Home  > Kennis  > Dossiers  > Opvoedingsondersteuning  > Achtergronden > Uitgangspunten

Opvoeddebat
Wilt u een opvoeddebat organiseren? Kijk dan voor inspiratie en tips op www.opvoeddebat.nl.

Kenniskring
Kennisuitwisseling over opvoedingsondersteuning door beroepskrachten en onderzoekers.

Opvoeden & Zo
Laagdrempelige cursus voor ouders met opvoedingsvragen.

Triple P
Methode van positief opvoeden voor ouders van kinderen.


Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.

Uw reactie Uw reactie


Ingrid  Ligtermoet Ingrid Ligtermoet is contactpersoon voor professionals met vragen over opvoedingshulp.

Stel een vraag


Bekijk de video
Bekijk de video 'Dit dossier helpt bij het ondersteunen van de opvoeding.'
Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Achtergronden
Praktijk
Beleid
Literatuur
Agenda
Adressen
Begrippen

Uitgangspunten opvoeden en opvoedingsondersteuning

Goede opvoeding

Met als uitgangspunten dat:

  • opvoeden een natuurlijk, vanzelfsprekend en dynamisch proces is waarbij ouders en kinderen elkaar beïnvloeden;
  • ouders recht hebben op steun bij de opvoeding omdat opvoeden iets is van de samenleving als geheel;
  • ouders de rechten van hun kinderen - vastgelegd in het VN-verdrag voor de Rechten van het Kind - respecteren;
  • ouders in eerste instantie zelf bepalen welke waarden en normen zij aan hun kind willen overdragen;
  • een goede opvoeding essentieel is voor een optimale ontwikkeling van kinderen en voor een gezonde samenleving,

dan:

  • houdt een goede opvoeding rekening met de mogelijkheden en behoeften van een kind;
  • veronderstelt een goede opvoeding een positieve benadering die berust op de volgende drie pijlers:
    • steunen: elk kind heeft recht op onvoorwaardelijke steun in de vorm van tijd, liefde, aandacht en betrokkenheid;
    • stimuleren: een goede opvoeding biedt kinderen de ruimte om zich te ontwikkelen overeenkomstig hun eigen capaciteiten, uitdagingen aan te gaan en te leren om moeilijkheden te overwinnen;
    • sturen: een goede opvoeding biedt kinderen structuur en houvast in de vorm van regels en grenzen en draagt bij aan sociale aanpassing en goed burgerschap.

Uitgangspunten voor het werken met ouders

  • Ouders, moeders en vaders dus, zijn de eerst verantwoordelijken voor de opvoeding.
  • Ouders willen het beste voor hun kind al gaat opvoeden niet altijd vanzelf.
  • Werkers respecteren de eigen (des)kundigheid van ouders en hun visie op opvoeden.
  • Een goede (wederkerige, betrokken, open, gelijkwaardige) relatie tussen ouder en werker.
  • Ouders hebben de regie. Werkers nemen de vragen van ouders als uitgangspunt en sluiten aan bij de manier waarop ouders en jeugdigen zelf hun situatie beleven.
  • Er wordt gewerkt aan overeengekomen, concrete doelen en met een heldere planning.
  • De werkwijze richt zich op het versterken van de autonomie en zelfregulatie van ouders zodat zij greep houden of krijgen op hun eigen leven.
  • De werkwijze streeft ernaar om 'goede ouder' ervaringen te creëren.
  • Werkers activeren sociale netwerken rond ouders en jeugdigen.
  • De ondersteuning, hulp en dienstverlening zijn gericht op de verschillende leefsituaties van ouders en jeugdigen.

Uitgangspunten voor een goede opvoedingsondersteuning

 Goede opvoedingsondersteuning

  • is herkenbaar, beschikbaar en toegankelijk voor àlle ouders en opvoeders;
  • gaat uit van de Rechten van het Kind;
  • is sluitend, samenhangend en gevarieerd, d.w.z.:
    • sluit aan bij ontwikkelingsfasen van kinderen,
    • is gedifferentieerd naar doelgroep en problematiek,
    • kent een breed spectrum aan functies: voorlichting en informatie, signalering en toeleiding, praktische en sociale steun, (lichte) hulp en advies, (coördinatie van) zorg en hulp;
  • is gefundeerd op een geëxpliciteerde pedagogische visie;
  • stimuleert betrokkenheid van doelgroepen bij activiteiten, voorzieningen en beleid;
  • is vindplaatsgericht en waar nodig outreachend;
  • stimuleert een solidaire gemeenschap rondom ouders en opvoeders;
  • is gebaseerd op en onderbouwd door zowel wetenschap als beleid en praktijk;
  • is optimaal afgestemd op de omvang van de problematiek en de beschikbare middelen;
  • bedient zich van kwaliteitsinstrumenten en bewezen effectieve interventies;
  • wordt geboden door werkers die beschikken over de vereiste competenties.

Criteria voor een goede lokale infrastructuur voor opvoedingsondersteuning

 Een goede lokale infrastructuur voor opvoedingsondersteuning

  • is kindvriendelijk en biedt leef- en speelruimte voor kinderen, kinderopvang, kindvriendelijke werkers en medeopvoeders, kinder- en jongerenactiviteiten;
  • is oudervriendelijk: organisaties en werkers hebben aandacht en tijd voor ouders, geven ouders het gevoel welkom te zijn, betrekken hen bij beleid, organisatie en uitvoering (meeleven, meedoen, meedenken, meebeslissen);
  • voorziet in een aanbod van opvoedingsondersteuning dat bekend is bij alle moeders en vaders, het is laagdrempelig, structureel beschikbaar, kwalitatief goed en toegankelijk en kan dienstverlening op maat bieden;
  • biedt plekken waar en personen bij wie informatie over kinderen en opvoeden (informatiepunten op het consultatiebureau en/of ouderkamer op kindercentrum en school) te verkrijgen is;
  • kent multifunctionele voorzieningen die informatie, advies en hulp voor ouders en kinderen combineren en gegevens over de ontwikkeling van kinderen bundelen.
  • heeft contactpersonen voor overleg en advies (consultatiebureaumedewerkers, leidsters/leerkrachten, pedagogisch adviseurs, (school)maatschappelijk werkers in dienst van bijvoorbeeld consultatiebureau, ouder-kindcentrum, centrum voor jeugd en gezin, opvoedbureau, brede school);
  • creëert structurele ontmoetingsmogelijkheden voor ouders, bijvoorbeeld groepsconsultatiebureau, regelmatige koffieochtenden, themabijeenkomsten en/of ouderavonden op kindercentrum, school en/of buurthuis;
  • biedt een lokaal aanbod en jaarprogramma met activiteiten die aansluiten bij behoeften van ouders en die waar relevant gestoeld zijn op veelbelovende of effectieve interventies, tenminste in de vorm van huisbezoeken, pedagogische spreekuren, oudercursussen (afgestemd op de verschillende levensfasen van zwangerschap tot puberteit);
  • omvat ook stut en steun activiteiten voor specifieke doelgroepen zoals ouders met zorgenkinderen (chronisch zieke kinderen, kinderen met gedragsproblemen, kinderen met dreigend delinquent gedrag of een onderwijsachterstand) of gezinnen in zorgelijke of risicovolle omstandigheden (isolement, armoede, psychische of verslavingsproblemen, relatieproblemen, echtscheiding, tienermoeder/-vadersschap, gevangenschap)
  • beschikt over voldoende curatieve en correctieve mogelijkheden als preventie alleen niet voldoet;
  • maakt deel uit van een integraal beleid, waarbij opvoedingsondersteuning in het jeugd-, sociaal -, gezondheids- en onderwijsbeleid is ingebed.

Als bronnen zijn onder andere gebruikt publicaties van professor Jo Hermanns, het rapport 'Helpen bij opgroeien en opvoeden: eerder, sneller en beter' van de Inventgroep en het rapport 'Opvoeden doen we samen' van de gemeente Rotterdam.
Als we het hier over ouders hebben, bedoelen we ook andere, niet professionele opvoeders en verzorgers  zoals stiefouders, pleegouders etc.
Deze uitgangspunten zijn 16 juni 2006 in Ede gepresenteerd op het congres 'Ouders helpen opvoeden'.