
Congres Opvoedingsondersteuning (1 juni)
Meld u aan voor een inspirerend congres over opvoeden en verschillende vormen van ouderschap.
Opvoeddebat
Wilt u een opvoeddebat organiseren? Kijk dan voor inspiratie en tips op www.opvoeddebat.nl.
Kenniskring
Kennisuitwisseling over opvoedingsondersteuning door beroepskrachten en onderzoekers.
Opvoeden & Zo
Laagdrempelige cursus voor ouders met opvoedingsvragen.
Triple P
Methode van positief opvoeden voor ouders van kinderen.
Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.
Ingrid Ligtermoet is contactpersoon voor professionals met vragen over opvoedingshulp.
Stel een vraag
|
|
De handleiding, uitgegeven door , is bedoeld voor hulpverleners die betrokken zijn bij hulp aan ouders en kinderen met een verstoorde gehechtheidrelatie. Om voor deze methodiek geïndiceerd te worden, is het essentieel dat de problemen bij het kind gepaard gaan met problemen bij de ouder. De VU en Xonar hebben hiervoor een werkwijze ontwikkeld die aansluit aan bij de vraag van ouders om hulp bij het zich weer vertrouwd leren voelen in de rol als ouder, zodat de ouder zijn verantwoordelijkheid voor het kind toe waar kan maken en het kind zich veilig kan voelen bij de ouder. Primair gaat het niet om wat er met het kind aan de hand is, maar hoe de ouder de problematiek beleeft. Dialooggestuurde hulpverlening, empowerment en sociale verbondenheid zijn hierbij belangrijke uitgangspunten.
De werkwijze is theoretisch onderbouwd in de uitgave: 'Methodiek behandeling van verstoorde gehechtheid'. De hulp aan gezinnen met een verstoorde gehechtheid baseert zich op gehechtheidtheorieën van Bowlby, Ainsworth e.a. De ouderbegeleiding gaat uit van de theorie van Van der Pas: een ouder heeft een besef van verantwoordelijk-zijn, niet gelimiteerd in tijd of door condities. De visie van Xonar op hulpverlening is dat de vraag van de cliënt bepalend is voor de hulp die wordt geboden. De VU en Xonar hebben ook wetenschappelijk onderzoek verricht naar de uitvoering van deze werkwijze.
De methodiek in de 'Handleiding voor de ouderbegeleider' is opgebouwd uit vijf fases: 1.) kennismaking, 2.) Ouderschapsgesprek, 3.) de metapositie en de werkvloer, 4.) het Ouderschapsgesprek opnieuw, en 5.) de afronding.
Het 'Ouderschapsgesprek' is een semi-gestructureerd interview dat ontworpen is om met ouders te kunnen praten over gebeurtenissen en emoties die samenhangen met het ouderschap. Het Ouderschapsgesprek bestaat uit 16 vragen en de afname ervan duurt ongeveer drie kwartier. Het gesprek richt zich op zowel positieve als negatieve aspecten van de ouder-kind relatie hierbij ligt de nadruk steeds op de relatie zoals die ten tijde van het gesprek wordt beleefd.
In fase 3 wordt voor het kind de module 'Dagbehandeling voor kinderen van 0-7 jaar' ingezet en ontvangen de ouders ouderbegeleiding; bv. met de methodieken 'Video Ouder Begeleiding - metapositie', 'Praten over opvoedingssituaties aan de hand van vignetten'; 'Sociogram'. Om de ouder te ondersteunen in het 'werken op de werkvloer' kan gebruik gemaakt worden van methodieken als 'Video Ouder Begeleiding - werkvloer', 'Ouder-kind gym, 'Zingen op schoot'.
'Handleiding voor de ouderbegeleider', Amsterdam: VU en Xonar, 2004, 81 p. (interne uitgave).
'Methodiek behandeling van verstoorde gehechtheid', Amsterdam: VU en Xonar, 2004, 57 p. (interne uitgave).
Voor informatie: Mariëlle Bonnet, VU, Afd. Orthopedagogiek, e-mail: m.bonnet@psy.vu.nl
Zie verder:
Bonnet, M., C. Schuengel, H. Baartman, H., (2005): 'Het ouderschapsgesprek: een instrument om met ouders over ouderschap te praten'. Tijdschrift voor orthopedagogiek; jaargang 44 : nr 10 (oktober. 2005), p. 424-436.
Pas, A. van der, (1994): 'Ouderbegeleiding als methodiek'. Handboek methodische ouderbegeleiding 2. Amsterdam: SWP.
Pas, A. van der (2005): 'Eert uw Vaders en uw Moeders. Opvoedproblemen nader verklaard'. Amsterdam: SWP.
Schuengel, C. & M. van der Veen (2000): 'Het Ouderschapsgesprek'. Amsterdam: VU, 2000.