
Opvoeddebat
Wilt u een opvoeddebat organiseren? Kijk dan voor inspiratie en tips op www.opvoeddebat.nl.
Kenniskring
Kennisuitwisseling over opvoedingsondersteuning door beroepskrachten en onderzoekers.
Opvoeden & Zo
Laagdrempelige cursus voor ouders met opvoedingsvragen.
Triple P
Methode van positief opvoeden voor ouders van kinderen.
Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.
Ingrid Ligtermoet is contactpersoon voor professionals met vragen over opvoedingshulp.
Stel een vraag
|
|
Artikel 18, lid 2, en artikel 27, lid 3, verplichten de leden van de Verenigde Naties die het Verdrag inzake de Rechten van het Kind ondertekend hebben ouders steun bij de opvoeding te bieden.
Artikel 18
1. De staten (...) doen alles wat in hun vermogen ligt om de erkenning te verzekeren van het beginsel dat beide ouders de gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen voor de opvoeding en de ontwikkeling van het kind.
2. Om de toepassing van de in dit Verdrag genoemde rechten te waarborgen en te bevorderen, verlenen de staten (...) passende [ondersteuning] aan ouders en wettige voogden bij de uitoefening van hun verantwoordelijkheden die de opvoeding van het kind betreffen, en waarborgen zij de ontwikkeling van instellingen, voorzieningen en diensten voor kinderzorg.
3. De staten (...) nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat kinderen van werkende ouders recht hebben op gebruikmaking van diensten en voorzieningen voor kinderzorg waarvoor zij in aanmerking komen.
Artikel 27
1. De staten (...) erkennen het recht van ieder kind op een levensstandaard die toereikend is voor de lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke en maatschappelijke ontwikkeling van het kind.
2. De ouder(s) of anderen die verantwoordelijk zijn voor het kind, hebben de primaire verantwoordelijkheid voor het waarborgen, naar vermogen en binnen de grenzen van hun financiële mogelijkheden, van de levensomstandigheden die nodig zijn voor de ontwikkeling van het kind.
3. De staten (...) nemen, in overeenstemming met de nationale omstandigheden en met de middelen die hun ten dienste staan, passende maatregelen om ouders en anderen die verantwoordelijk zijn voor het kind, te helpen dit recht te verwezenlijken, en voorzien, [waar daaraan behoefte] bestaat, in programma's voor materiële bijstand en ondersteuning, met name wat betreft voeding, kleding en huisvesting.
J. Willems, hoogleraar Rechten van het Kind, schrijft hierover: In de VN-verdragen 'vindt men opvoedingsondersteuning (artikel 18, lid 2) en kinderopvang (artikel 18, lid 3) respectievelijk materiële ondersteuning (artikel 27, lid 3) als door staten te operationaliseren, in wetgeving en beleid te vertalen recht van beide ouders. Recht van beide ouders vanwege het recht van elk kind op adequate zorg voor een gezonde integrale ontwikkeling, dat door de wereldgemeenschap is aanvaard in 1989 en door Nederland is bekrachtigd in 1995. Gezien de kennis en rijkdom in Nederland zou het hier inmiddels basisvoorzieningen hebben moeten betreffen, met inbegrip van fiscale en andere financiële regelingen die verder gaan dan 'ordinaire' kinderbijslag. Dit mede in het licht van artikel 4 Kinderrechtenverdrag (maximale inspanningsplicht van elk land) en zeker ook van artikel 19 van het verdrag (preventie en uitbanning van kindermishandeling).' (Pedagogiek, juni 2004, p. 205).
Vrouwenverdrag
Ook in het VN Vrouwenverdrag (1979, door Nederland bekrachtigd in 1991) vindt men respectivelijk opvoedkundige informatie als door staten te operationaliseren recht, en de combinatie van arbeid en zorg als door staten te operationaliseren plichtrecht van beide ouders.
Artikel 10, aanhef en onder h:
'De staten (...) nemen alle passende maatregelen om (...), op basis van gelijkheid van mannen en vrouwen, het volgende te gaanderen: (...) toegang tot bijzondere informatie van opvoedkundige aard, die kan bijdragen tot het waarborgen van de gezondheid en het welzijn van het gezin, met inbegrip van informatie en advies inzake geboorteregeling.'