• HET NJi WERKT AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Transformatie jeugdhulp

Ontwikkelingen

Kamer kritisch over privacybeleid gemeenten

De Tweede Kamer maakt zich grote zorgen over de manier waarop veel gemeenten omgaan met de gegevens van kinderen die hulp of steun krijgen. Dat bleek tijdens een overleg van de vaste Kamercommissie voor VWS op 16 november 2015. Het komt voor dat wethouders aan ouders vragen hoe het gaat met hun kind omdat ze in het dossier hebben gelezen dat het niet goed ging, vertelde Kamerlid Vera Bergkamp (D66). 'Er zijn meerdere waarschuwingen van de monitor van de Kinderombudsman over rondslingerende privacygevoelige dossiers', aldus Bergkamp. Gemeenten zouden bovendien dossiers per mail of post versturen in plaats van via het digitale knooppunt Collectieve Opdrachten Routeer Voorziening (CORV), dat gemeenten verplicht zijn te gebruiken. Kamerlid Nine Kooiman (SP) zei dat er zelfs gemeenten zijn die nog nooit hebben ingelogd in dat systeem. De Kamer wil dat de regering ervoor zorgt dat gemeenten het CORV-systeem gebruiken en dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg in de tweede helft van 2016 controleert of de informatiebeveiliging en de privacy van kinderen goed zijn geregeld.

CBS: Ambulante jeugdhulp fors toegenomen

Het gebruik van ambulante jeugdhulp is in het eerste halfjaar van 2015 flink toegenomen. Dat blijkt uit een CBS-rapportage over de cijfers van de Benchmark jeugd. In de eerste helft van 2015 maakten 270 duizend kinderen gebruik van een vorm van jeugdhulp. Ruim 200 duizend van hen kregen een vorm van ambulante jeugdhulp. Bijna 32 duizend jongeren kregen residentiële jeugdhulp, een lichte stijging. Hiervan waren 17 duizend jongeren in een pleeggezin opgenomen en 2.765 ondergebracht in gezinsgerichte opvang.

De cijfers zijn moeilijk vergelijkbaar met 2014 omdat toen jeugdzorgindicaties zijn geteld en niet het jeugdhulpgebruik per kind of jongere. Ook het onderscheid tussen preventieve hulp en ambulante jeugdhulp is moeilijk te maken. Wat in de ene gemeente als niet-vrij toegankelijk wordt geregistreerd, kan elders vrij toegankelijk zijn en daar niet als jeugdhulp worden geregistreerd.

Gemeenten kopen behoudend in

Vrijwel alle gemeenten hebben de jeugdhulp voor 2015 ingekocht op basis van bestaand aanbod. Ook hebben ze de ondersteuning die valt onder de Wet maatschappelijke ondersteuning en de jeugdhulp die valt onder de Jeugdwet gescheiden ingekocht. Dit blijkt uit een onderzoek onder 21 gemeenten naar hun ervaringen met de inkoop van de meer specialistische vormen van  jeugdhulp (de niet-vrij toegankelijke jeugdhulp). Omdat gemeenten de continuïteit van de zorg moesten garanderen, hebben ze weinig aandacht besteed aan vernieuwing van de hulp. Ook tijdsdruk, kennisachterstand en verplichtingen voortkomend uit afspraken tussen het Rijk, gemeenten en brancheorganisaties hebben vernieuwing in de weg gestaan. Zo is bijvoorbeeld voor de geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren afgesproken om tot 2018 de producten niet te veranderen. Uit de inventarisatie blijkt ook dat de gemeenten voor ruim driekwart van de voormalig provinciaal gefinancierde jeugdhulp kozen voor een besloten inkoopvorm. Dit betekent dat ze zelf bepaalden met welke aanbieders ze een contract afsloten, wat in de praktijk veelal bestaande in plaats van nieuwe aanbieders waren. Ook is driekwart van de jeugdhulp ingekocht volgens een ‘partnermodel’, waarbij gemeenten met een beperkt aantal aanbieders afspraken maken over prijs, kwaliteit en inhoudelijke vernieuwing. Dit model staat tegenover het ‘concurrentiemodel’  waarbij gemeenten afspraken maken met alle aanbieders die aan vooraf vastgestelde minimale eisen voldoen. Het onderzoek is uitgevoerd door het Netwerk Directeuren Sociaal Domein.

Monitor: Toegang tot jeugdhulp nog niet goed

De toegang tot en de verwijzing naar jeugdhulp verloopt nog steeds niet goed. Dat leidt tot onduidelijkheid en vertraging in het geven van de juiste zorg aan kinderen, concludeert de Monitor Transitie Jeugd in zijn tweede Kwartaalrapportage. In zijn eerste rapportage meldde de monitor dat er problemen zijn met de informatievoorziening aan cliënten. Die problemen zijn nog niet verholpen. De monitor krijgt schrijnende meldingen binnen over situaties waar het echt niet goed gaat en gezinnen soms maanden zonder hulp zitten. Een ouder zegt bijvoorbeeld dat er geen contract is met de ggz-instelling in de gemeente. Pas over een half jaar is er plaats in de ggz-instelling waar de gemeente een contract mee heeft. Met de cliënt gaat het ondertussen steeds slechter.

De monitor beveelt gemeenten aan ervoor te zorgen dat er genoeg deskundigheid is binnen wijkteams om mensen adequaat te kunnen helpen en te verwijzen. Ook moeten gemeentelijke websites duidelijker aangeven waar mensen terecht kunnen met een vraag. En als het traject loopt, moeten mensen beter op de hoogte gehouden worden.

Grote verschuiving in budgetten jeugdhulp in 2016

Het jeugdhulpbudget van 65 gemeenten wordt in 2016 met meer dan 20 procent gekort door de invoering van het zogenoemde objectieve verdeelmodel. Andere gemeenten krijgen juist veel meer budget. Dat blijkt uit een analyse en toelichting van de cijfers uit de zogenaamde meicirculaire op de website Voordejeugd.nl. In 2015 kregen gemeenten geld op basis van uitgaven die ze in het verleden deden. Vanaf 2016 start de invoering van verdeelmodellen die zijn gebaseerd op wat gemeenten op basis van objectieve criteria nodig hebben. Dat proces moet in 2019 zijn voltooid maar de grootste verschuiving vindt in 2016 plaats.

In 2019 krijgen alle gemeenten een korting op het budget van 7,1 procent. Van de grote steden leveren Utrecht en Amsterdam 5,8 en 5 procent in, Rotterdam en Den Haag krijgen 5,7 en 7,5 procent meer. Onderzoeksbureau Cebeon ontwikkelde het objectieve verdeelmodel voor de jeugdhulpbudgetten.

Vragen?

Gert van den Berg is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.