Home  > Kennis  > Dossiers  > Mediaopvoeding  > Feiten en cijfers > Effect mediaopvoeding

Seksualisering, reden tot zorg? (2009)
Rapport over de invloed van seksualisering op jongeren.

Jongeren, media en seksualiteit (2007)
Onderzoek naar de invloed van media op seksueel gedrag van jongeren.

Kenniskring Media-opvoeding
Ontwikkelt een product dat ouders helpt bij media-opvoeding.



Peter  Nikken Peter Nikken is specialist op het gebied van jeugd, media en opvoeding.

Stel een vraag


Bekijk de video
Bekijk de video Peter Nikken legt uit wat mediaopvoeding is.
Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Feiten en cijfers
Praktijk
Beleid
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Begrippen

Effectiviteit van mediaopvoeding

Hieronder volgt een overzicht van wat er bekend is uit onderzoek naar mediaopvoeding. Zowel in Nederland als in het buitenland zijn diverse studies uitgevoerd naar de mogelijke effectiviteit van mediaopvoeding door ouders. Helaas moet hierbij opgemerkt worden dat het onderzoek vooralsnog een beperkt beeld geeft. Daar zijn verschillende redenen voor:

  • Ten eerste is vooral gekeken naar de effectiviteit bij geweld, reclame, seksualiteit en andere risico's in de media. Er is weinig onderzoek naar hoe ouders positieve media-effecten kunnen stimuleren.
  • Daarnaast gaat het meestal om begeleiding bij het televisiekijken. Vooralsnog is weinig gekeken naar de begeleiding bij gamen en internetten.
  • Studies waarin de opvoedingsstrategieën zijn gemanipuleerd en die daadwerkelijk iets zeggen over het effect van die opvoedingstypen, zijn ook slechts op beperkte schaal uitgevoerd. In de meeste studies is alleen de samenhang tussen de mediaopvoeding door ouders en het gedrag van kinderen en jongeren vastgesteld.
  • Tot slot zijn de studies uitgevoerd bij kinderen van verschillende leeftijden. Omdat de opvoeding van jonge en oudere kinderen sterk kan verschillen is het moeilijk om eenduidige conclusies te trekken over de effectiviteit van mediaopvoeding.

Restrictieve begeleiding meestal effectief

Restrictieve begeleiding lijkt in het algemeen effectief bij het tegengaan van mogelijke negatieve effecten van de media. Door duidelijke afspraken te maken over hoe lang en wanneer kinderen achter een beeldscherm mogen zitten, leren kinderen dat andere bezigheden als slapen, huiswerk maken, spelen, muziek maken en bewegen ook belangrijk zijn. Bovendien leren kinderen daardoor van jongsaf aan dat er beperkingen zijn aan hun mediagebruik; niet alle mediaproducties zijn voor hen geschikt. Uit onderzoek blijkt dat in gezinnen waar de ouders het computergebruik van hun kinderen controleren of bepaalde websites verbieden, de kinderen inderdaad minder ervaring hebben met vervelende contacten via e-mail of chatsites dan kinderen van minder restrictieve ouders (Livingstone en Helsper 2008). Ook is bekend dat als ouders het televisiekijken of gamen aan banden leggen of controleren hun kinderen minder vaak computerspelletjes spelen waar ze nog te jong voor zijn, dat ze zich socialer en minder gewelddadig gedragen, minder angstreacties vertonen bij geweld in het nieuws en minder snel instemmen met mediageweld (Nikken 2007). Amerikaanse jongeren bij wie het televisiekijken aan banden is gelegd hebben ook minder ervaring met seks dan jongeren die ongelimiteerd televisie mogen kijken (Schooler e.a. 2006; Bersamin e.a. 2008).

Soms is beperken of verbieden contraproductief

Tegelijkertijd blijkt dat restrictieve begeleiding soms geen effect heeft of zelfs contraproductief kan zijn. Dit lijkt vooral zo te zijn als kinderen ondanks het ouderlijk verbod toch weet krijgen van de verboden mediaproducten of wanneer zij er niet helemaal van weggehouden kunnen worden. Zo bleken kinderen die niet mochten kijken naar ernstig nieuws, zoals de moord op Theo van Gogh, juist meer angstreacties te vertonen en zich meer zorgen te maken dan kinderen die niet beperkt werden in het kijken naar het nieuws (Buijzen e.a. 2007). Mogelijk wisten deze kinderen dat er iets erg was gebeurd en had extra informatie hen gerust kunnen stellen. Volgens een andere studie was de wens van kinderen om producten uit reclames te hebben even groot in gezinnen waar ouders hun kinderen weghouden van tv-reclame als in gezinnen waar kinderen wel naar reclames mochten kijken (Buizen en Valkenburg 2005). Volgens de onderzoekers kwam dit doordat het onmogelijk is kinderen geheel reclamevrij op te voeden.

Actieve begeleiding is effectief

De actieve inmenging van ouders met het mediagedrag van hun kinderen is het meest onderzocht, ook in enkele experimentele studies. De meeste studies wijzen op de effectiviteit van actieve begeleiding. Als ouders met hun kinderen praten over beelden op televisie of internet of in games en daarbij informatie, uitleg en hun eigen mening geven is dat bevorderlijk voor wat kinderen opsteken van die media. Kinderen leren meer van educatieve en informatieve producties als hun ouders hen daarbij helpen. Door kennis, meningen en gevoelens onder woorden te brengen helpen ouders hun kinderen programma's te begrijpen en te verwerken. Bovendien kan kritisch ouderlijk commentaar kinderen ook helpen om zelf kritischer naar de games of websites te kijken.

Kritische blik ontwikkelen

Onderzoek laat zien dat kinderen die actief begeleid worden kritischer en meer betrokken zijn bij de nieuwsberichtgeving, gespeeld geweld minder serieus nemen, zich meer bewust zijn van het geweld in de samenleving en minder angstreacties of zorgen vertonen bij berichtgeving over ernstige nieuwsfeiten (Nikken 2007a). Daarnaast wijst Nederlands onderzoek uit dat actieve begeleiding ertoe kan bijdragen dat kinderen een minder materialistische houding aannemen doordat zij kritischer worden over producten in tv-reclames (Mens en Buijzen 2006; Buizen 2007; Buijzen e.a. 2008). Ook vragen kinderen die actief begeleid worden wat minder vaak om producten uit reclames (Buizen en Valkenburg 2005). Verder kan actieve begeleiding ook invloed hebben op de mogelijke effecten van seks in op televisie of internet. Nederlandse jongens en meisjes in het voortgezet onderwijs gaan minder snel akkoord met extreem seksueel gedrag als hun ouders het gebruik van televisie en internet begeleiden (Nikken 2007b), terwijl meisjes dan ook minder vaak seksuele ervaring hebben (Schooler en anderen 2006; Nikken 2007b).

Gezamenlijke mediabeleving nog weinig onderzocht

Het effect van de gezamenlijke beleving van mediaproducties door ouders en kinderen is minder vaak onderzocht dan de effectiviteit van restrictieve of actieve begeleiding. Deels komt dit doordat sommige onderzoekers vinden dat het samen kijken, gamen of surfen niet als begeleiding mag worden beschouwd, omdat het niet altijd bewust gebeurt (Valkenburg e.a. 1999). Soms is het inderdaad zo dat ouders en kinderen 'toevallig' de zelfde interesses hebben en daarom samen kijken, gamen of surfen. Toch is er alle reden om de gezamenlijke mediabeleving wel te onderzoeken als vorm van mediaopvoeding. Het is immers aannemelijk dat wanneer ouders in de buurt van hun kinderen zijn, zelfs als dat toevallig is, dat invloed heeft op de manier waarop kinderen de media beleven. Samen kijken, surfen en gamen is gezellig en helpt kinderen om meer bewuste keuzes te maken voor mediaproducties. Voor ouders heeft het samen kijken, surfen en gamen bovendien als voordeel dat ze een goed beeld krijgen van wat hun kinderen in de media tegenkomen. Verder is samen kijken, gamen, surfen of lezen van belang omdat kinderen zich dan veel meer op hun gemak voelen. Vooral voor jongere kinderen is het bij beangstigende beelden belangrijk dat er een volwassene in de buurt is. Die geborgenheid biedt kinderen troost en geruststelling (Cantor 2003; Moyer-Gusé en Smith 2007). Non-verbale communicatie kan tussen neus en lippen door duidelijk maken hoe de informatie in de media geïnterpreteerd moet worden (Moyer-Gusé en Smith 2007). Het samenzijn zorgt er, zeker bij jongere kinderen, voor dat ze met meer concentratie een game spelen of kijken naar een programma of website. Daardoor kunnen kinderen meer leren van de media.

Samen kijken en gamen kan contraproductief zijn

Voor zover het onderzoek naar de gezamenlijke mediabeleving het toelaat, lijkt het erop dat meekijken of samen gamen of internetten niet altijd tot positieve effecten leidt: het kan zelfs contraproductief zijn. Kinderen die rapporteren dat zij vaak samen met hun ouders televisiekijken of games spelen, neigen meer naar agressief gedrag, keuren mediageweld eerder goed, spelen vaker games waar ze nog te jong voor zijn en denken vaker dat hun ouders het geweld ook goedkeuren (Nikken 2007). Uit deze studies blijkt echter niet of de gedrags- en houdingseffecten bij kinderen het gevolg zijn van het regelmatig samen kijken of gamen, of dat ouders door het gedrag van hun kinderen besluiten tot vaker meekijken of meespelen. De eerste verklaring is echter wel voor de hand liggend, omdat uit onderzoek bij televisiekijken en gamen ook gebleken is dat ouders vooral meekijken of samen spelen als zij minder zwaar tillen aan de mogelijke negatieve effecten van de media (onder anderen Nikken en Jansz 2006).

Bronnen

  • Bersamin, M., M. Todd, D. Fisher, D. Hill, J. Grube en S. Walker (2008), 'Parenting practices and adolescent sexual behavior: a longitudinal study', in: 'Journal of Marriage and Family', 70, p.97-112.
  • Buijzen, M. (2007), 'Reducing children’s susceptibility to commercials: mechanisms of factual and evaluative advertising interventions', in:. 'Media Psychology', 9, p.411-430.
  • Buizen, M. en P. Valkenburg (2005), 'Parental mediation of undesired advertising effects', in: 'Journal of Broadcasting & Electronic Media', 49, p.153-165.
  • Buijzen, M., J. Walma van der Molen en P. Sondij (2007), 'Parental mediation of children’s emotional responses to a violent news event', in: 'Communication Research', 34, p.212-230.
  • Buijzen, M., E. Rozendaal, M. Moorman en M. Tanis (2008), 'Parent versus child reports of parental advertising mediation: exploring the meaning of agreement', in: 'Journal of Broadcasting & Electronic Media', 52, p.509-525.
  • Cantor, J. (2003), 'Media and fear in children and adolescents', in: D. Gentile (red.), 'Media violence and children: a complete guide for parents and professionals', p.185-203. Westport, Praeger Publishing.
  • Livingstone, S. en E. Helsper (2008), 'Parental mediation of children’s internet use', in: 'Journal of Broadcasting & Electronic Media', 52, p.581-599.
  • Mens, C. en M. Buijzen (2006), 'Interventie van reclame gericht op kinderen: een experimenteel onderzoek naar de meest effectieve interventiestrategie', in: 'Tijdschrift voor Communicatiewetenschap', 34, p.321-355.
  • Moyer-Gusé, E. en S. Smith (2007), 'TV news and coping : parents’ use of strategies for reducing children’s news-induced fears', in: D. Lemish en M. Götz (red.), 'Children and media at times of conflict and war', p.267-286. Cresskill, Hampton Press.
  • Nikken, P. (2007a), 'Mediageweld en kinderen'. Amsterdam, SWPbooks.
  • Nikken, P. (2007b). 'Jongeren, media en seksualiteit: Hoe media-interesses en gebruik samenhangen met fantasieen, opvattingen en gedrag'. Utrecht, Nederlands Jeugdinstituut.
  • Nikken, P. en J. Jansz (2006), 'Parental mediation of children’s videogame playing: a comparison of the reports by parents and children', in: 'Learning, Media and Technology', 31, p.181-202.
  • Schooler, D., J. Kim en L. Sorsoli (2006), 'Setting rules or sitting down: parental mediation of television consumption and adolescent self-esteem, body image, and sexuality', in: 'Sexuality Research and Social Policy: a journal of the NSRC, 3, p.49-62.
  • Valkenburg, P., M. Krcmar, A. Peeters en N. Marseille (1999), 'Developing a scale to assess three styles of television mediation: instructive mediation, restrictive mediation, and social coviewing', in: 'Journal of Broadcasting & Electronic Media', 43, p.52-66.

Verder lezen: