Home  > Kennis  > Dossiers  > Jeugdzorg  > Evaluatie Wet op de jeugdzorg  > Standpunten > Preventie/versterking basisvoorzieningen

Kwaliteitstoolkit (2011)
om de kwaliteit van resi­den­tiële zorg te verbeteren.

De indicatiestelling (2010)
Onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut naar het indicatieproces bij bureaus jeugdzorg in Brabant.

Werk in uitvoering (2011)
Rapport over alle vragen en discussiepunten over het nieuwe jeugdstelsel.

Landelijk Steunpunt Zorg- en adviesteams
Ondersteuning van zorg- en adviesteams door het Nederlands Jeugdinstituut.



Tom  van Yperen Tom van Yperen, bijzonder hoogleraar bij de Universiteit Utrecht, is expert op het gebied van effectiviteit van de jeugdzorg.

Stel een vraag


Bekijk de video
Bekijk de video Tom van Yperen: 'Wat speelt er in de jeugdzorg?'
Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Evaluatie Wet op de jeugdzorg
Praktijk
Beleid
Agenda
Literatuur
Links

Preventie/versterking basisvoorzieningen

Versterking van de nulde lijn is een belangrijke beleidsprioriteit. Het moet ertoe leiden dat de kwaliteit van de pedagogische omgeving van jeugdigen toeneemt. Dat kan er weer toe leiden dat talenten van kinderen beter kunnen ontwikkelen. Voorts moet het de competenties van opvoeders vergroten zodat zij alledaagse ontwikkelings- en opvoedingsvraagstukken in goede banen kunnen leiden en het ontstaan van ernstiger problemen in de meeste gevallen kunnen voorkomen. Wat is er nodig om de versterking te stimuleren?

NIP/NVO
Het is van belang dat ouders zo vroeg mogelijk ondersteuning en hulp zoeken wanneer ze tegen problemen aanlopen met hun kind of jongere. Zet daarom in op een sterke basis: preventie en opvoedondersteuning - versterk de eigen kracht van ouders door aan te sluiten bij de vragen die ouders en kinderen hebben.

Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) - commissie Paas
Kinderen en ouders hebben naast een sociale omgeving van familie, buren en vrienden een omgeving nodig met beroepskrachten (leerkrachten, medewerkers van peuterspeelzalen, kinderopvang, hulpverleners, adviseurs) die zich als medeopvoeder betrokken voelen bij een gezonde ontwikkeling en ouders kunnen ondersteunen bij vragen en zorgen. Op alle plekken waar kinderen, jongeren en hun ouders regelmatig komen, moeten beroepskrachten voldoende kennis hebben om snel de signalen te herkennen die duiden op (ernstige) opvoedingsproblemen. Ze moeten leren om snel en zorgvuldig te signaleren en ze moeten weten wat ze met die signalen moeten doen. Op alle ‘vindplaatsen’ moeten hulpverleners beschikbaar zijn voor hulp aan cliënten en voor ondersteuning van de daar werkzame beroepskrachten.

ActiZ
Een effectieve oplossing voor de toenemende problemen van kinderen en gezinnen begint volgens ActiZ met meer aandacht voor preventie en vroege ondersteuning. Nu al kunnen zorgorganisaties ouders de mogelijkheid bieden om hun sociale netwerken te versterken en te verbreden (public health benadering van opvoedingssteun). De opvoedprogramma's leren ouders om hun problemen zelf op te lossen (empowerment), zijn bewezen effectief en horen voor alle kinderen en ouders toegankelijk te zijn, in heel Nederland. Dit preventieve en ondersteunende aanbod kan meer dan tot nu toe ingezet worden en daarmee bijdragen aan een betere start voor kinderen. Goede samenwerking, afstemming en uitwisseling tussen alle partijen die met jeugd werken is cruciaal. Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) speelt hierin een belangrijke rol en moet verder worden ontwikkeld.

MOgroep Welzijn & Maatschappelijke dienstverlening
Preventie zal lokaal vormgegeven moeten worden, door goed toegeruste professionals. Welzijnswerkers, jongerenwerkers en buurt- en schoolmaatschappelijk werkers kennen de risicokinderen, de jongeren en hun ouders door de contacten in de buurt, thuis of op school. Bestuurlijke afspraken zijn nodig over de verbinding van Wmo- en jeugdbeleid en het stimuleren van een integrale buurtgerichte aanpak van het preventieve jeugdbeleid, waarbij de mogelijkheden van welzijn en maatschappelijke dienstverlening benut en versterkt worden.

MOgroep Jeugdzorg
Kinderen en opvoeders met vragen en problemen rond opgroeien en opvoeden worden als eerste geholpen door lokale of eerstelijnsvoorzieningen, zoals de Centra voor Jeugd en Gezin, consultatiebureaus of schoolmaatschappelijk werk.

GGZ-Nederland
De samenwerking tussen voorzieningen moet de komende jaren alle ruimte krijgen, met name richting het onderwijs, omdat daar de jongste kinderen zitten.

VOBC-LVG
Het optimaliseren van preventie is een eerste verantwoordelijkheid van de Centra voor Jeugd en Gezin. Preventie gericht op kinderen met een licht verstandelijke beperking moet in samenhang met het basisonderwijs en speciaal onderwijs plaatsvinden. Kinderen en gezinnen met beperkte sociale redzaamheid moeten kunnen rekenen op doorlopende begeleiding gericht op een zo zelfstandig mogelijk leven, wonen en werken. Daarvoor bepleiten wij de mogelijkheid van duurzame begeleiding verbonden aan algemene voorzieningen voor werk en inkomen: de Centra Werk en Inkomen en de gemeentelijke sociale diensten. De begeleiding is gericht op arbeidsparticipatie en ondersteuning in de woon- en leefsituatie. Bij het laatste wordt aangesloten bij bestaande voorzieningen in de gehandicaptenzorg en ggz.

Zorgverzekeraars Nederland
De focus moet onder meer liggen op het verbeteren van de voorkant (preventie). Hierbij zou er meer (beleidsmatig) geïnvesteerd moeten worden in de aanpalende voorzieningen (WMO, jeugdgezondheidszorg, onderwijs).

Interprovinciaal Overleg (IPO)
Er is een omslag nodig waarin als uitgangspunt wordt gehanteerd dat de meeste ouders / opvoeders zelf problemen kunnen oplossen óf leren oplossen. De essentie is dat er meer focus komt te liggen bij het versterken van deze aanwezige eigen mogelijkheden van jongeren / opvoeders. Dit vergt een cultuur in de sector die uitnodigt tot participatie van jongeren en ouders in plaats van tot afhankelijkheid, medicalisering en professionalisering. Het stimuleren van de eigen mogelijkheden van het gezin en het bevorderen van het sociale netwerk rondom het gezin moet centraal komen te staan in de gehele keten van zorg voor jeugd.

IPO / ministerie voor Jeugd en Gezin (2010-2011)
De eigen kracht van gezinnen en de directe omgeving zullen worden versterkt. Er komt meer aandacht voor preventie. De partijen stimuleren de aanpak met netwerkondersteunende methodieken zoals Eigen Kracht en Triple P.

De regering
De omslag naar preventie wordt in 2010 krachtig doorgezet. Het kabinet wil een omslag realiseren naar versterking van het gezin en het sociale netwerk, en eerder en lichter hulp en ondersteuning geven. Zo voorkomen we onnodige medicalisering en blijft de zware zorg beschikbaar voor jeugdigen en gezinnen die dit het hardst nodig hebben. Familie, vrienden maar ook zeker (andere) beroepsopvoeders kunnen elkaar helpen bij de oplossing, door onderling kennis en ervaring uit te wisselen. Het sociale netwerk is de basis voor een krachtige samenleving, die uitgaat van maatschappelijke binding en onderlinge verantwoordelijkheid.

De regering (9 april 2010)
Gemeenten hebben op dit moment weinig belang om te investeren in preventie omdat het kosten met zich meebrengt die elders bespaard worden (provincie, zorgverzekeraar of Rijk). Onze voorstellen richten zich bovenal op het voorkómen van problemen. Het beleid is gericht op participatie. Hier liggen belangrijke initiërende en regisserende taken voor lokale overheden om een samenhangend preventief jeugd- en gezinsbeleid te ontwikkelen.
Het CJG moet samenwerken met brede scholen en andere lokale organisaties, zoals kinderdagverblijven, peuterspeelzalen, jongerenwerk, sportverenigingen en migrantenzelforganisaties. Het CJG kan lokale opvoeddebatten entameren, o.a. om informele netwerken rond gezinnen te versterken. Professionals van CJG stellen ouders bij vragen in staat zelf met oplossingen te komen, waarbij zij zoveel mogelijk de sociale omgeving van het gezin mobiliseren. Eventuele ondersteuning komt snel beschikbaar, gaat uit van eigen kracht en verantwoordelijkheid van gezinnen en wordt geboden op en rond de plaatsen waar kinderen en opvoeders al vaak komen: kinderopvang, school en CJG. Leerkrachten zijn belangrijke mede-opvoeders. Bij problemen is de (toegang tot) zorg- en hulpverlening zoveel mogelijk in en rondom de school georganiseerd. De kennis en ervaring van de jeugdgezondheidszorg moet worden benut om het lokale preventieve beleid voor jeugd verder te ontwikkelen. Overheveling van ambulante hulp naar gemeenten zal het aanbod van preventie vanuit het CJG groter maken.

Parlementaire werkgroep
Ouders/opvoeders zijn er in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor dat hun kinderen kunnen opgroeien in een gezonde, veilige en stimulerende omgeving met uitzicht op maatschappelijke participatie. Daarom hecht de werkgroep eraan dat er adequate voorlichting over opvoeden en opgroeien laagdrempelig en dichtbij ouders/opvoeders voorhanden is. Instanties en professionals waar in beginsel ouders en kinderen naar toe gaan, zoals de huisarts, consultatiebureaus, de verloskundige, de kinderopvang, de GGD, peuterspeelzalen en scholen, spelen een belangrijke rol bij de signalering, preventie, ondersteuning en oplossing van problemen. De werkgroep is van mening dat de mensen die werkzaam zijn op deze terreinen moeten kunnen terugvallen op hun eigen professionaliteit. Dit betekent dat over de hele linie meer aandacht moet uitgaan naar signalering en preventie in het onderwijs en de hulpverleners.

Ministers van Jeugd en Gezin en Justitie (september 2010)
Er vindt een inzet plaats op voorkomen van problemen door meer aandacht voor preventie en lichte hulp dicht bij huis. De school is een belangrijke vindplaats waar ook ondersteuning moet worden geboden. In de hulpverlening wordt uitgegaan van eigen kracht en verantwoordelijkheid van gezinnen.

Kabinet Rutte (30 september 2010)
Het bereik van de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) wordt groter. Door middel van sterkere drang (via consultatiebureau, jeugdzorg, huisartsen, WMO-loket) wordt de doelgroep sterker gestimuleerd om deel te nemen aan VVE. Gemeenten zijn vrij om de voorschoolse educatie sterker te verbinden aan basisonderwijs.

Vergelijking
In de standpunten zien we geregeld een focus op de ouders en het gezin. Zo nu en dan wordt ook de versterking van het handelen van medeopvoeders genoemd (zie bijvoorbeeld de VNG - commissie Paas en de regering). Belangrijk is daarbij dat de nulde lijn niet alleen wordt gezien als ‘vindplaats’ voor professionele preventie en hulp, maar ook als sociaal netwerk waarin ouders en medeopvoeders elkaar bijstaan (zie bijvoorbeeld IPO en ministerie voor Jeugd en Gezin). De parlementaire werkgroep pleit er in dat kader terecht voor dat professionals in de basisvoorzieningen voor de signalering, preventie en oplossing van problemen moeten kunnen terugvallen op hun eigen professionaliteit. Aanvullend daarop pleit de VOBC-LVG voor een betrokkenheid van de voorzieningen voor wonen en werken bij de realisering van een zo goed mogelijke participatie van kinderen en gezinnen met een beperkte sociale redzaamheid. Het Kabinet Rutte brengt een nieuw accent aan: via een sterkere drang om deel te nemen aan VVE-programma’s moeten (taal-)achterstanden bij jonge kinderen worden verkleind.