Een reboundvoorziening is allereerst een onderwijsvoorziening. Het niveau waarop de jongere onderwijs volgt, moet worden gecontinueerd, liefst moeten achterstanden worden ingehaald of in ieder geval niet verder oplopen. Het moet niet zo zijn dat rebound een factor wordt in schooluitval doordat plaatsing de kans op schooluitval vergroot.
De hoeveelheid tijd die in rebound aan onderwijs wordt besteed varieert van de helft - tot alle uren aanwezigheid in de rebound. Gemiddeld gaat het om 23 uur per week, waarvan het merendeel aan Algemeen Vormend Onderwijs, de zogenaamde AVO-vakken (Nederlands, Engels, wiskunde, etc.) wordt besteed. In een aantal rebounds is het mogelijk praktijkvakken te volgen, of zijn daarover afspraken gemaakt met de school van herkomst. In andere rebounds is het volgen van praktijkvakken een nog op te lossen probleem.
Iedere leerling volgt onderwijs op maat. De school levert werkschema’s, materiaal, toetsen en proefwerken en corrigeert deze. De leerling neemt gewoonlijk zijn eigen boeken mee, al zijn er rebounds die de gebruikelijke methodes zelf in de kast hebben staan. De docent(en) in rebound bieden individuele begeleiding bij het leren. Gewoonlijk stelt men een individueel handelingsplan voor het onderwijsprogramma op.