Helma Weyn Banningh (Nationale Beeldbank)

Ook in de jeugdzorg kan een kind veilig hechten
Artikel in Jeugdkennis (2013)

Gesloten residentiële jeugdzorg als veilige haven
Over hechting en groepsopvoeders. Artikel in Jeugdkennis (2011)

Classificatie Jeugdproblemen
Classificatiesysteem CAP-J met beschrijvingen van problemen van kinderen en ouders.



Cora  Bartelink Cora Bartelink heeft een bijdrage geleverd aan het dossier Hechting en hechtingsproblemen.

Stel een vraag

Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Probleemschets
Praktijk
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Over dit dossier

Reacties

Bent u professional in de jeugdsector? Dan stellen wij uw reactie op dit dossier bijzonder op prijs. Uw aanvulling of opmerking kan uw collega’s van dienst zijn of leiden tot aanpassing van de inhoud van dit dossier.

Reageer Reageer op het dossier Hechting en hechtingsproblemen.

Bent u geen professional maar heeft u wel een vraag?

Reacties op het dossier Hechting en hechtingsproblemen

27 oktober 2012, ingezonden door dr. Anneke Vinke, GZ-psycholoog /Registerpsycholoog K&J NIP Adoptiepraktijk Vinke

In de VS is er een organisatie die zich richt op ATTACHMENT FOCUSED THERAPY www.attach.org - zij hebben veel zinvolle, bruikbare informatie op het internet, waaronder ook de sheets van hun recent in Baltimore gehouden congres. http://www.attach.org/resources/forms/conference/2012/default.aspx. Nieuw en heel belangrijk concept dat nog niet in Nederland is doorgedrongen is het door Hughes en Baylin in 2012 beschreven concept van 'blocked care' bij de opvoeders - wanneer het niet meer lukt om sensitief te zijn blijkt eenvoudig gezegd het ouderlijk systeem 'offline' te gaan. Bijzonder om zo te lezen, helder voor ouders en hulpverleners! http://www.attach.org/resources/forms/conference/2012/hugheskeynote/danhugheskeynote.pdf - heel erg de moeite waard om je daarin te verdiepen. Bruikbaar in de praktijk en theoretisch wetenschappelijk goed onderbouwd vanuit de neurobiologie. Een goede en wezenlijke aanvulling op materiaal wat er al ligt in dit dossier lijkt me.

18 juli 2012, ingezonden door Harmke Leloux, Onderzoeker Horizon

De algemene opvatting is dat bij een uithuisplaatsing de jeugdige het beste af is in een pleeggezin. Bij 11-30% van de pleegkinderen wordt de plaatsing echter voortijdig afgebroken (Van Oijen, 2010). Mogelijk zou het voor een aantal van deze jeugdigen inderdaad beter zijn geweest als ze bij uithuisplaatsing in eerste instantie direct waren geplaatst in een behandelsetting of gezinshuis en pas later in het (pleeg)gezin. Momenteel werk ik aan de opzet van mijn promotieonderzoek waarin ik op zoek wil naar criteria waarmee bepaald kan worden of een jeugdige bij uithuisplaatsing direct in een pleeggezin kan worden geplaatst of beter kan starten in een residentiële groep of gezinshuis. Daarmee wil ik bijdragen aan het vergroten van de continuïteit en stabiliteit bij uithuisplaatsing en het vergroten van beschikbaar vergelijkend onderzoek tussen pleegzorg, residentiële zorg en gezinshuizen. Als mensen nog aanvullende ideeën of informatie hebben, hoor ik het graag!

3 februari 2012, ingezonden door Cora Bartelink, onderzoeker/adviseur Nederlands Jeugdinstituut

Beste heer/mevrouw Smeets, Het dossier Hechting en hechtingsproblemen biedt up-to-date en betrouwbare informatie over hechting. De informatie is gebaseerd op gevalideerde kennis die er over hechting en hechtingsproblemen bestaat. Verder is er op het internet mijns inziens weinig betrouwbare informatie te vinden: er zijn wel websites die aanbevelingen doen over de aanpak, maar niet alle informatie daarop komt overeen met de laatste stand van zaken in onderzoek en sommige adviezen zijn zelfs schadelijk voor kinderen. Aan de Universiteit Leiden is een groep onderzoekers gespecialiseerd in onderzoek naar hechting, onder leiding van Rien van IJzendoorn. Onder links in dit dossier, vindt u een website waardoor u met hen in contact kunt komen. Met vriendelijke groet, Cora Bartelink

27 januari 2012, ingezonden door M.Smeets-Smeets, Docent op VMBO-school College

Graag zou ik weten waar ik meer info kan vinden over hechtingsproblematiek. Ik ben n.l. met een master bezig voor gespecialiseerd docent. Op dit moment zijn we bezig met het thema ontwikkelingsstoornissen en ontwikkelingsbelemmeringen. Graag wil ik mij gaan verdiepen in alles rondom hechting. Misschien kunt u mij verder helpen. Bij voorbaat alvast dank, M. Smeets-Smeets

23 juni 2011, ingezonden door Yvonne v.d. Heijden, orthopedagoog Elevare

Fijn dat er meer bekendheid en deskundigheid komt omtrent gehechtheidsproblematiek! Hopelijk wordt de diagnoses "ADHDmetPDD-NOS" nu minder vaak gesteld en wordt er beter naar de anamnese gekeken om de basisveiligheid en basisvertrouwen te onderzoeken. Mevr. Vinke is m.i. zeer deskundig en geeft een goede aanvulling, alleen ben ik van mening dat 'niet gehecht' niet bestaat (Zeanah).

5 juni 2011, ingezonden door Anneke Vinke , GZ-psycholoog /Kinder&Jeugdpsycholoog Adoptiepraktijk Vinke

Een prachtig dossier - maar ik mis het een en ander. De indeling veilig/onveilig is gangbaar, maar voor behandeling in bv. pleeg of adoptiegezinnen vind ik de indeling van Zeanah en Boris (2000) vele malen zinvoller: - geen hechting, - een verstoorde gehechtheidsrelatie, -een verbroken gehechtheidsrelatie. Verder verbaast het mij dat er gesproken wordt over korte interventies. Correct is dat dit onderzocht is, maar de lange termijn followup zou ik graag zien... Mijn ervaring is dat behandeling juist vaak langdurig is en naast therapie psycho-educatie op alle levensgebieden behelst. Kinderen en jeugdigen waarvan de gehechtheidsontwikkeling ernstig verstoord is varen niet goed bij een gedragsmatige aanpak, juist de relatie is centraal aanknopingspunt en het opnieuw opbouwen of versterken van positieve zaken in de relatie is wezenlijk. Zinvolle - deels in buitenland onderzochte - benaderingswijzen zijn Theraplay, Fasetherapy en Dyadic Developmental Psychotherapy.

4 april 2011, ingezonden door Hans Meij,

Beste mevrouw Dumoulin, beste Anja, Het klopt dat sensitiviteit als kernmechanisme wordt gepresenteerd. Dit is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. En dit geldt ook voor het feit dat sommige interventies niet werken of schadelijk kunnen zijn. Dat er ook pubers zijn met deze problematiek is duidelijk. In dit dossier hebben we alleen die interventies opgenomen die als expliciet doel hebben om de hechting tussen opvoeder en kind te stimuleren of te herstellen. Interventies gericht op bijvoorbeeld traumaverwerking (zoals EMDR) noemen we in dit dossier niet. Dat EMDR effectief is voor traumaverwerking klopt (is opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies). Als andere interventies in de praktijk blijken te werken bij hechtingsproblematiek bij pubers, dan is het belangrijk dat deze worden aangemeld bij de Databank Effectieve Jeugdinterventeis, zodat zij door een onafhankelijke commissie beoordeeld kunnen worden op hun effectiviteit. Vriendelijke groet, Hans Meij.

1 april 2011, ingezonden door a.dumoulin, gz-psycholoog/psychotherapeut KJP Dumoulin (eigen praktijk)

Jammer dat als vrijwel enig werkend mechanisme de sensitiviteit van de opvoeders wordt genoemd..is inderdaad heel belangrijk, maar bij sommige problematiek niet (meer) voldoende..Alle erkende interventies die jullie noemen zijn voor jonge kinderen, terwijl er veel pubers zijn met deze problematiek!psychotherapie met gebruik van differntietie- en fasetherapie(A. Thoomes-Vreugdenhil) werkt echt! en traumaverwerking (bv met EMDR) zeker!Toch staat dit bij de 'gevaarlijke 'interventies! Ik ben het hier -vanuit het werkveld- zeer mee oneens! (ik werk veel met pleeg- en adoptiekinderen) Anja Dumoulin