Kennis
Zoek
Stel een vraag Stel een vraag
Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Probleemschets
Beleid
Praktijk
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Begrippen
Publicaties NJi

Wat werkt?

Als kinderen eenmaal een onderwijsachterstand hebben, is het moeilijk om die in te lopen. Daarom is het cruciaal om onderwijsachterstanden op jonge leeftijd - zelfs al voor een leeftijd van drie jaar - te voorkomen. De programma’s die daarvoor bedoeld zijn, worden onderverdeeld in gezinsgerichte programma’s en centrumgerichte programma’s.

Gezinsgerichte programma’s
Gezinsgerichte programma’s worden uitgevoerd binnen het gezin. In deze programma’s wordt geprobeerd om de attitudes en het gedrag van de ouders te veranderen en daarmee de ontwikkeling van het kind positief te beïnvloeden. Uit internationaal onderzoek naar gezinsgerichte programma’s blijkt dat de effecten op de cognitieve ontwikkeling van kinderen bescheiden zijn. Bovendien zijn ze kleiner dan de effecten van centrumgerichte programma’s. Niettemin blijkt uit recent onderzoek naar de Nederlandse gezinsgerichte programma’s Opstap en Instapje dat ze wel degelijk een aantal positieve effecten op de ontwikkeling en het schoolsucces hebben.

Centrumgerichte programma’s
Centrumgerichte programma’s - ook wel VVE-programma’s genoemd - worden uitgevoerd in peuterspeelzalen, kinderopvang en de onderbouw van de basisschool. Centrumgerichte programma’s kunnen op de korte termijn vooral positieve effecten hebben op de cognitieve ontwikkeling en de taalontwikkeling van kinderen. Effecten op het sociaal-emotionele domein zijn veel minder vaak aangetoond. Welke effecten centrumgerichte programma’s op de lange termijn hebben is niet zo duidelijk. Volgens sommige overzichtsstudies is er sprake van een 'uitdoving' van de positieve effecten, terwijl andere juist een behoud van effecten op de lange termijn laten zien. De effecten van centrumgerichte programma's blijken samen te hangen met de condities waaronder ze worden uitgevoerd.

Specifieke werkzame ingrediënten zijn:

  • een adequate pedagogisch-didactische benadering
  • gerichtheid op meerdere ontwikkelingsdomeinen
  • intensiteit van minimaal drie - liever vier - dagdelen per week
  • doorgaande lijn van voor- naar vroegschoolse periode
  • doorgaande lijn naar groep 3 en later
  • kleine groepen en dubbele bezetting: een gunstige kind-stafratio
  • ouderbetrokkenheid.

Meer algemeen werkzame ingrediënten zijn:

  • regelmatige evaluatie middels observatie- en toetsingsmethoden
  • opstellen en evalueren van beleidsplannen
  • professionaliteit van de uitvoerders, algemeen en programmaspecifiek
  • opstellen en evalueren van beleidsplannen
  • algemene schoolkenmerken:
    • slagvaardige schoolleiding
    • consensus binnen het team over uitgangspunten en doelen
    • nascholingsplannen voor de uitvoerders
    • hoge verwachtingen ten aanzien van de leerlingen (Nap-Kolhoff et al., 2008).

In Nederland zijn diverse centrumgerichte programma’s beschikbaar. Naar een aantal daarvan is effectiviteitsonderzoek gedaan. De programma’s Piramide en Kaleidoscoop hebben beiden een positief effect op de cognitieve ontwikkeling en de taalontwikkeling. Van het programma Startblokken van Basisontwikkeling zijn nog geen effecten op de cognitieve ontwikkeling en de taalontwikkeling aangetoond, maar zijn wel wat positieve effecten op de sociaal-emotionele ontwikkeling gevonden.

Combinatieprogramma’s
Veel auteurs pleiten voor combinatieprogramma’s waarin uitvoering in een centrum wordt gecombineerd met aandacht voor de thuissituatie en activiteiten die ouders met kinderen kunnen uitvoeren. Deze combinatieprogramma’s blijken effectiever dan gezinsgerichte programma’s. Ondersteuning van gezinnen wordt vaak gezien als belangrijk voor het behouden van effecten op de langere termijn en als bescherming tegen bijvoorbeeld kindermishandeling en verwaarlozing, psychosociale problemen en criminaliteit op latere leeftijd.

Activiteiten op latere leeftijd 
Oudere kinderen met onderwijsachterstanden kunnen baat hebben bij programma’s voor verlengde schooldag, naschoolse opvang en vakantiekampen. Zulke programma’s kunnen bescheiden effecten hebben op de schoolprestaties van risicoleerlingen.

Een ander voorbeeld van een interventie op latere leeftijd is plaatsing in een schakelklas. Schakelklassen zijn bedoeld voor leerlingen met een grote taalachterstand. Een eerste effectmeting liet positieve resultaten zien, want de meeste schakelklaskinderen waren vooruitgegaan in taal en lezen.

Meer informatie
Meer informatie over het voorkomen en terugdringen van onderwijsachterstanden is te vinden in:
Voorkomen en terugdringen van onderwijsachterstanden pdf

Reacties
Heeft u aanvullingen of commentaar op deze pagina? Uw reactie kan leiden tot uitwisseling met collega’s of aanpassing van de inhoud.
Er zijn nog geen reacties van bezoekers.