|
2009 |
Afsprakenkader 2010 - 2011, bestuursakkoord tussen het ministerie Jeugd en Gezin en het Interprovinciaal Overleg (IPO) Inhoud: de komende twee jaar richt dit akkoord zich op het terugdringen van de jeugdzorgvraag, door meer in te zetten op preventie en vroeginterventie.
|
|
2009 |
Evaluatieonderzoek Wet op de jeugdzorg In opdracht van de ministerie voor Jeugd en Gezin en het ministerie van Justitie heeft Advies- en Managementbureau BMC een evaluatieonderzoek naar de Wet op de jeugdzorg uitgevoerd.
|
|
2007 |
Beleidsplan ministerie voor Jeugd en Gezin In 2011 moet er in elke gemeente een Centrum voor Jeugd en Gezin zijn, voor ondersteuning van ouders bij de opvoeding van hun kinderen. De Centra voor Jeugd en Gezin en jeugdzorginstellingen zijn in een bepaald werkgebied jeugdigen verplicht zorg te bieden. Ook moet er in 2011 een landelijk dekkend netwerk van zorg- en adviesteams zijn voor alle leeftijdsgroepen.
|
|
2007 |
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) De gemeente is verantwoordelijk voor vijf vastgestelde taken binnen het lokaal preventief jeugdbeleid: informatie en advies, signalering, toeleiding naar hulp, pedagogische hulp (licht ambulante hulp), en coördinatie van zorg.
Meer informatie over de Wmo op de site van ministerie van VWS |
| 2006 |
Protocol Indicatiestelling jeugdigen met psychiatrische problematiek Aanscherping van de eisen ten aanzien van de verwijzing en indicatie voor jeugd-ggz. Bureau jeugdzorg vervult een indicerende rol. De mogelijkheid van rechtstreekse verwijzing door de huisarts, of de daarmee gelijkgestelde behandelaar, naar de jeugd-ggz blijft bestaan.
|
|
2005 |
Wet op de jeugdzorg Regeling van de aanspraak op, toegang tot en bekostiging van de jeugdzorg. Bureau jeugdzorg geeft indicatiebesluiten af voor de jeugdhulpverlening, de jeugd-ggz en de jeugd-lvg. Het verzorgt civielrechtelijke plaatsing in justitiële jeugdinrichtingen. Voorts voert het bureau taken uit in het kader van maatregeluitvoering, jeugdreclassering en het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. Het bureau krijgt beperkte mogelijkheden om ambulante zorg te bieden.
De wettekst Wet op jeugdzorg is te lezen op de site Overheid.nl |
|
2004 |
Jeugdzorgbrigade De voornaamste taak van de brigade is het signaleren van onnodige bureaucratie die de cliënt en jeugdzorginstellingen ervaren.
|
|
2004 |
Operatie Jong Een samenwerkingsverband tussen de ministeries van VWS, OCW, Justitie, BZK en Financiën. Het centrale doel is een sterk, samenhangend en resultaatgericht jeugdbeleid.
|
|
2000 |
Staatssecretaris Vliegenthart (VWS), toespraak opening Bureau Jeugdzorg Amstelland Staatssecretaris Vliegenthart uit zich als sterke voorstander van een breed bureau jeugdzorg: het biedt aanmelding, intake en screening, maar ook kortdurende ambulante hulpverlening, consultatie en advies.
|
|
2000 |
Ministerie van VWS: Beleidskader Wet op de jeugdzorg Bureau jeugdzorg op provinciaal niveau met lokale vestigingen. Het biedt o.a. licht ambulante zorg. Het recht op zorg geeft de cliënt een aanspraak op het ontvangen van geïndiceerde zorg (jeugdhulpverlening, jeugd-ggz, jeugd-lvg). Maatregeluitvoering (de (gezins)voogdij-taken) moet ondergebracht worden in bureau jeugdzorg.
|
|
1999 |
Commissie Günther, Adviescommissie Wet op de jeugdzorg Informatie en advies moeten lokaal worden geboden. Indicatiestelling en alle ambulante hulpverlening en behandelfuncties valt onder een bureau jeugdzorg. Verblijf en verzorging wordt geboden door een residentiële organisatie. Zorgtoewijzing moet een soort aanbesteding worden. Per regio van 500.000 inwoners een bureau.
|
|
1999 |
Projectgroep Toegang: Eindadvies toegang tot de jeugdzorg. Het brede bureau jeugdzorg als rechtspersoon op provinciaal niveau, en is schakel in samenwerking met lokaal niveau. Kwaliteitseisen aan de functies. Het bureau biedt vrij toegankelijke ambulante jeugdzorg. Indicatiestelling geeft toegang tot geïndiceerde zorg, zorgtoewijzing regelt plaatsing. Het bureau voert tevens casemanagement, (gezins)voogdij en reclasseringstaken uit.
|
|
1998 |
Regeerakkoord 1998 Er komt een Wet op de jeugdzorg, met eenduidige aansturing en financiering VWS-deel, jeugd-ggz-AWBZ-deel, justitie-deel. Het bureau jeugdzorg, als één loket voor de jeugdhulpverlening, wordt een onafhankelijke rechtspersoon, onder één gezag met één financiering. Functionarissen van bureaus jeugdzorg werken intensief samen in hun regio: zo vormen zij de noodzakelijke verbinding tussen onderwijs, jeugdhulpverlening en jeugdgezondheidszorg.
|
|
1998 |
Brief aan Tweede Kamer over knelpunten vorming bureau jeugdzorg. De vorming van bureau jeugdzorg kent door interpretatieverschillen vele varianten. Het wettelijk kader moet aangescherpt worden en de financiering vergt verdere aandacht.
|
|
1998 |
Projectgroep Toegang/IOG: protocol verwijzing jeugd-ggz Uitwerking van de procedure die gevolgd moet worden bij een vermoeden van ernstige psychiatrische problematiek.
|
|
1998 |
Advies projectgroep Toegang: Vrij toegankelijke jeugdzorg Formuleert een afbakening van de vrij toegankelijke ambulante jeugdzorg (gemiddeld 15 contacten, geen indicatie nodig, rechtstreeks toegankelijk) en de geïndiceerde jeugdzorg (intensieve ambulante zorg, pleegzorg, daghulp en dag-en-nachthulp).
|
|
1997 |
Regeringsstandpunt Regiovisie Een betere afstemming van lokaal, regionaal en landelijk jeugdbeleid.
|
|
1996 |
Advies projectgroep Toegang (commissie Lankhorst) 'Toegang tot de Jeugdzorg' Breed bureau jeugdzorg (consultatie, advies, ambulante hulp, indicatiestelling) als netwerkorganisatie, waarin lokale instellingen, jeugdhulpverlening, jeugdbescherming en jeugd-ggz samenwerken. Kwaliteitseisen aan de functies.
|
|
1994 |
Rapport Nationale Raad voor de Volksgezondheid 'Indicatiestelling en zorg op maat' Indicatiestelling moet geobjectiveerd (toetsbaar), op de zorgbehoefte gericht en integraal aangeven welke zorg naar aard, inhoud en omvang aangewezen is.
|
|
1994 |
Regeringsnota Regie in de jeugdzorg Eén herkenbare toegang, het bureau jeugdzorg, moet zorgen voor een goede indicatiestelling, een integraal hulpverleningsplan en een breed aanbod lichte ambulante hulp.
|
|
1994 |
Rapport van de Task Force Jeugdhulpverlening: Plaats maken Advies: opzetten van bureau jeugdzorg, vorming van 'multi-functionele organisatie', vereenvoudigen van bestuurlijke structuur, wet op de jeugdhulpverlening aanscherpen.
|
|
1994 |
Vooronderzoek doelmatigheid jeugdhulpverlening door Research voor Beleid. Uitkomst: het aanbod is versnipperd, kwaliteit van de indicatiestelling is twijfelachtig en plaatsingen zijn 'nattevingerwerk'.
|
|
1994 |
Rapport van de Werkgroep Plaatsing van het Gestructureerd Overleg Jeugdbeleid Voorstellen voor verbetering van de toegang tot de jeugdzorg. Advies: verbetering nodig op de onderdelen indicatiestelling, zorgtoewijzing en zorglevering.
|
|
1989 |
Wet op de jeugdhulpverlening Decentralisatie jeugdhulpverlening van rijk naar provincies en grootstedelijke regio's. Regionale samenwerkingsverbanden en jeugdhulpadviesteams worden wettelijk verankerd. Later (in de memorie van toelichting van de Wet op de jeugdzorg) wordt geconstateerd dat de samenwerkingsverbanden en jeugdhulpadviesteams niet van de grond zijn gekomen.
|
|
1984 |
Interdepartementale werkgroepen, de zogeheten IWRV (residentiële voorzieningen voor jeugdigen) en IWAPV (ambulante en preventieve voorzieningen voor hulpverlening aan jeugdigen). Advies: Jeugdhulpverlening regionaliseren. Jeugdhulpverlening, jeugdbescherming en jeugd-ggz moeten samenwerken in regionale samenwerkingsverbanden. Deze houden multidisciplinaire jeugdhulpadviesteams in stand die diagnostiek verzorgen bij ingewikkelde problematiek, adviseren over aangewezen hulp en het plaatsingsbeleid van instellingen toetsen. Scholen en jeugdhulpverlening moeten samenwerken in preventie.
|
|
Voor 1980 |
Financiering en beleid inzake de jeugdhulpverlening en jeugdbescherming zijn vooral rijksaangelegenheden. De jeugd-ggz, waaronder de medisch opvoedkundige bureaus, de jeugdpsychiatrische diensten (later deel uitmakend van de afdelingen jeugd van de Riaggs) en de kinder- en jeugdpsychiatrie, fungeren in het circuit van de gezondheidszorg. |
|
1974 |
Het werk van de in 1974 ingestelde Gemengde Interdepartementale Werkgroep Jeugdwelzijnsbeleid, beter bekend als de Commissie Mik, geldt algemeen als het 'officiële' beginpunt van de vernieuwing van de jeugdzorg. De commissie wil een toegankelijke en herkenbare hulpverlening die aansluit bij de leefwereld van de cliënten. Het krijgen van adequate hulp moet een recht worden en wie niet tevreden is, moet zich daarover kunnen beklagen. De aanbieders van hulp moeten op regionaal niveau samen verantwoordelijk worden voor een samenhangend aanbod.
|