Leven in gezinsverband is voor de meeste Nederlanders vanzelfsprekend. De helft van de bevolking leeft in gezinsverband, als kind of als ouder. De andere helft van de bevolking is opgegroeid in een gezin, gaat nog een gezin stichten of leeft weer alleen omdat de kinderen het huis uit zijn. Daarnaast neemt de diversiteit van gezinnen in Nederland toe.
In de Gezinswijzer vindt u dossiers over:
In voorbereiding is het dossier 'Adoptiegezin'.
Nederlandse moeders krijgen relatief laat kinderen. De gemiddelde leeftijd waarop ze hun eerste kind krijgen is 29 jaar, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daarnaast heeft Nederland relatief weinig tienermoeders: in 2010 waren er iets meer dan zes moeders per duizend meisjes in de leeftijd van 15 tot en met 19 jaar.
Nederlandse gezinnen ontstaan voor een groot deel doordat partners samen kinderen krijgen en ze samen opvoeden. Van alle Nederlandse gezinnen is 80 procent samengesteld als een ouderpaar met een of meer kinderen. Hieronder vallen trouwens ook gezinnen van bijvoorbeeld eerder gescheiden ouders. Het aandeel eenoudergezinnen was één op de vijf in 2009, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek.
De gezinsvorm en -omstandigheden hebben hun weerslag op het opvoeden en opgroeien in een gezin en hoe de (jeugd)beroepskracht daarmee kan omgaan. In de gezinsdossiers vindt u informatie over gezinsleven, cijfers en trends, beleid van lokale en (inter)nationale overheden, en interventies en richtlijnen voor beroepskrachten.