeding samenhangen, zoals de gezondheid van het kind en de vraag hoe anderen de opvoeding aanpakken, vaak gesproken.
Over het algemeen voelen moeders zich minder zeker in hun opvoedingsrol: ze denken minder invloed te hebben op het kind en ze vinden zichzelf minder competent. Op het gebied van opvoedingsdoelen waarderen moeders meer dan vaders conformisme en sociale gerichtheid. Deze oriëntatie tezamen met meer onzekerheid kan misschien ook verklaren waarom moeders de meeste moeite hebben met kinderen in twee ‘opstandige’ leeftijden: peuters en pubers. Vaders daarentegen geven de indruk van zelfverzekerde, probleem- en prestatiegerichte opvoeders die met name jonge kinderen (baby’s) moeilijk vinden. Ze ondervinden ook minder restricties veroorzaakt door de opvoeding op hun persoonlijke leven dan de moeders. Toch ervaren moeders meer plezier, voldoening en bevrediging in het opvoeden van kinderen dan vaders.
Ouders uit de hogere klassen zijn meer probleemgericht, ze geloven meer invloed te hebben en ze waarderen zelfbepaling van het kind en sociale gevoeligheid meer dan ouders uit de lage klasse. Ouders uit hogere klasse ervaren minder satisfactie en voelen zich meer beperkt door hun rol als opvoeders dan de ouders uit de lage klasse. Het is mogelijk dat deze ouders veel hogere eisen stellen aan zowel het kind als aan zichzelf, waaraan soms moeilijk kan worden voldaan.
Ouders die zich op persoonlijk vlak beter voelen, beleven ook meer plezier aan het opvoeden. In dit onderzoek blijkt dat opvoedingsgedrag slechts matig te voorspellen is alleen op basis van persoonskenmerken (er zijn vele factoren van invloed op de interactie tussen ouder en kind). De belangrijkste voorspeller van opvoedingsgedrag is de beleving van opvoeding. Een positieve beleving van opvoeding gaat gepaard met meer steun en minder strenge controle. Autoritaire controle wordt met name bepaald door een minder positieve beleving van opvoeding en door de doelen die de ouder zich stelt: hoe meer nadruk op conformisme in plaats van op zelfbepaling, hoe meer de ouder geneigd is streng op te treden.
Voorzover gezinskenmerken doorwerken in opvoedingsgedrag of andersom, blijkt vooral de affectieve component van belang: de emotionele band in het gezin vindt z’n weerslag in ondersteunend ouderlijk handelen en in ouderlijk handelen waarin naast steunverlening ook eisen gesteld worden aan het kind.

Top 5 van opvoedingsvragen per leeftijdsgroep van kinderen tot 12 jaar
– 4 jaar 4 – 8 jaar 8 – 12 jaar
  1. 33% eten
  2. 30% ziek zijn
  3. 29% driftig zijn
  4. 24% grenzen stellen
  5. 22% slapen
  1. 34% grenzen stellen
  2. 30% driftig zijn
  3. 30% koppig zijn
  4. 26% regels handhaven
  5. 22% straffen en belonen
  1. 48% onzeker zijn
  2. 40% concentratie
  3. 24% regels handhaven
  4. 23% straffen en belonen
  5. 20% grenzen stellen

Experimenten opvoedingsondersteuning

Een toonaangevend onderzoek naar de behoeften van ouders aan opvoedingsondersteuning vond plaats in het kader van de landelijke experimenten opvoedingsondersteuning (Leseman,1999). In dit onderzoek zegt 93 % van de ouders een of meer vragen te hebben over de opvoeding van kinderen. Wanneer zij die vragen als belastend ervaren heeft 73 % van de ouders behoefte aan informatie of steun van anderen. Een belangrijk deel vindt die steun ook binnen het eigen netwerk, maar dat geldt niet voor iedereen. Voor 43 % van de ouders die behoefte hebben aan steun geldt dat zij die niet of onvoldoende vinden in hun eigen kring en ook niet bij professionals of voorzieningen in de wijk. Dat geldt ook voor de doelgroep allochtone ouders, die bovendien vaker ontevreden zijn over het professionele ondersteuningsaanbod omdat het te weinig aansluit bij hun eigen waarden en normen. De vragen van ouders betreffen uiteenlopende categorieën waarbij het omgaan met moeilijk gedrag het meest in het oog springt.

De meeste vragen, zorgen of problemen bleken te bestaan op het terrein van:

Door ouders genoemde opvoedingsmoeilijkheden
Opvoedingsmoeilijkheid Percentage
Moeilijk gedrag 69%
Aanpak opvoeding in het algemeen 52%
Lichamelijke ontwikkeling en gezondheid 50%
Omgang met andere kinderen en emoties 48%
Vrijetijdsbesteding 46%

GGD onderzoek Zuidoost Brabant

In 1998/1999 is in de regio Zuidoost-Brabant (gebied GGD) een onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van opvoedingsvragen en/of opvoedingsproblemen en de behoefte aan opvoedingondersteuning bij ouders van (pleeg-)kinderen in de leeftijd t/m 25 jaar. Er is nagegaan in welke vorm, waar of van wie ouders ondersteuning zouden willen krijgen. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van een vragenlijst over het opvoeden van kinderen. Het aantal respondenten bedroeg 4354 (respons van 67%).

Meest voorkomende terreinen van opvoedingsproblemen:

  • Houden aan of stellen van grenzen/regels/afspraken: 47%
  • Luisteren, gehoorzamen: 42%
  • Ontwikkeling en gezondheid: 30%

Problemen bij kinderen die vaker tot ondersteuningsbehoefte bij ouders leiden:

  • ontwikkeling en gezondheid
  • angst/onzekerheid/faalangst
  • sociaal contact, spelen
  • verdrietig, depressief zijn
  • druk/agressief zijn
  • concentratie
  • pesten/gepest worden

Als bron is onder meer gebruikt: A. Bordewijk, 'Vraaginventarisatie opvoedingsondersteuning. Gemeente Doetinchem'. Velp: Spectrum, 2002.

Verder lezen: