De verantwoordelijkheid voor de opvoeding is de laatste decennia steeds meer een geïsoleerde gezinsverantwoordelijkheid geworden. Gezinnen komen er steeds vaker alleen voor te staan omdat het contact met familie, vrienden en buurtbewoners is afgenomen. Dit komt door verschillende maatschappelijke ontwikkelingen, zoals verhuisbewegingen en de invloed van de ‘virtuele wereld’ op de tijdsbesteding van gezinnen.
In onze veeleisende samenleving kunnen gezinnen hierdoor overbelast raken. Uit onderzoek blijkt dat ouders meer behoefte hebben aan informele steun bij de opvoeding (De Winter, 2008). In wijken waar meer sociale samenhang is, blijken risicovolle opvoedingssituaties - zoals kindermishandeling - af te nemen. Het vergroten van de pedagogische kwaliteit van de buurt is een beschermende factor tegen ongewenst opvoedgedrag.
Praten over opvoeding, informatie, advies of steun vragen in de eigen omgeving is geen vanzelfsprekendheid meer. De samenleving moet de opvoeding van kinderen meer als gezamenlijke verantwoordelijkheid erkennen. Dat zou de eigen kracht van gezinnen versterken.
Versterking van de pedagogische civil society verhoogt de pedagogische en sociale kwaliteit van het samenleven in de woonomgeving. Zo groeit de steun voor en door jeugd en ouders. Om dit te bereiken moet er een sfeer van vertrouwen ontstaan waarin mensen elkaar ontmoeten, elkaar leren kennen en bereid zijn met elkaar in gesprek te gaan. Over opvoeden, opgroeien en gezondheid.
Meer informatie over een gezamenlijke verantwoordelijkheid bij het opvoeden, kunt u vinden in het adviesrapport ‘Investeren rondom Kinderen’, van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling.