• HET NJi WERKT AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Transformatie jeugdhulp

Ontwikkelingen

Staatssecretarissen maken balans op na bijna twee jaar Jeugdwet

Anderhalf jaar na de invoering van de Jeugdwet worden de vernieuwingen in de jeugdhulp goed zichtbaar, concluderen de staatssecretarissen Van Rijn van VWS en Dijkhoff van Veiligheid en Justitie. In een brief  aan de Tweede Kamer van 4 november 2016 over de voortgang van het nieuwe  jeugdstelsel schrijven zij dat er veel inspirerende ontwikkelingen zijn, zoals de groeiende inzet van jeugdhulpverleners in het onderwijs en van praktijkondersteuners in de huisartsenpraktijken, en de toegenomen deskundigheid van de jeugd- en sociale team. Naast de vernieuwingen in de jeugdhulp zien de staatssecretarissen ook zaken die niet goed gaan. Cliënten vinden dat de hulp niet aansluit bij hun vraag. Dit blijkt uit de meldingen op de website van de monitor transitie jeugd in het derde kwartaal van 2016. De cliënten ervaren dat ze eerder worden doorverwezen naar de ingekochte hulp dan naar de door hen gewenste hulp en dat ze van het kastje naar de muur worden gestuurd. Om dit probleem op te lossen roepen de staatssecretarissen gemeenten op om een aanspreekpunt te organiseren waar gezinnen terecht kunnen als ze vastlopen met hun hulpvraag. Een gemeente is vrij om te bepalen hoe zo’n punt eruit ziet, onder één voorwaarde: het aanspreekpunt moet voldoende mandaat hebben om knopen door te hakken en voor andere organisaties (jeugdhulp, onderwijs, woningstichting, schuldhulpverlening etc.) besluiten te nemen.  

'Inkoop specialistische hulp kan beter'

Om te zorgen dat specialistische jeugdhulp beschikbaar blijft, moeten gemeenten de inkoop daarvan op bovenregionaal niveau beter regelen. Dat adviseert  Marion Smit, tot voor kort VNG-kwartiermaker voor de transformatie van de specialistische jeugdhulp.
Gemeenten zijn nog vooral bezig met het lokale jeugdhulpaanbod. Ze hebben te weinig zicht op de plaats van specialistische jeugdhulp in dat aanbod. Doordat de inkoop van die hulp nog niet goed geregeld is, kunnen instellingen met een landelijk of bovenregionaal specialisme in financiële problemen komen. Dan ontstaat het gevaar dat kennis verloren gaat over de behandeling van kinderen met ernstige, complexe problemen. Een ander risico is dat gemeenten uiteindelijk minder invloed hebben op het aanbod, doordat de aanbieders van specialistische hulp daarover gaan beslissen.
Gemeenten moeten binnen hun regio samen de verantwoordelijkheid nemen voor de beschikbaarheid en ontwikkeling van specialistische zorg. Smit noemt dat collectief opdrachtgeverschap.

Kleinere gemeente is beter getransformeerd

In gemeenten tot 20.000 inwoners pakken de decentralisaties van zorg, jeugd, werk en inkomen en ondersteuning beter uit dan in grotere, blijkt uit onderzoek van I&O Research in opdracht van het tijdschrift Binnenlands Bestuur. Uit het online onderzoek naar de ervaringen en standpunten van ambtenaren en burgers over de Jeugdwet, Wmo 2015 en de Participatiewet blijkt dat hoe kleiner de gemeente, hoe soepeler de transformatie van het sociaal domein verloopt.
Van de ondervraagde burgers vindt 46 procent dat zorg en jeugdhulp het afgelopen jaar zijn verslechterd. Jeugdhulp wordt door de ambtenaren genoemd als grootste knelpunt: er is te weinig sturingsinformatie, te weinig personeel en te weinig budget. Voor komend jaar verwacht 46 procent problemen met het budget, wachtlijsten en de inkoop van specialistische zorg.
I&O Research onderzocht in oktober 2016 hoe de stand van zaken is na de invoering van de decentralisaties. 3.490 Nederlanders van 18 jaar en ouder en 478 gemeenteambtenaren deden mee, waarvan 329 uit het sociaal domein.

Relatief veel kleine gemeenten hielden zorggeld over

Onder de gemeenten die vorig jaar een groot deel van hun budget voor jeugdhulp en Wmo-zorg overhielden, zijn relatief veel kleine gemeenten. Dat blijkt uit een analyse van Binnenlands Bestuur. Van de 393 gemeenten hielden er 371 geld over van het budget voor Wmo-zorg en jeugdhulp in 2015. Zeventig gemeenten hadden een overschot van meer dan 20 procent van hun budget. Van de tien gemeenten met procentueel het grootste overschot hebben er zes minder dan 20.000 inwoners.

Gemeenten laten 1,2 miljard aan zorggeld liggen

Nederlandse gemeenten hielden vorig jaar bijna 1,2 miljard euro over van hun budget voor jeugdhulp en Wmo-taken. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Gemeenten hadden in 2015 13,8 miljard euro beschikbaar voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Daarvan hebben ze 12,7 miljard uitgegeven.
Staatssecretaris Martin van Rijn van VWS wil snel overleg met gemeenten over het overschot. Het werpt een ander licht op de signalen van gemeenten die zeggen te weinig geld te hebben voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning, stelt hij.
De VNG wil nader onderzoek naar het overschot. De koepelorganisatie van gemeenten wijst erop dat het budget niet verloren is gegaan, maar beschikbaar is voor dit jaar en later. Omdat er lange tijd onduidelijkheid was over het aantal cliënten en het budget, hebben de gemeenten vorig jaar terughoudend begroot. Bovendien zijn er verschillen tussen gemeenten, stelt de VNG. De ene gemeente houdt geld over, de andere komt tekort.

'Meer leiderschap nodig in sociale transities'

De partijen in het sociaal domein moeten meer leiderschap tonen, om de decentralisaties van jeugdhulp, zorg en participatie tot een goed einde te brengen. Dat stelt de Transitiecommissie Sociaal Domein (TSD) in haar vijfde rapport Transformatie in het sociaal domein; de praktijk aan de macht  dat in oktober 2016 uit kwam. Er is te weinig vruchtbare samenwerking tussen vrijwel alle bij de decentralisaties betrokken partijen, zoals zorgaanbieders, generalisten in wijkteams, gemeenten en gezinnen. Zij moeten meer leiderschap tonen en het verzwakken van de specialistische zorginfrastructuur van de jeugdhulp tegengaan. De TSD constateert dat de solidariteit tussen gemeenten afbrokkelt, omdat gemeenten financiële tekorten moeten opvangen. Door het woonplaatsbeginsel komen gemeenten en zorgaanbieders er soms niet uit wie welke jeugdhulp moet betalen. Kinderen worden daardoor te vaak van het kastje naar de muur gestuurd, aldus de TSD. De TSD wil verder een nationaal meerjarig programma Sociaal Domein, waarin Rijk en gemeenten zich richten op de noodzakelijke stappen in het veranderingsproces. Ook moet er een lerende omgeving komen met peer reviews en goede voorbeelden.

Van Rijn: Tekort budget jeugd-ggz is zaak gemeente

Het is aan gemeenten om tekorten op hun jeugdhulpbudget te compenseren met overschotten op hun Wmo- en Participatiewet-budget. Dat is de beleidsvrijheid van gemeenten, schrijft staatssecretaris Martin van Rijn op 17 oktober 2016 in een brief aan de Tweede Kamer.
Van Rijns brief is een reactie op Kamervragen over het gebrek aan geld voor jeugd-ggz in verschillende gemeenten. Een gemeente met tekorten op het jeugdhulpbudget moet zich afvragen waarom andere gemeenten met vergelijkbare problemen en een vergelijkbaar budget wel uitkomen met dat budget, schrijft hij. Dat heeft te maken met hun beleidskeuzes en regionale afspraken, suggereert hij. In de concrete gevallen die in de publiciteit kwamen, zoals Almere, liet Van Rijn uitzoeken of het gehele jeugdhulpbudget van de gemeente op is, of alleen het budget dat de gemeente met de betreffende aanbieder heeft afgesproken. Tot nu toe was steeds het laatste het geval. Jeugdhulpaanbieders die geen ruimte meer hebben in hun budget, moeten nieuwe cliënten terugsturen naar de toegang of verwijzen naar een andere jeugdhulpaanbieder in de gemeente die nog wel budgetruimte heeft.

Wurgcontracten van gemeenten niet onderzocht

Staatssecretaris Martin van Rijn van VWS laat niet onderzoeken hoeveel gemeenten met wurg- en zwijgcontracten werken. Het is aan de gemeenteraad om het college van burgemeester en wethouders te controleren. Dat antwoordde  Van Rijn op 27 september 2016 op vragen van Tweede Kamerlid Nine Kooiman (SP). Sommige gemeenten dwingen jeugdhulpverleners hun beroepsgeheim te schenden en een contract te ondertekenen waardoor de gemeente volledige inzage krijgt in het cliëntdossier. Dit maakte vaktijdschrift Zorg+Welzijn begin juli bekend. Hoeveel gemeenten wurgcontracten hanteren is onbekend. Het is in strijd met de Jeugdwet dat gemeenten rapportages van cliënten opvragen of zich het recht toe-eigenen om controles uit te oefenen waarbij dossiers toegankelijk moeten zijn.

Jeugdhulpbudget volgend jaar 47 miljoen euro lager

Het jeugdhulpbudget gaat in 2017 met 47 miljoen euro omlaag. Dat hebben het rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) eind augustus 2016 afgesproken. Lees meer.

Steun voor jeugdhulpaanbieders in geldnood

De subsidieregeling voor jeugdhulpinstellingen met liquiditeitsproblemen, die op 1 januari afliep, wordt met terugwerkende kracht verlengd. Dat schrijft staatssecretaris Martin van Rijn van VWS op 22 juni 2016 in een brief aan de Tweede Kamer over de voortgang van het nieuwe jeugdstelsel. Lees meer.

Van Rijn wil minder administratieve lasten in de jeugdhulp

Het ministerie van VWS organiseert vanaf juni tot eind 2016 regeldruksessies in vijf gemeenten. Dit kondigt staatssecretaris Van Rijn aan in een brief van 15 juni 2016 aan de Tweede Kamer in reactie op de tweede jaarrapportage van de Transitie Autoriteit Jeugd. De TAJ maakt zich zorgen over de toenemende regeldruk en administratieve lasten in de jeugdhulp. Lees meer.

'Samenwerking jeugdhulp moet nog beter'

De samenwerking tussen gemeenten, cliëntenorganisaties en aanbieders van jeugdhulp gaat beter, maar is nog altijd niet goed genoeg. De Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ) pleit in haar tweede jaarrapportage  voor intensievere samenwerking. Lees meer. 

Vragen?

Gert van den Berg is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.