
Kwaliteitsteams Veiligheid
ondersteunen scholen op het gebied van sociale veiligheid.
Kinderen pesten kinderen (2000)
Boek over wat kinderen tegen pesten kunnen doen.
Karen van Rooijen - Mutsaers heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het dossier pesten.
Stel een vraag
|
|
Wereldwijd zijn er inmiddels veel antipestprogramma’s ontwikkeld. Het overgrote deel van deze programma’s wordt uitgevoerd op scholen. Naar de effectiviteit van deze programma's is nog relatief weinig onderzoek gedaan. Bovendien levert onderzoek tot nu toe tegenstrijdige resultaten op.
Interventies om pesten te voorkomen of terug te dringen kunnen gericht zijn op de school, de klas of op individuele leerlingen, zowel 'pesters' als 'gepesten'. Voorbeelden van interventies op schoolniveau zijn het inzetten van leerlingen om pesten tegen te gaan, bijvoorbeeld door peer mediation, het opstellen van schoolregels tegen pesten en het verbeteren van toezicht op schoolpleinen. Klassikale interventies nemen vaak de vorm aan van groepsgesprekken over onderlinge relaties of specifiek over pesten. Een voorbeeld van een individuele interventie is assertiviteitstraining voor het slachtoffer. Andere mogelijkheden voor individuele interventie zijn speciale methodes zoals de Method of Shared Concern en de No Blame aanpak waarin pesten opgevat wordt als een conflict tussen twee partijen die samen tot een oplossing moeten komen.
Een schoolbrede aanpak houdt in dat interventies op alle drie niveaus gecombineerd worden. Zo'n aanpak is tot nu toe het best onderbouwd en het meest geaccepteerd. Het bekendste schoolbrede programma is het Bullying Prevention Program dat Olweus in 1978 in Noorwegen heeft ontwikkeld. Opvallend is dat twee studies naar ditzelfde programma in Noorwegen compleet andere resultaten opleverden. Het eerste onderzoek vond grote afnames in pestgedrag, terwijl het tweede onderzoek juist toenames in pestgedrag aantrof. Inmiddels is ditzelfde programma, vaak met aanpassingen, in verschillende landen over de hele wereld uitgevoerd. Ook nu levert onderzoek geen eenduidig beeld op. De effecten zijn over het algemeen bescheiden en soms zelfs negatief. Al met al is er meer gedegen en systematisch onderzoek nodig om te bepalen hoe, wanneer en bij wie de schoolbrede aanpak effectief is.
Ook in Nederland zijn verschillende anti-pest programma’s ontwikkeld. Het programma dat tot nu toe het best is onderbouwd en onderzocht is het schoolbrede PRIMA pakket. PRIMA staat voor PRoefIMplementatie Anti-pestbeleid in het basisonderwijs. Dit pakket is gebaseerd op het programma van Olweus. Effectonderzoek naar dit programma heeft vrij positieve resultaten opgeleverd. Op de scholen die met de PRIMA-methode werkten, bleek het pestgedrag meer te verminderen dan op de controlescholen. De verschillen waren echter niet altijd statistisch significant.
Een nieuwe en steeds meer voorkomende vorm van pesten is digitaal pesten. Tot op heden zijn er weinig specifieke interventies ontwikkeld om digitaal pesten te voorkomen of terug te dringen. Wel is in regionaal verband een aantal lespakketten of modules ontwikkeld. Voor zover bekend is er nog geen onderzoek naar de effecten van deze interventies gedaan. Daarnaast is er vanuit het Centrum School en Veiligheid een protocol ontwikkeld met handreikingen voor leraren in het middelbaar onderwijs om digitaal pesten effectief aan te pakken. Meer informatie over dit protocol is te vinden onder richtlijnen.
Meer informatie
Meer informatie over wat werkt bij pesten kunt u vinden in:
Wat werkt tegen pesten? 
Een folder met de werkzame factoren: Pesten voorkomen of terugdringen: wat werkt? 