
Aanbieders van gesloten jeugdzorg (2007)
Verkennend rapport met dilemma's en aanbevelingen voor de ontwikkeling van de gesloten jeugdzorg.
Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.
Lianne Lekkerkerker is orthopedagoge en contactpersoon voor het dossier delinquentie.
Stel een vraag
|
|
De precieze omvang van jeugdcriminaliteit is moeilijk vast te stellen. Het beeld van zelfgerapporteerde jeugdcriminaliteit liet tot 2005 steeds een stijging zien, maar is in 2010 gedaald. De registratiecijfers van politie en justitie tonen een ander beeld. Van 2003 tot 2007 steeg het aantal verdachten van een misdrijf jaarlijks. Pas in 2008 is er weer een lichte daling te zien. De hoogte van de delinquentiecijfers en de grote verschillen ertussen zijn te verklaren uit een aantal factoren.
Bij de zelfrapportagestudies kan het gaan om delicten die wel gepleegd zijn, maar niet ontdekt. Daardoor zijn deze cijfers beduidend hoger dan de officiële politiecijfers.
De registratiecijfers van de politie zijn onder andere afhankelijk van de opsporingsactiviteiten van de politie, die op hun beurt weer afhankelijk zijn van de beleidsdoelstellingen. Neemt de beleidsaandacht voor jeugdcriminaliteit toe, dan zal er ook een toename zijn van de geregistreerde jeugdcriminaliteit. Daar staat tegenover dat niet alle gepleegde delicten in de politieregistraties terechtkomen. Oorzaken zijn dat niet alle misdrijven worden gemeld en de politie niet alle aangiften registreert. Het gevolg is dat de daadwerkelijke omvang van jeugdcriminaliteit moeilijk is vast te stellen.
Typen onderzoek
Onderzoek naar het voorkomen van jeugddelinquentie kent twee vormen:
Zelfgerapporteerde jeugdcriminaliteit
De meest recente onderzoeken naar zelfgerapporteerde jeugdcriminaliteit zijn de 'Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit' (onderzoeken in 2005 en 2010) van het Wetenschappeljk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) en de 'International Self-report Delinquency Study' (ISRD) in 2006 van het Verwey-Jonker Instituut.
Uit de 'Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit' blijkt dat circa 38 procent van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar zich naar eigen zeggen in het jaar voorafgaand aan het onderzoek schuldig heeft gemaakt aan één van de 27 onderscheiden delicten. Bij de 10- en 11-jarigen blijkt 17 procent zich schuldig te hebben gemaakt aan delicten. Ten opzichte van 2005 is het totale percentage 10- en 11 jarigen licht gedaald.
Het onderzoek 'International Self-report Delinquency Study' gaat over 15 delicten. In totaal geeft 45 procent van de ondervraagde jongeren aan ooit een of meer van die delicten te hebben gepleegd, terwijl 30 procent zegt dat in het jaar voorafgaand aan het onderzoek te hebben gedaan.
In beide onderzoeken blijken jongens vaker dan meisjes zich schuldig te maken aan het plegen van een delict en stijgt het percentage delictplegers naarmate de leeftijd toeneemt. Anderhalf zoveel jongens plegen delicten in vergelijking met meisjes (respectievelijk 45 procent en 31 procent). Het percentage meisjes dat zich schuldig maakt aan delinquentie is de afgelopen jaren wel toegenomen. Het aantal delict plegers stijgt tot ongeveer de leeftijd van 14-15 jaar, en blijft daarna stabiel of daalt, afhankelijk van het soort delict.
De 'Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit' laat een klein verschil zien tussen allochtone en autochtone jongeren, waarbij autochtone jongeren vaker een delict rapporteren. Tussen de allochtone groepen onderling blijken grotere verschillen te bestaan. Het aantal delinquenten is het kleinste onder de Marokkaanse jongeren (26 procent), en het hoogste onder de Antilliaanse jongeren (49 procent). Onder de allochtone jongeren blijkt er vaker sprake te zijn van zowel onder- als overrapportage. Bij Marokkaanse en Turkse jongeren is sprake van onderrapportage, terwijl bij Antilliaanse en Surinaamse jongeren juist sprake is van overrapportage. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat het percentage delinquente Marokkaanse jongeren hoger ligt dan dit onderzoek laat zien, en dat het percentage Antilliaanse jongeren juist lager ligt.
Uit het ISRD-onderzoek blijkt er voor een klein aantal delicten een significant verschil te zijn tussen autochtone en allochtone jongeren. Die verschillen blijken echter geen verband te houden met de etnische achtergrond van de jongeren. Ze hangen eerder samen met verschillen in gezinssamenstelling, bijvoorbeeld met het opgroeien bij een of twee ouders..
Geregistreerde jeugdcriminaliteit
De 'Monitor Jeugdcriminaliteit' geeft inzicht in het aantal proces-verbalen dat de politie in de periode 2003-2008 tegen minderjarige verdachten heeft opgemaakt. Deze monitor rapporteert over misdrijven; zwaardere strafbare feiten zoals winkeldiefstal, inbraak, mishandeling of verkrachting. Lichtere overtredingen zoals zwartrijden blijven buiten beschouwing. Uit de meest recente gegevens blijkt dat het aantal jongeren dat in aanraking komt met de politie vanaf 2003 is toegenomen. In 2008 zette een lichte daling in. Van alle aangehouden verdachten behoort 14 procent tot de leeftijdscategorie 12 tot en met 17 jaar. Ten opzichte van 2003 is er een stijging van 20 procent procent.
Het aantal aangehouden jongens ligt bij alle misdrijfcategorieën hoger dan bij meisjes. Het aandeel aangehouden verdachten is echter wel sterker gestegen bij de meisjes dan bij jongens. Bij een deel van de verdachten wordt besloten de zaak te seponeren, omdat er bijvoorbeeld onvoldoende bewijs is. Van de 12- tot en met 17-jarigen werd uiteindelijk 1,9 procent in 2008 veroordeeld en geregistreerd als dader van een misdrijf. Ten opzichte van 2003 is dat een stijging van 13 procent. Van 2003 tot 2007 nam het aantal veroordeelden 12- tot en met 17-jarigen jaarlijks toe, in 2008 is echter weer een daling te zien.
In de laatste jaren neemt het aandeel verdachten onder meisjes sterker toe dan onder jongens. Onder de 12- tot en met 17-jarigen is er sinds 2003 bij de meisjes een toename van 27 procent, bij de jongens is de toename 10 procent.
Naar verhouding worden meer proces-verbalen opgemaakt tegen jongens, allochtonen, 17- tot 18- jarigen en jongeren die in grotere gemeentes wonen. Voor een uitgebreide beschrijving van de onderzoeksresultaten zie www.wodc.nl.
Geregistreerde jeugdcriminaliteit naar etniciteit (2002-2008)
Geregistreerde jeugdcriminaliteit naar sekse (2003-2008)
Soorten misdrijven bij 12- tot 17-jarigen
Monitor Jeugdcriminaliteit
Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit
International Self-Report Delinquency Study (ISRD)
Laan, A. van der, Blom, M., Tollenaar, N., ... [et al.] (2010). 'Trends in de geregistreerde jeugdcriminaliteit onder 12- tot en met 24-jarigen in de periode 1996-2007 : bevindingen uit de Monitor Jeugdcriminaliteit 2009'. Den Haag: Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC).
Laan, A. van der, & Blom, M. (2011). 'Jeugdcriminaliteit in de periode 1996-2010. Ontwikkelingen in zelfgerapporteerde daders, door de politie aangeouden verdachten en strafrechtelijke daders op basis van de Monitor Jeugdcriminaliteit 2010'. Den Haag: Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC).