|
Reacties op dit dossier |
|
|
Instrumenten voor de signalering en screening van onderwijsachterstanden zijn grotendeels gericht op observatie van kinderen in de voor- en vroegschoolse leeftijd. Deze instrumenten zijn bedoeld om de brede ontwikkeling van kinderen in kaart te brengen en over langere tijd te volgen. Pedagogisch medewerkers en leerkrachten binnen de kinderopvang en het basisonderwijs gebruiken deze instrumenten om een beeld te krijgen van het ontwikkelingsniveau van individuele kinderen en eventuele ontwikkelingsachterstanden te signaleren. Daarnaast bieden de instrumenten aanknopingspunten voor het aanpassen van het activiteitenaanbod aan de behoeften van individuele kinderen en van de hele groep.
Cito is een organisatie die toetsen, examens en volgsystemen ontwikkelt voor de voorschoolse educatie en het onderwijs. Basisscholen gebruiken bijvoorbeeld de Eindtoets Basisonderwijs, ook wel bekend als de Cito-toets en onderdelen van het Leerlingvolgsysteem om de vorderingen van hun leerlingen te volgen.
Cognitieve testen die speciaal ontwikkeld zijn voor migrantenleerlingen zijn: de Leertest voor Etnische Minderheden (LEM) en de Multiculturele Capaciteiten Test - Middelbaar niveau (MCT-M).
De jeugdgezondheidszorg heeft een taak in de vroegsignalering van spraak- en taalstoornissen. Meetinstrumenten die hierbij worden ingezet zijn onder andere het onderdeel ‘communicatie’ van het Van Wiechenonderzoek en het VTO Taal 2-jarigen instrument. Geen van de gebruikte instrumenten komt in aanmerking voor landelijke implementatie omdat er onvoldoende bewijs is voor de effectiviteit in het opsporen van taalachterstanden. Voorlopig adviseert het RIVM om het Van Wiechenonderzoek te gebruiken voor de 0- tot 4-jarigen. De jeugdarts of logopedist van de GGD beoordeelt de spraak- en taalontwikkeling bij 5-jarigen.
Hieronder vindt u een selectie van beschrijvingen uit de databank Instrumenten, Richtlijnen en Kwaliteitsstandaarden.