
Landelijk steunpunt zorg- en adviesteams
Leerkrachten en hulpverleners werken op scholen samen om leerlingen met problemen te helpen.
Reboundvoorzieningen voortgezet onderwijs (2010)
Onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut naar voorzieningen van het schooljaar 2007/2008.
Corian Messing is projectleider van het landelijk programma reboundvoorzieningen.
Stel een vraag
Uitstroom
In de derde fase, de fase van het afronden van het verblijf, begint de terugkeer van de jongere naar de school van herkomst of naar een andere school in het reguliere onderwijs. Dat betreft ongeveer de helft van de uitgestroomde jongeren. Een gedeelte stroomt uit naar trajecten in het MBO. Daarnaast wordt voor ruwweg een derde van de jongeren gezocht naar een andere bestemming binnen of buiten het onderwijs. Het merendeel van deze jongeren stroomt uit naar REC Cluster 4, of naar een Op de Rails traject binnen het speciaal onderwijs.
Transfer van het geleerde
Een goede voorbereiding van het vertrek van de jongere binnen rebound en op de ontvangende school is cruciaal voor het behoud van hetgeen gedurende de reboundplaatsing is bereikt. Helaas gebeurt het nog vaak dat een jongere binnen de veilige context van de rebound goed functioneert, maar eenmaal terug op school de geleerde vaardigheden onvoldoende weet in te zetten. Dat kan aan de jongere liggen: een aantal reboundjongeren floreert het beste in een kleine groep met veel persoonlijke aandacht en warmte, omstandigheden die binnen een reguliere VO-school vrijwel onmogelijk te creëren zijn. Het kan echter ook aan de kant van de school liggen, wanneer ontvangende docenten de terugkerende jongeren geen eerlijke kans geven door er al dan niet openlijk vanuit te gaan dat de jongere niet veranderd zal zijn.
Goede voorbereiding: een voorbeeld
Veel rebounds beseffen dat de transfer van het geleerde begint met een goede voorbereiding van de terugkeer van de jongere. Zij zoeken naar creatieve oplossingen om bij de beperkte mogelijkheden die zij hebben toch een bijdrage te kunnen leveren. Vrij algemeen is inmiddels de opvatting dat het docententeam op de hoogte moet zijn van de terugkeer van de leerling, wat deze in rebound geleerd heeft en hoe de docenten kunnen bijdragen aan een succesvolle terugkeer.
Hier volgt een voorbeeld van een oplossing die men in de rebound in Zwolle uitvoert:
De leerling keert gefaseerd terug naar de school van herkomst. Meestal begint hij met de praktijkvakken en met lessen van docenten waar hij eerder zonder problemen functioneerde. Wanneer de leerling fulltime naar school terugkeert, geeft hij een door hemzelf voorbereide Powerpointpresentatie aan zijn medeleerlingen en aan zijn docenten, waarin hij vertelt over zijn ervaringen in de reboundvoorziening, wat hij daar heeft geleerd en zijn motivatie om op school verder te gaan.
Deze benadering vereist moed van de leerling zich kwetsbaar op te durven stellen, maar leidt over het algemeen bij medeleerlingen en docenten tot een coöperatieve, zo niet vergevingsgezinde houding en bereidheid om de leerling te ondersteunen waar hij dat nodig heeft. Het kan er ook toe leiden dat zij een streep zetten onder het verleden. En dat is grote winst.
Daarnaast besteedt de reboundmedewerker aandacht aan het creëren van realistische verwachtingen. De coördinator: “Wat we docenten ook meegeven is: verwacht niet dat de leerling 180 graden gedraaid is, het is niet opeens een modelleerling. Waar het vooral ook om gaat is dat de leerling nu wel aanspreekbaar is op zijn gedrag, dat hij zich sneller herstelt en zijn ritme oppakt.”
Nabegeleiding
Juist om de hiervoor beschreven transfer van geleerde vaardigheden te kunnen maken, is het een redelijk gangbare gedachte dat leerlingen die terugkeren naar school, of uitstromen naar een voor hen nieuwe situatie, daarbij begeleid dienen te worden. Dit blijkt in de praktijk een knelpunt te zijn: zit de reboundvoorziening vol, dan vragen de daar aanwezige reboundleerlingen alle tijd en aandacht en is het voor het reboundpersoneel maar zeer beperkt mogelijk eenmaal uitgestroomde leerlingen te begeleiden. Het is dan ook niet ongewoon dat medewerkers deze taak in hun vrije tijd uitvoeren.
Waar mogelijk wordt aangeraden in ieder geval in de eerste week waarin de leerling weer volledig op de school meedraait een gesprek met de leerling en zijn schoolmentor (of zorgcoördinator) te organiseren. In dit gesprek kunnen de eerste ervaringen van de leerling en de school na zijn terugkeer worden besproken. Zo nodig kunnen nieuwe werkpunten worden geformuleerd, of afspraken worden gemaakt die in een volgend gesprek worden geëvalueerd.
Verder stellen veel scholen het zeer op prijs als zij bij vragen nog eens telefonisch contact op kunnen nemen met een contactpersoon van de reboundvoorziening.
Soms wordt nabegeleiding uitbesteed aan een externe partij, zoals de jeugdzorg. Zie bijvoorbeeld de Switch-medewerkers die vanuit de jeugdzorg op Amsterdamse scholen werkzaam zijn. Opmerkelijk daarbij is echter dat uit onderzoek van de Hogeschool In-Holland is gebleken dat een (klein) aantal leerlingen deze vorm van nazorg niet op prijs stelt en bij voorkeur een beroep doet op relevante personen uit het eigen netwerk [1] .
Zorg bij uitstroom: een voorbeeld
Doetinchem
Het totale reboundtraject duurt zes maanden. Na het afsluiten van de intakefase verblijven de leerlingen in principe eerst maximaal drie maanden volledig op de reboundafdeling van het orthopedagogisch didactisch centrum Younieq. Deze verblijfsperiode heet de doorstroomfase.
Na afronding van de doorstroomfase begint de leerling aan de uitstroomfase, die uit twee delen bestaat en in totaal eveneens maximaal drie maanden duurt.
Over een periode van gemiddeld zes weken voltrekt zich de gefaseerde terugplaatsing van de leerling naar de geadviseerde onderwijsplek, veelal de V.O.-school van herkomst. In het terugplaatsingsplan wordt concreet (met data en andere afspraken) beschreven hoe de leerling stapsgewijs terug zal keren. De reboundmentor volgt de terugplaatsing op de voet door wekelijks contact te hebben met de leerling, de mentor van de VO-school en/of met de zorgcoördinator. Hij houdt de ouders telefonisch op de hoogte.
Wanneer de leerling fulltime op school is teruggekeerd, start het tweede gedeelte: een intensieve vorm van ambulante coaching gedurende nog eens maximaal zes weken. Gedurende de coaching wordt zeer intensief samengewerkt met de VO-school of een andere instelling die de leerling op zal nemen na plaatsing in rebound.
Een eindgesprek markeert de afsluiting van het reboundtraject.
[1] ‘Onderzoek Transferium/STOP Amsterdam, dec. 2006 – juni 2007’. Van Dortmont, van Leeuwen en Dijkenga, afstudeerscriptie Hoger Kaderopleiding Pedagogiek, In-Holland, 2007.