Home  > Kennis  > Dossiers  > Jeugdzorg  > Praktijk > Indicatiestelling

Kwaliteitstoolkit (2011)
om de kwaliteit van resi­den­tiële zorg te verbeteren.

De indicatiestelling (2010)
Onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut naar het indicatieproces bij bureaus jeugdzorg in Brabant.

Werk in uitvoering (2011)
Rapport over alle vragen en discussiepunten over het nieuwe jeugdstelsel.

Landelijk Steunpunt Zorg- en adviesteams
Ondersteuning van zorg- en adviesteams door het Nederlands Jeugdinstituut.



Tom  van Yperen Tom van Yperen, bijzonder hoogleraar bij de Universiteit Utrecht, is expert op het gebied van effectiviteit van de jeugdzorg.

Stel een vraag


Bekijk de video
Bekijk de video Tom van Yperen: 'Wat speelt er in de jeugdzorg?'
Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Evaluatie Wet op de jeugdzorg
Praktijk
Beleid
Agenda
Literatuur
Links

Indicatiestelling

Indicatiestelling is het proces van beoordelen welke problemen er bestaan in een gezin en beslissen wat er nodig is om die problemen aan te pakken. Goede indicatiestelling draagt bij aan de effectiviteit van de behandeling. Dat betekent dat hulpverleners gebruik moeten maken van kennis over 'wat werkt' bij hun afweging welke hulp het best zal aansluiten bij de hulpvraag van een gezin. Daarnaast moet de indicatiestelling ervoor zorgen dat de kans zo groot mogelijk is dat ouders en kinderen het hulpaanbod accepteren en er profijt van hebben.

Gebruik van instrumenten

Het gebruik van instrumenten om te bepalen of kinderen en ouders daadwerkelijk een probleem hebben waarvoor hulp nodig is, is belangrijk. Instrumenten leveren een objectiever beeld op dan het klinisch oordeel van een hulpverlener. In de databank Instrumenten en Richtlijnen vindt u instrumenten die bruikbaar zijn in de jeugdzorg.

Samenspraak met ouders en kinderen

Een relatief nieuwe trend is de indicatiestelling in samenspraak met ouders en kinderen uit te voeren. In de evaluatie van de Wet op de Jeugdzorg wordt geconstateerd dat dat nog nauwelijks gebeurt. Terwijl uit allerlei literatuur blijkt dat hulp effectiever is als gezinnen betrokken worden bij het besluitvormingsproces (Swift en Callahan 2009; Merkel-Holguin e.a. 2003). Uit een onderzoek van Swift en Callahan (2009) blijkt dat cliënten die de behandeling van hun voorkeur ontvangen 58 procent kans hebben op betere resultaten. Cliënten die niet de behandeling van hun voorkeur krijgen, lopen een groter risico om voortijdig de behandeling te beëindigen.

Familieberaad

Een methode waarbij het gezin, de grootouders en eventueel andere familieleden betrokken worden is 'Family Group Conferencing', een soort familieberaad. Een onderzoek naar de effecten van deze interventie bij de beslissing tot uithuisplaatsing laat zien dat als ouders en kinderen kunnen meebeslissen, de kinderen gedurende de uithuisplaatsing minder vaak van plek wisselen. Door het kind te betrekken bij de besluitvorming ontstaat er dus een stabielere leefsituatie (Merkel-Holguin e.a. 2003).

Samenwerking

Er bestaan verschillende methoden waarmee hulpverleners samen met gezinnen kunnen beslissen welke hulp het beste ingezet kan worden:

Een meer uitgebreide analyse van aandachtspunten voor een effectieve indicatiestelling vindt u bij Wat Werkt in de praktijk?.

Literatuur

Merkel-Holguin, L., P. Nixon en G. Burford (2003), 'Learning with families: A synopsis of FGDM research and evaluation in child welfare', in: 'Child Protection', 18, p.2-11.

Swift, J. K. en J. L. Callahan (2009), 'The impact of client treatment preferences on outcome: A meta-analysis' in: 'Journal of Clinical Psychology', jaargang 65, nummer 4, p.368-381.