
Vindt u wat u zoekt? Voldoet de informatie? Help ons de kwaliteit van onze informatie te verbeteren.

Databank Effectieve Jeugdinterventies
Erkende effectieve methodieken en programma's.
Instrumenten en richtlijnen binnen de CJG's
Overzicht voor de Centra voor Jeugd en Gezin.
Richtlijnontwikkeling Jeugdzorg
Drie beroepsverenigingen en het Nederlands Jeugdinstituut ontwikkelen richtlijnen voor de jeugdzorg.
Machteld van der Pijll is projectleider van de databank Instrumenten en Richtlijnen.
Stel een vraag
De Children's Communication Checklist is een vragenlijst waarmee logopedisten, linguïsten, psychologen en orthopedagogen informatie kunnen verzamelen over de communicatieve vaardigheden van kinderen van 4 tot en met 15 jaar. Specifieke doelen van het instrument zijn het screenen van kinderen waarvan het waarschijnlijk is dat zij spraak- of taalmoeilijkheden hebben, het identificeren van de pragmatische problemen bij de communicatie, en het assisteren in het identificeren van kinderen die voor een autisme spectrum stoornis (ASS) onderzocht moeten worden.
2007
De CCC-2-NL is niet geschikt voor kinderen die helemaal geen taaluitingen hebben en ook niet voor kinderen die slechts in één- of tweewoordzinnen spreken. De normen zijn gebaseerd op kinderen die in Nederland op het reguliere onderwijs zitten en die uit Nederlands sprekende gezinnen komen. Er is geen onderzoek gedaan naar de werking van de normen bij kinderen met andere culturele achtergronden.
De CCC-2-NL is geschikt voor gebruik bij kinderen van 4 tot en met 15 jaar die in zinnen spreken.
De normen zijn vooral gebaseerd op kinderen die in Nederland op het reguliere onderwijs zitten en die uit Nederlands sprekende gezinnen komen. Er is nog geen onderzoek gedaan naar de werking van het instrument voor kinderen met een andere culturele achtergrond. Vooralsnog zijn de normen zijn niet geschikt voor kinderen met een andere culturele achtergrond.
De checklist wordt gebruikt door logopedisten, linguïsten, psychologen en orthopedagogen.
De CCC-2-NL bestaat uit een handleiding, een vragenlijst voor ouders, een overzichtsformulier, scoringsmallen en een normtabel.
De vragenlijst wordt ingevuld door de ouder/verzorger en bevat een reeks beweringen die beschrijven hoe kinderen communiceren. Voor elke bewering wordt de ouder gevraagd om te beoordelen hoe vaak het beschreven gedrag wordt geobserveerd (0: minder dan één keer per week of nooit - 1: minstens één keer per week, maar niet iedere dag 2: één of twee keer per dag 3: verschillende keren (meer dan twee) per dag of altijd).De CCC-2-NL wordt individueel afgenomen. Afname kan schriftelijk of digitaal geschieden.
De scoring geschiedt met behulp van een overzichtsformulier, scoringsmallen en een normtabel. De ruwe schaalscores worden ingevuld op een overzichtsformulier en kunnen met behulp van de scoringsmallen omgezet worden tot standaardscores. De normtabel kan gebruikt worden om de standaardscores om te zetten naar percentielscores. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het aantal niet ingevulde vragen.
De afnameduur bedraagt ongeveer 10 minuten.
Vragenlijst
De vragenlijst bestaat uit 70 meerkeuze-items, verdeeld in 10 schalen van elk zeven items. Iedere schaal bevat vijf vragen naar moeilijkheden en twee vragen naar competenties. De eerste vier schalen (A Spraak, B Syntax, C Semantiek, en D Coherentie) meten aspecten van de taalstructuur, zoals woordenschat en verhaallijn. Deze schalen meten specifieke taalstoornissen. De schalen vijf tot en met acht dekken de pragmatische aspecten van de communicatie die doorgaans niet gemeten worden bij conventionele taalonderzoeken: E) Ongepaste initiatie, F) Stereotype taal, G) Gebruik van context en H) Niet verbale communicatie. Kinderen kunnen problemen op deze domeinen hebben zonder dat ze structurele taalproblemen hebben. De laatste twee schalen (I Sociale relaties en J Interesses) meten gedrag dat vaak kenmerkend is voor autisme spectrum stoornissen (ASS), zoals sociaal begrip en sociale intuïtie. Op basis van de verschillende schalen van de CCC-2-NL kunnen drie samengestelde scores berekend worden. Dit zijn de Algemene Communicatie Score (ACS), de Sociale Interactie Score (SIS), en de Pragmatiek score.
De CCC-2-NL is de Nederlandstalige versie van de door Dorothy Bishop ontwikkelde Engelstalige CCC-2. De CCC-2 is de opvolger van de Engelstalige CCC en deze was gebaseerd op de Checklist for Language Impaired Children (CLIC en CLIC-2). De CCC-2-NL is het resultaat van veel onderzoek naar voorlopers van deze vragenlijst.
De test is gebaseerd op ideeën en onderzoek van onder andere Bishop (1997) en Rapin (1996). In het klinisch werkveld was het duidelijk dat voor sommige kinderen met taalstoornissen juist de pragmatiekproblemen de belangrijkste verklaring zijn hun moeilijkheden in de alledaagse communicatie (Geurts, Verté, Oosterlaan, Roeyers, Hartman, Mulder, Van Berckelaer-Onnens & Sergeant, 2004). Problemen met de pragmatiek hebben vooral te maken met het kunnen kiezen van een passende manier van zich uiten of een juiste interpretatie van een boodschap in relatie tot de communicatieve context (Bishop, 1997; Geurts, 2007; Rapin, 1996). Bestaande instrumenten zijn meestal niet geschikt om te evalueren hoe een kind taal gebruikt en pragmatische communicatieve problemen te signaleren. De CCC-2-NL maakt onderscheid in het gebruik van taalstructuur en pragmatiek en met deze test kunnen beide aspecten gemeten worden. Daarnaast is de test behulpzaam bij het identificeren van pragmatische problemen bij kinderen met ADHD en ASS. Vanuit de veronderstelling dat deze diagnoses veelal samengaan met pragmatische taalstoornissen (Geurts, et al. 2004).
De kwaliteit is onderzocht door middel van een normeringssteekproef en twee klinische steekproeven. Voor de normeringssteekproef zijn gegevens verzameld op reguliere scholen verspreid over Nederland, bij kinderen van 4 tot en met 15 jaar. Er zijn in totaal 2.580 vragenlijsten gebruikt voor de normering.
De eerste klinische steekproef bestond uit een groep kinderen van 4 tot en met 6 jaar. Het ging om kinderen met een ernstige taalspraakstoornis (ESM) en ASS. De steekproef bestond uit 33 kinderen met de diagnose ESM, 33 kinderen met de diagnose ASS plus de diagnose ESM en 62 kinderen zonder een klinische diagnose.
De tweede klinische steekproef bestond uit een groep kinderen van 7 tot en met 14 jaar met verschillende kinder- en jeugdpsychiatrische diagnoses. Doel hierbij was om gegevens te verzamelen over kinderen met ADHD en ASS. In totaal bevatte de steekproef 48 kinderen met een diagnose ASS, 27 kinderen met de diagnose ADHD en 25 kinderen zonder een klinische diagnose (Geurts, 2007).
De COTAN heeft in 2008 de normen en betrouwbaarheid als voldoende en de begripsvaliditeit en criteriumvaliditeit als onvoldoende beoordeeld.
Er zijn twee vormen van betrouwbaarheid onderzocht: de interne consistentie en de test-hertestbetrouwbaarheid.
De interne consistentie is zowel voor de normeringssteekproef als voor de twee klinische steekproeven berekend. De interne consistenties van de normeringssteekproef blijken over het algemeen lager dan die van de klinische steekproeven. De Cronbachs alphas van de interne consistentie van de CCC-2-NL schalen varieerden van .53 (Coherentie) tot .75 (Spraakproductie) met een gemiddelde score van .65 voor de normeringssteekproef, van .48 (Niet-Verbale communicatie) tot .75 (Spraakproductie) met een gemiddelde score van .67 voor de klinische steekproef van 4 tot 7 jaar, en van .56 (Sematiek) tot .79 (Coherentie) met een gemiddelde score van .68 voor de klinische steekproef van 7 tot 15 jaar. De interne consistentie voor de samengestelde schaalscores Algemene Communicatie Score (ACS) en Pragmatiek is voor de drie verschillende steekproeven boven de . 75. Geurts (2007) concludeert dat de interne consistentie voor de normeringssteekproef over het algemeen voldoende is. In de klinische groepen is de interne consistentie voor de meeste schalen eveneens voldoende, maar deze is onvoldoende voor Stereotype taal, Niet-verbale communicatie en Interesses voor de kinderen van 4 tot 7 jaar en voor Semantiek voor de kinderen van 7 tot 15 jaar. De samengestelde schaalscores vormen belangrijke maten, aangezien deze maten bepalend zijn voor het nemen van beslissingen over het al dan niet aanwezig zijn van een communicatieve beperking. De interne consistentie van de samengestelde schaalscores is goed.
De test-hertestbetrouwbaarheid laat zien dat de betrouwbaarheid van de tien basisschalen onvoldoende tot voldoende is. De Spearman rang correlatie varieerde hierbij van .33 tot .84. De betrouwbaarheid van de drie samengestelde schaalscores is voldoende tot goed. Hierbij varieerde de correlaties van .67 tot .91 (Geurts, 2007).
De COTAN heeft in 2008 de betrouwbaarheid beoordeeld als voldoende. Deze beoordeling betreft de drie samengestelde schaalscores. De betrouwbaarheid van de tien basisschalen wordt beoordeeld als onvoldoende.
De validiteit is onderzocht via het hiervoor genoemde normeringsonderzoek en de twee klinische steekproeven.
Om de interne validiteit te testen zijn de 10 verschillende subschalen van de vragenlijst getoetst door middel van factoranalyses. De interne structuur van de vragenlijst wordt niet ondersteund door de resultaten van de factoranalyses.
Voor de begripsvaliditeit is gekeken naar de twee belangrijkste onderdelen hiervan, namelijk de convergente en de divergente validiteit. Voor de convergente validiteit is gekeken naar de relatie met instrumenten die een soortgelijk construct meten, in dit geval instrumenten die ook pragmatiek onderzoeken. Instrumenten die vergeleken werden, zijn de Nijmeegse Pragmatiek Test (NPT) en de Vragenlijst voor Inventarisatie van Sociaal gedrag van Kinderen (VISK). Geurts (2007) concludeert dat de meetpretentie van de CCC-2-NL voor een groot deel overeenkomt met de NPT en de VISK. Om na te gaan of de CCC-2-NL in staat is verschillende begrippen van elkaar te onderscheiden is gebruik gemaakt van de gegevens uit de klinische steekproef bij kinderen van 4 tot en met 6 jaar. Het blijkt dat de divergente validiteit van de CCC-2-NL voor de leeftijd van 4 tot en met 6 jaar goed is (Geurts, 2007).
Om de criteriumvaliditeit te onderzoeken is gekeken in welke mate de scores op de CCC-2-NL een voorspellende waarde hebben voor de klinische diagnose. Geurts (2007) concludeert dat er met de CCC-2-NL voldoende differentiatie tussen verschillende groepen ontstaat (Geurts, 2007).
De COTAN beoordeelt de begripsvaliditeit en criteriumvaliditeit van de CCC-2-NL als onvoldoende, omdat de factoranalyse de interne structuur van de test niet ondersteunt. Daarnaast is er volgens COTAN sprake van matige resultaten voor het voorspellend onderzoek.
Voor het bepalen van de normen voor het leeftijdsbereik van 4 tot en met 15 jaar zijn er gegevens verzameld op reguliere scholen verspreid over Nederland bij 2.580 kinderen. Met behulp van de normeringssteekproef is een normtabel voor Nederlandse kinderen opgesteld. In de handleiding wordt een toelichting gegeven op het gebruik bij Vlaamse kinderen, kinderen met een specifieke taalstoornis (SLI), kinderen met ASS en kinderen met ADHD (Geurts, 2007).De COTAN heeft in 2008 de normen van de CCC-2-NL als voldoende beoordeeld.
De kwaliteit is onderzocht door middel van een normeringssteekproef en twee klinische steekproeven. Voor de normeringssteekproef zijn gegevens verzameld op reguliere scholen verspreid over Nederland, bij kinderen van 4 tot en met 15 jaar. Er zijn in totaal 2.580 vragenlijsten gebruikt voor de normering.
De eerste klinische steekproef bestond uit een groep kinderen van 4 tot en met 6 jaar. Het ging om kinderen met een ernstige taalspraakstoornis (ESM) en ASS. De steekproef bestond uit 33 kinderen met de diagnose ESM, 33 kinderen met de diagnose ASS plus de diagnose ESM en 62 kinderen zonder een klinische diagnose.
De tweede klinische steekproef bestond uit een groep kinderen van 7 tot en met 14 jaar met verschillende kinder- en jeugdpsychiatrische diagnoses. Doel hierbij was om gegevens te verzamelen over kinderen met ADHD en ASS. In totaal bevatte de steekproef 48 kinderen met een diagnose ASS, 27 kinderen met de diagnose ADHD en 25 kinderen zonder een klinische diagnose (Geurts, 2007).
De COTAN heeft in 2008 de normen en betrouwbaarheid als voldoende en de begripsvaliditeit en criteriumvaliditeit als onvoldoende beoordeeld.
De CCC-2-NL is verkrijgbaar voor TPT-A gecertificeerden en geschoolde wetenschappers in psychologie of (ortho)pedagogiek.
Pearson
Postbus 78
1000 AB Amsterdam
fax. 020 485 29 99
e-mail: bestelling-nl@pearson.com
Kosten prijspijl 2010:
Bishop, D.V.M. (1997). Uncommon understanding: Development and disorders of language comprehension in children. Hove: Psychology Press.
Evers, A., Vliet-Mulder, J.C. van & Groot, C.J. (2000). Documentatie van tests en testresearch in Nederland, deel I. Assen: Van Gorcum.
Geurts, H.M. (2007). CCC-2-NL. The Childrens Communication Checklist Second Edition. Nederlandse versie. Handleiding. Amsterdam: Harcourt Assessment B.V.
Geurts, H.M., Verté, S., Oosterlaan, J., Roeyers, H., Hartman, C.A., Mulder, E.J., Van Berckelaer-Onnes, I.A., & Sergeant, J.A. (2004). Can the Children's Communication Checklist differentiate between children with autism, children with ADHD, and normal controls? Journal of Child Psychology and Psychiatry, 45, 1437 - 1453.
Rapin, I. (1996). Practioner review: Developmental language disorders: A clinical up-date. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 37, 643 - 655.