Instrumenten en richtlijnen (2010)
Handzaam boekje met instrumenten en richtlijnen die CJG's kunnen gebruiken.

Samenwerken aan kwaliteit CJG (2011)
Advies over toekomstige professionalisering van het CJG.

Duizend bloemen bloeien (2011)
Monitor Vroeg, Voortdu­­rend, Integraal (VVI): verbete­ring hulp aan gezin met een kind met een beperking.

Kenniskring Centrum voor Jeugd en Gezin
Coördinatoren van CJG's delen kennis om de kwaliteit van CJG's te verbeteren.



Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Praktijk
Beleid
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Begrippen

Signaleren zorgwekkende opvoedingssituaties

Een belangrijke reden voor de vorming van de Centra voor Jeugd en Gezin is het verbeteren van de signalering van zorgwekkende opvoedingssituaties. Het proces van signaleren komt neer op 'breed beginnen, op maat verder'. Dat proces bestaat uit drie stappen.

Stap 1: Vroegsignalering is gericht op alle kinderen en ouders (universeel). Als hieruit aanwijzingen naar voren komen voor nadere onderkenning of signalering van problemen, volgt stap 2.
Stap 2: Signalering bij geselecteerde groepen of individuen om (psychosociale) problemen bij kinderen en pedagogische of psychische problemen bij ouders in beeld te brengen. Als hieruit de behoefte naar voren komt voor nader onderzoek kan stap 3 volgen.
Stap 3: Nadere (basis)diagnostiek van de in stap 1 en 2 gesignaleerde (psychosociale) problemen bij kinderen of ouders. Dit onderzoek wordt meestal uitgevoerd door hulpverleners in de jeugdzorg of ggz.

Voor het signaleren van zorgwekkende opvoedingssituaties geldt:

  • Het signaleren moet een combinatie zijn van het peilen van de behoeften aan ondersteuning en de sterke kanten van de ouders, en het in kaart brengen van factoren die aanleiding geven tot zorgen.
  • Signaleren is niet alleen een kwestie van meten en systematisch in kaart brengen, maar de hulpverlener moet ook zijn zorgen, observaties en bevindingen kunnen delen met de ouders. Kortom: signaleren = meten + delen.

Verder geldt dat als:

  • de ouder signalen geeft of zorgen laat blijken,
  • het kind signalen geeft,
  • de arts of verpleegkundige een vermoeden, zorgen of 'niet-pluis-gevoel' heeft,
  • er (meer) risicofactoren bestaan zonder dat daar evenredige beschermende factoren tegenover staan,

dan mag de situatie als zorgwekkend of riskant worden beschouwd en zijn vervolgstappen noodzakelijk. Zie ook de Verwijsindex risico's jongeren bij Informatieoverdracht.

Bron