Home  > Kennis  > Dossiers  > Opvoedingsondersteuning  > Praktijk  > Doelgroepen > Ama-moeders

Opvoeddebat
Wilt u een opvoeddebat organiseren? Kijk dan voor inspiratie en tips op www.opvoeddebat.nl.

Kenniskring
Kennisuitwisseling over opvoedingsondersteuning door beroepskrachten en onderzoekers.

Opvoeden & Zo
Laagdrempelige cursus voor ouders met opvoedingsvragen.

Triple P
Methode van positief opvoeden voor ouders van kinderen.


Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.

Uw reactie Uw reactie


Ingrid  Ligtermoet Ingrid Ligtermoet is contactpersoon voor professionals met vragen over opvoedingshulp.

Stel een vraag


Bekijk de video
Bekijk de video 'Dit dossier helpt bij het ondersteunen van de opvoeding.'
Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Achtergronden
Praktijk
Beleid
Literatuur
Agenda
Adressen
Begrippen

Ama-moeders

De meeste jonge moeders zijn te vinden in ontwikkelingslanden, In Nederland verblijven relatief weinig jonge moeders. Ongeveer vijf van de duizend meisjes tussen de 15 en 19 jaar zijn hier moeder. De meeste van hen wonen in de vier grote steden en zij zijn veelal van Turkse, Antilliaanse of Surinaamse afkomst.

De laatste jaren zien wij in Nederland steeds meer minderjarige alleenstaande moeders en hun kind, die asiel zoeken in Nederland (ama-moeders), met name uit China en West-Afrika. Zij zijn hun land ontvlucht vanwege onder meer seksueel geweld, oorlog, verstoting door de familie en het ontbreken van de meest basale zorg voor moeder en kind. In veel gevallen is hierbij sprake geweest van mensensmokkel. Ouders geven hun gespaarde geld aan "handelaren", die hen beloven om hun kinderen een betere toekomst te geven in het rijke Westen. Onderweg naar, of in Nederland, krijgen veel van deze meisjes echter te maken met verkrachting en/of gedwongen prostitutie. Op zoek naar een betere toekomst komen de jonge moeders en hun kinderen in Nederland bepaald niet in een gespreid bedje terecht. De vlucht naar een veilige toekomst staat aan de wieg van een kwetsbaar ouderschap.
Uit de literatuur over ouderschap van jonge moeders weten wij dat er een verhoogd risico is op problemen in de opvoeding en de ontwikkeling van zowel de jonge moeder als haar kind. Jonge moeders hebben vaak niet de kennis en opvoedkundige vaardigheden in huis om een kind adequaat op te kunnen voeden. Niet zelden komt de jonge moeder in een sociaal isolement terecht doordat familierelaties verslechteren en de vriendenkring alsmaar kleiner wordt. Kenmerkend is de spanning die er bestaat tussen het ontwikkelen van een eigen identiteit en het aanvaarden van het moederschap. In het contact met leeftijdsgenoten wordt de jonge moeder beperkt in het verkennen van de eigen mogelijkheden. De ontplooiing middels opleiding en werk is moeilijk te combineren met de zorg voor het kind.

De kwetsbaarheid van het ouderschap van jonge moeders is vooral gelegen in de manier waarop het ouderschap beleefd wordt. Gezond ouderschap vereist dat ouders hun kinderen veiligheid kunnen bieden (steun) en dat zij het gedrag van hun kind kunnen hanteren (controle). Voor een goede ontwikkeling van het kind is het nodig dat ouders het kind voldoende veiligheid bieden en de juiste structuur geven. In het eerste levensjaar dienen ouders ervoor te zorgen dat hun kinderen voldoende regelmaat en rust krijgen en vanaf het tweede levensjaar leren ouders hun kinderen regels en grenzen kennen. Doordat jonge moeders zich vaak onveilig voelen in hun rol als ouder, is het voor hen extra moeilijk om hun kind veiligheid te bieden. Waarschijnlijk verklaart dit het hoge percentage onveilig gehechte kinderen van jonge moeders (60%). Te verwachten is dat dit percentage bij ama-moeders nog hoger uitvalt. Aangezien onveilige gehechtheid een slechte start betekent voor kinderen, met vaak negatieve consequenties voor hun verdere leven, is het belangrijk dat jonge moeders in staat worden gesteld om hun kinderen voldoende veiligheid te bieden. Hiervoor is het van essentieel belang dat de jonge moeders zelf een gevoel van veiligheid ervaren. Alleen dan kunnen hun kinderen zich veilig hechten.

Hulpverlening aan ama-moeders moet er in de eerste plaats dus op gericht zijn om hen een gevoel van veiligheid te geven. Een moeder die zich veilig voelt, is in staat om haar

kind ontwikkelingskansen te bieden, zo luidt de achterliggende gedachte. In het bijzonder zien wij op dit vlak een rol voor mentoren weggelegd. Zonder een goede begeleiding door mentoren zal het voor de jonge moeders erg moeilijk zijn om een gevoel van veiligheiid te verwerven en greep te krijgen op hun nieuwe leven in Nederland. Denk hierbij aan de moeilijke opgaven op het gebied van opleiding, werk en opvoeding, de grote stress die inherent is aan de positie van de alleenstaande minderjarige asielzoeker, en de verwerking van een verleden dat diepe wonden achterlaat. Dit vraagt goed te luisteren naar de verhalen van de jonge ama-moeders; wat willen ze ons vertellen; wat zijn hun vragen; welke stap kunnen ze zelf zetten? Ondersteuning van ama-moeders kan het beste geschieden door te werken aan concrete, kleine en herkenbare doelen, die werkelijk betekenis hebben voor de jonge moeders. Op deze wijze kan stapje voor stapje gewerkt worden aan meer zelfvertrouwen en een gevoel van competentie. Men dient zich te realiseren dat veel hulpverlening stuk loopt doordat wordt gewerkt aan te veraf gelegen doelen, die te abstract zijn en daarmee en niet haalbaar.

Uit: een artikel van Geert Jan Stams en Esther Rutten, UvA, in: M. Schlaman & W. Dekker, ‘Wie geen kans krijgt, heeft geen kans. Jonge moeders in Rotterdam’, een brochure van het Albedacollege. (Rotterdam, z.j.)