|
|
Overgewicht is een overschrijding van het normale vetgehalte van het lichaam die de gezondheid kan beïnvloeden. Meestal wordt de 'Body Mass Index' (BMI) gebruikt om te bepalen of er sprake is van overgewicht. Dit is een eenvoudige index die de verhouding tussen lengte en gewicht van een persoon weergeeft. Deze index wordt gebruikt om overgewicht en ernstig overgewicht (obesitas) te bepalen bij volwassenen en kinderen. Hiervoor zijn internationale criteria vastgesteld per leeftijd.
Body Mass Index (BMI)
De 'Body Mass Index' is een eenvoudige index die de verhouding tussen lengte en gewicht van een persoon weergeeft. De BMI wordt berekend door het gewicht van het lichaam (kilogram) te delen door het kwadraat van de lengte (in meter). Bijvoorbeeld: als iemand 1,73 meter lang is en 90 kilogram weegt, is de BMI: 90 kg : (1,73 x 1,73) = 30 kg/m. Omdat kinderen en jongeren in de groei zijn, zijn er voor hen andere criteria voor overgewicht vastgesteld dan voor volwassenen. Zo ligt de grens voor overgewicht bij 5-jarigen op een BMI van 17,4 voor jongens en 17,2 voor meisjes. Voor 10-jarigen ligt die grens op een BMI van 19,8 voor jongens en 19,9 voor meisjes. Op de website van het Voedingscentrum wordt uitgelegd hoe ouders de BMI van hun kind kunnen berekenen. In een tabel kunnen zij vervolgens nazoeken of er sprake is van overgewicht. De BMI heeft beperkingen omdat het geen onderscheid maakt tussen spiermassa, skeletgewicht en vetpercentage. Ook houdt de BMI geen rekening met de enorme groei die kinderen en jongeren tussen de 5 en 18 jaar doormaken. Daarom gaan er tegenwoordig steeds meer stemmen op om de BMI niet als enige maatstaf te nemen, maar ook andere indicatoren te gebruiken, zoals het vetpercentage of de buikomvang.
Buikomvang en vetpercentage
Andere indicatoren voor overgewicht zijn de buikomvang en het vetpercentage. Sommige auteurs gebruiken liever de buikomvang, omdat deze eenvoudig door het kind zelf te meten is en een betrouwbare indicatie geeft. Zij presenteren ook voor elke leeftijd normen waarboven men van overgewicht zou moeten spreken: bij 10-jarigen is dit bij een buikomvang van meer dan 68 centimeter. Het vetpercentage kan worden bepaald door middel van een huidplooimeting of via electrodiagnose, waarmee de snelheid van een electrisch stroompje door het lichaam gemeten wordt.