|
Reacties op dit dossier |
|
|
Het onderwijsachterstandenbeleid van de overheid is gericht op het voorkomen en terugdringen van achterstanden en zo de kansen, leerprestaties en schoolloopbanen van kinderen en jongeren te verbeteren.
Voor het achterstandenbeleid is jaarlijks een bedrag van ongeveer 487 miljoen euro beschikbaar. Voor scholen is de toekenning van het geld geregeld in de gewichtenregeling voor het basisonderwijs en de Regeling Leerplusarrangement VO en Nieuwkomers VO voor het voortgezet onderwijs. Het grootste deel van dat geld gaat rechtstreeks naar de scholen. Een kleiner deel, ongeveer 175 miljoen euro, gaat naar de gemeenten voor de voorschoolse educatie en de schakelklassen.
De laatste tien jaar bestaat het overheidsbeleid in grote lijnen uit maatregelen en extra middelen voor:
Voor- en vroegschoolse educatie
Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen met kans op een taalachterstand in de periode voordat zij naar school gaan en tijdens de eerste paar schooljaren. VVE wordt gefinancierd volgens de gewichtenregeling van het onderwijsachterstandenbeleid. Scholen krijgen voor kinderen met ouders met een lage of zeer lage opleiding een extra gewicht van 0,3 of 1,2. De gewichtenregeling kent een drempel die met ingang van het schooljaar 2008-2009 is vastgesteld op 6 procent. Een school krijgt extra middelen toegekend als de opgetelde leerlinggewichten dat niveau overschrijden.
Meer informatie over de gewichtenregeling
Met ingang van het schooljaar 2009/2010 ontvangen scholen in zogenaamde impulsgebieden naast het gewichtengeld nog een extra bedrag per gewichtenleerling. Deze scholen zijn gevestigd in postcodegebieden met veel lage inkomens of uitkeringen.
Schakelklassen
Schakelklassen zijn bedoeld voor kinderen met een extra grote taalachterstand in het basisonderwijs. Leerlingen krijgen in een aparte groep les om hun achterstand weg te werken en vervolgens volledig deel te kunnen nemen aan het reguliere onderwijs. Gemeenten zijn sinds augustus 2006 verantwoordelijk voor het inrichten van schakelklassen. Zij ontvangen hiervoor jaarlijks een uitkering van het Rijk.
Ondersteuning schoolloopbaan
Leerlingen en hun ouders kunnen ondersteuning in de schoolloopbaan krijgen van oudercontactpersonen en in de vorm van extra taalondersteuning. Voor leerlingen in het voortgezet onderwijs bestaat ook extra ondersteuning in de vorm van mentoring en huiswerkbegeleiding. Verder is het belangrijk dat niet alleen binnen, maar ook buiten de school - bijvoorbeeld in het kader van de brede school - aandacht aan de schoolloopbaan van kinderen wordt besteed.
Bestrijding voortijdig schoolverlaten
In 2006 hebben de minister en staatssecretaris van Onderwijs de ‘Aanval op de uitval’ ingezet. Dat is een pakket van extra maatregelen om schooluitval actief te bestrijden. Het gaat bijvoorbeeld om projecten waarin jongeren begeleid worden bij de overgang van het vmbo naar het mbo, of waarin het onderwijsaanbod beter wordt afgestemd op de belevingswereld van jongeren door het aanbieden van onderwijs waarin cultuur en sport een grotere rol spelen. Meer informatie vindt u in het dossier Voortijdig schoolverlaten.
Bestrijding taalachterstand
Een van de maatregelen tegen onderwijsachterstanden is het bestrijden van de taalachterstand van kinderen en hun ouders. Dat houdt bijvoorbeeld in dat ouders en jonge kinderen gestimuleerd worden om vaker deel te nemen aan activiteiten om de taal beter te leren. Andere activiteiten zijn gericht op het verminderen van de taalachterstand van kinderen bij het verlaten van de basisschool. Taalachterstanden kunnen ook bestreden worden door extra aandacht aan taal te besteden in het voortgezet onderwijs tijdens het vak Nederlands, maar ook tijdens andere vakken.